PlusReportage

Kunstenaar Guido van der Werve maakt zijn eerste lange speelfilm: ‘Dit is mijn versie van de hel’

In een feestartikelenwinkel in Oost heeft kunstenaar Guido van der Werve de hel geënsceneerd voor zijn speelfilmdebuut.

Jan Pieter Ekker
Regisseur Guido van der Werve (met pet) en regieassistent Johanna Ketola overleggen met operazangeres Ines Teileis. Ernaast opnameleider Mandy Lim en de cameraploeg. Op de voorgrond de musici van Het Promenade Orkest.  Beeld Bob Bronshoff
Regisseur Guido van der Werve (met pet) en regieassistent Johanna Ketola overleggen met operazangeres Ines Teileis. Ernaast opnameleider Mandy Lim en de cameraploeg. Op de voorgrond de musici van Het Promenade Orkest.Beeld Bob Bronshoff

“Moet ik in een bepaalde richting kijken?” vraagt de Berlijnse operazangeres Ines Theileis, nadat ze naast een rek met verkleedkleding is gaan staan. Ze draagt een zwart pak. En een dikke nepbuik. In het gangpad ernaast, tussen de feestartikelen en carnavalsaccessoires, staan een strijkkwartet en buisklokken opgesteld. “No, just to eternity,” antwoordt regisseur/kunstenaar Guido van der Werve.

In de feest- en theaterartikelenwinkel Dam aan de Middenweg is Van der Werve bezig met de opnamen van Nummer achttien, the breath of life, zijn speelfilmdebuut.

Van der Werve (Papendrecht, 1977) studeerde in 2003 af aan de Rietveld Academie met Nummer twee, just because I’m standing here doesn’t mean I want to en resideerde in 2006 en 2007 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten. In 2007 brak hij internationaal door met Nummer acht, everything is going to be alright, waarin hij over een dichtgevroren watermassa voor een gigantische ijsbreker uitloopt. In 2012 won hij een Gouden Kalf voor een ander meesterwerk, Nummer veertien, home. Zijn films, waarin hij voortdurend zijn (fysieke) grenzen verlegt, zijn opgenomen in de collecties van de grote musea in de wereld, waaronder het MoMA in New York.

Nummer achttien is ‘autofiction’; een poëtisch zelfonderzoek hoe Van der Werve’s minderwaardigheidscomplex en angst voor de dood zijn leven hebben gered. Dat zit zo: in mei 2016 had Van der Werve een ernstig fietsongeluk in Berlijn, waarbij hij werd geraakt door een passerende toeristenbus.

Revalidatie

Tijdens zijn revalidatie moest hij van zijn artsen en psychiaters terug naar zijn jeugd. Van der Werve realiseerde zich dat de trauma’s van zijn ouders (zijn moeder was lange tijd in een inrichting opgenomen, zijn vader vocht jaren tegen dementie alvorens aan de ziekte te overlijden) hem met een diepgewortelde angst voor de dood hadden opgezadeld. Zijn antwoord hierop was sporten. Rennen. Marathons. Triatlons. Tot zijn ongeluk.

“Ik was bijna dood,” vertelt hij, terwijl de camera van Ben Geraerts achter een rek met fleurige boa’s wordt geposteerd. “Misschien was ik dan wel naar de hel gegaan. Dit is mijn versie van de hel; een soort van Duitse komische opera, waarin mijn zanglerares een door mijzelf geschreven aria zingt: Er ist nur Guido, op de wijs van O sole mio; dat stond op de zijkant van de toeristenbus die me raakte.”

“We gaan een generale repetitie doen,” zegt opnameleider Mandy Lim. “Everybody ready? Iedereen klaar voor repetitie? Goed; drie, twee, een… en actie!” De slagwerker zet de toon, de strijkers zetten in. De camera wordt langzaam over een rails naar de andere kant van de winkel geduwd. “Er ist nur Guido,” zingt Theileis. “Er ist nur Guido, vergessliches Menschen, wertlos. Er ist nur Guido, offizielle erstaunbare Eintagsfliege.”

Van der Werve, zijn Finse eega/regieassistent Johanna Ketola en producent Danielle Guirguis volgen de opnamen via een beeldscherm in de krappe keuken, helemaal achterin de zaak. “We hebben wel even aan elkaar moeten wennen,” vertelt Guirguis nadat Theileis de aria tot een goed einde heeft gebracht. “Guido was gewend om alles altijd helemaal alleen te doen. Toen ik in 2019 bij een opening van Guido was, zei zijn galerist Jorg Grimm tegen me: ‘Wat leuk dat Guido volgende week begint met draaien’. Ik wist van niks. ‘Sorry, zo werkt het niet,’ zei ik tegen Guido. ‘Ik ga toch draaien,’ riposteerde hij. ‘Dan betaal ik het niet,’ was mijn laatste woord.”

Onverfilmbaar

Het script werd destijds groter en groter, aldus Guirguis. “Guido haalde álles erbij, waardoor het steeds onbegrijpelijker én onverfilmbaarder werd. Maar we zijn er samen uitgekomen, en nu is het echt te gek om met Guido te werken. Als het wordt wat ik denk dat het wordt, en dat wordt het, belanden we volgend najaar misschien wel op het festival van Venetië.”

Voor het zover is, moet de scène in de hel nog worden opgenomen. Lim dirigeert iedereen weer naar zijn plek. De slagwerker slaat weer tegen de buisklokken, het strijkkwartet valt in, Theileis’ stem galmt door de zaak. “Mit der Zeit wird die Sonne zu einem roten Feuerball anschwellen und die Erde verschlucken. (Na verloop van tijd zal de zon opzwellen tot een rode bal van vuur en de aarde opslokken.) Voor de monitor staan Van der Werve en Ketola zachtjes mee te deinen.

“Perfect,” zegt Van der Werve als de laatste noten zijn weggestorven. “That was beautiful.” Dan, tegen Guirguis. “Zullen we hem nog een keer doen voor de heb?”

Guido van der Werve’s Nummer achttien, the breath of life wordt medio 2022 in de bioscoop verwacht.

Twee tentoonstellingen

Vanwege zijn ‘eigenzinnig ontwikkelde oeuvre’ is Guido van der Werve vrijdagmiddag onderscheiden met de Cobra Kunstprijs Amstelveen 2021. De prijs bestaat uit 15.000 euro en een kleine presentatie met twee films/performances (Nummer drie, take step fall uit 2004 en Nummer zes, Steinway grand piano, wake me up to go to sleep and all the color of the rainbow uit 2006), die tot en met 6 februari te zien is in het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen.

Onder de noemer Guido van der Werve: Tastbare futiliteit organiseert Eye Filmmuseum van 12 februari tot en met 29 juni een grote overzichtstentoonstelling van Van der Werve, waarin naast een ruime selectie uit zijn oeuvre ook nieuw werk wordt getoond.

Meer over