PlusTen Slotte

Kunstenaar Lawrence Weiner (1942-2021): wereldberoemd, maar niet altijd begrepen

In Amsterdam zijn enkele werken van Lawrence Weiner te vinden, een van de grondleggers van de conceptuele kunst. Volgens de Amerikaan is een idee het belangrijkste ingrediënt van een kunstwerk. ‘Het werk hóeft niet gemaakt te worden.’

Kees Keijer
Lawrence Weiner in het Barcelona Contemporary Art Museum in 2013. Beeld EPA
Lawrence Weiner in het Barcelona Contemporary Art Museum in 2013.Beeld EPA

Lawrence Weiner was 18 jaar toen hij zijn eerste tentoonstelling in New York had, vertelde hij in 2013 in Het Parool: “Toen ik gevestigde kunstenaars als John Chamberlain en Willem de Kooning in een bar tegenkwam zeiden ze: ‘Iedereen zegt dat je gek bent. Je bent niet gek. But how the fuck are you going to make a living?’”

Lawrence Weiner maakte kunstwerken die aanvankelijk niet begrepen werden. Maar hij werd wereldberoemd en exposeerde zijn tekstwerken overal ter wereld. Donderdag overleed hij op 79-jarige leeftijd, zo maakte kunsttijdschrift Artforum bekend.

Weiner exposeerde in galeries en musea, maar ook in en op openbare gebouwen in talloze steden. Sinds het eind van de jaren zestig hanteert Weiner regels en zinnen, zoals een traditionele beeldhouwer brons of marmer. Daarmee werd hij een van de grondleggers van de conceptuele kunst. Samen met kunstenaars als Robert Barry, Joseph Kosuth en Sol LeWitt geloofde hij dat een idee het belangrijkste ingrediënt van een kunstwerk is. In 1968 schreef hij een intentieverklaring: “(1) De kunstenaar kan het werk maken. (2) Het werk kan geproduceerd worden. (3) Het werk hoeft niet gemaakt te worden.”

Weiner maakte taalwerken op muren of in kunstenaarsboeken. Soms in strenge, schreefloze kapitalen, vaak ook schots en scheef en omgeven met sierlijke lijnen.

Hij werd geboren in The Bronx in New York, waar zijn ouders een snoepwinkel hadden. Na de middelbare school had hij diverse baantjes, op een olietanker, in de havens en bij de spoorwegen. Hij reisde door Amerika en keerde in 1964 terug naar New York, waar hij exposeerde bij de legendarische galerie van Seth Siegelaub. Hij verdeelde zijn tijd sinds 1970 tussen New York en Amsterdam, waar hij op een schip in het Westerdok woonde.

In Amsterdam zijn ook enkele werken van Weiner te vinden. Op het Spui liggen bijvoorbeeld sinds 1996 drie ijzeren objecten die doen denken aan opengeslagen boeken, met de tekst ‘Een vertaling van de ene taal naar de andere’ in het Nederlands, Engels, Arabisch en Surinaams.

De toeschouwer zou het werk in gedachten af kunnen maken, vond Weiner. Daarmee gaf hij een nieuwe invulling aan de relatie tussen het object, de kunstenaar en de beschouwer. Soms begrepen toeschouwers het werk niet, riepen zijn werken zelfs weerstand op. In musea exposeerde Weiner zijn tekstwerken vaak zonder uitleg, zoals in 2007 in het Whitney Museum of American Art in New York. Weiner herinnerde zich later: “Er was een grote man, een bouwvakker. Hij riep: ‘What is this shit?’ De bewakers hielden hem in de gaten en plotseling hoorden ze hem zeggen: I fucking get it! De volgende dag kwam hij met zijn hele familie om de hele tentoonstelling uit te leggen.”

Weiner kwam in 1963 voor het eerst in Amsterdam, op aanraden van Karel Appel, die hij in Parijs had leren kennen. Toen hij steeds vaker in Europa kwam wilde hij een pied-à-terre in Amsterdam. “Ik was beroemd maar arm, dus kocht een boot, op afkoop. Ik houd erg van de Nederlandse cultuur. Ik wilde dat mijn dochter zou opgroeien in een omgeving waar alle kinderen uit alle sociale klassen goed werden behandeld. Er was een Dick Bruna-achtige mentaliteit.”

Toch heeft Weiner altijd afstand gehouden van de Amsterdamse kunstscene. “Ik wilde onafhankelijk blijven. Als kunstenaar moet je je soms uitspreken tegen iets. Dat is heel moeilijk als je afhankelijk bent.” Weiner heeft in Nederland een paar keer lesgegeven, maar met mate. “Een echte leraar moet autoriteit hebben, en het belangrijkste dat een kunstenaar niet moet hebben is autoriteit.”

Meer over