PlusSpecial Pan

Kunsthandelaar en galeriehouder Willem Baars: ‘Het gaat niet meer om Van Gogh, maar om Banksy’

Dat kunsthandelaar en galeriehouder Willem Baars dit jaar op de PAN staat, is opvallend. Hij was altijd uiterst kritisch over de beurs. ‘De PAN heeft nu het momentum een beurs van niveau te worden.’

Peter van Brummelen
Willem Baars in zijn galerie, voor werken van Jean Gorin (l) en Bob Bonies. ‘De kunstmarkt wordt regionaler.’ Beeld Ivo van der Bent
Willem Baars in zijn galerie, voor werken van Jean Gorin (l) en Bob Bonies. ‘De kunstmarkt wordt regionaler.’Beeld Ivo van der Bent

In zijn galerie is Willem Baars alvast voor de PAN aan het oefenen, zoals hij dat noemt. Er hangen en staan werken van vermaarde kunstenaars als Louise Bourgeois, Marino Marini, Armando en zelfs Picasso. Zoals ze hier hangen, komen ze straks ook in de RAI. “De volgorde staat vast, maar het kan dat een schilderij net effe twee centimeter hoger of lager aan de wand komt, dat luistert nauw.”

En dan heeft hij in de RAI straks ook nog een ‘stand in stand’. “Ander tapijt, andere kleur wanden. Daar komen kunstenaars te hangen die ik vertegenwoordig als galeriehouder: Emo Verkerk, Rob Birza. De werken aan de buitenkant komen uit mijn kunsthandel. Maar het zijn bij mij geen heel gescheiden werelden. De hedendaagse kunstenaars met wie ik werk, verhouden zich allemaal op een bepaalde manier tot de kunstgeschiedenis.”

In Willem Baars Projects, de ruimte op de Hoogte Kadijk waar zijn galerie en kunsthandel zijn gevestigd, gidst de naamgever het bezoek langs het werk dat hij op de PAN zal tonen. De werken uit zijn kunsthandel zijn volgens hem zonder uitzondering van museale kwaliteit. Trots is hij op het beeld Dubbelvorm I uit 1957 van Carel Visser. “Dat is altijd in de Verenigde Staten geweest, ik heb het teruggehaald.” Een kleinere versie van het beeld bracht onlangs bij Christie’s Amsterdam ruim 300.000 euro op.

“En zo proberen we het niveau van de PAN wat op te krikken,” zegt Baars als hij na de rondleiding plaatsneemt aan tafel. “Dat is hard nodig,” zegt hij er nog iets nadrukkelijker bij. “Laat dit het begin zijn.”

Rode broeken

Dat Willem Baars meedoet aan de PAN is opvallend, want de galeriehouder en kunstenaar die daarnaast ook publicist is, heeft zijn kritiek op de beurs nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij heeft nog steeds veel aan te merken op de PAN, maar hij heeft goede hoop dat er iets gaat veranderen. “Er waait een frisse wind. Die nieuwe directeur, Mark Grol, is heel doortastend.”

Heel lang geleden – “Ik had nog haar” – stond Baars ook eens op de PAN. “Maar ik was toen ziek en ben er slechts een paar dagen geweest. Dat was genoeg ook. Ik vond het er vreselijk. Om wat er hing, maar ook om wat daar op afkwam. Er liepen allemaal van die rode broeken uit het Gooi rond. Kwamen ze aan mij vragen: ‘Heeft u die schilderijen allemaal zelf gemaakt?’ Dat niveau.”

Als keurmeester was hij wel lang verbonden aan de PAN. “Maar daar heb ik uiteindelijk ook voor bedankt. Ik keurde negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse kunst. Op dat gebied had de PAN alleen derderangs Haagse Schoolschilderijtjes te bieden, van die zompige polderlandschapjes, niet om aan te gluren. Dat werk bracht toen nog wel veel op. Nu kun je het voor de houtprijs per kilo terugkopen, die hele markt is ingestort.”

Beste jaar ooit

In de internationale kunsthandel draait het tegenwoordig vooral om moderne en hedendaagse kunst, doceert Baars. “Het gaat niet meer om Van Gogh of Renoir, maar om Banksy en andere hedendaagse kunstenaars. Bij de PAN voelen ze die omslag aan en willen ze andere galeries op de beurs. De Stigtertjes, Gelinks of Weltersen zul je er nog niet zien. In de toekomst hopelijk wel. Nadat de PAN jaren aan mijn kop heeft gezeurd, heb ik nu toch ja gezegd. De PAN heeft nu het moment mee om een beurs van niveau te worden.”

Kunstwerken van Jean Arp (1886-1966) in de galerie van Willem Baars. Boven: Untitled (1956). Onder: Professeur Lunik (1960). Beeld Ivo van der Bent
Kunstwerken van Jean Arp (1886-1966) in de galerie van Willem Baars. Boven: Untitled (1956). Onder: Professeur Lunik (1960).Beeld Ivo van der Bent

Dat moment heeft veel met corona te maken. “De kunstmarkt wordt regionaler. Voorheen vlogen verzamelaars naar beurzen in Miami of Hong Kong. Nu gaan ze veel meer kijken in een straal van 500 tot 600 kilometer. Waar kunnen we met de auto heen? Als de PAN strenger gaat selecteren in de galeries en kunsthandels waar ze mee werken, kunnen ze verzamelaars uit Duitsland, België en Noord-Frankrijk trekken.”

Zelf is hij de coronatijd goed doorgekomen. “Tijdens de eerste lockdown zat ik net als iedereen thuis. Ik deed schoolwerk met mijn zoon van elf, verder gebeurde er niets. Ik had nul omzet. Maar na de zomer van 2020 trok de kunsthandel enorm aan. Er is heel veel geld, en een van de plekken waar dat de laatste tijd heenstroomt, is de kunstwereld. Echt, de afgelopen twaalf maanden waren mijn beste jaar ooit. Als kunsthandelaar dan, hè. De galerie lag vrijwel stil. Een kunstenaar werkt een jaar aan een nieuwe collectie. Je kunt het niet maken een opening te organiseren waar maar een stuk of tien mensen welkom zijn. Die kunst is gemaakt om door veel meer mensen te worden gezien.”

Niet voor het geld

Hij vertelt het allemaal met een accent waarin de kenner Baars’ geboorteplaats Leiden stevig hoort doorklinken. “Ik kom uit een keurig nest, pa was hoogleraar aan de theologische faculteit, maar we spraken niet accentloos.” Thuis zette hij ook zijn eerste stappen in de kunsthandel. “Toen ik nog op de havo zat, bezocht ik al elk weekend veilingen. Van een een erfenisje kocht ik rond mijn zestiende mijn eerste schilderijen: werk van de Leidse School, een aftakkinkje van de Haagse School. Daar werd in gehandeld, ontdekte ik, en daar ging ik aan meedoen. Ik liet mijn pa een advertentie zetten in De Telegraaf. De mensen die daar op afkwamen, wisten niet wat ze meemaakten als ze vervolgens mee naar boven werden genomen naar mijn jongenskamer. Maar ik verkocht wel.”

Maakt het Willem Baars eigenlijk uit aan wie hij als kunsthandelaar verkoopt? “Dat maakt alles uit. Als iemands eerste vraag is of een bepaald kunstwerk een goed beleggingsobject is, verkoop ik het hem zeker niet. Geld is voor mij geen drijfveer. Ik kan voor een klant beargumenteren waarom een werk belangrijk is en waarom het kost wat het kost, maar ik wil vooral dat iemand die iets bij me koopt denkt: dit heb ik altijd al willen hebben. Daarin zit voor mij het plezier in dit werk.”

Stand 30: Willem Baars Projects

Meer over