Klaus Mäkelä (26) nieuwe chef-dirigent Concertgebouworkest

Klaus Mäkelä.  Beeld Marco Borggreve
Klaus Mäkelä.Beeld Marco Borggreve

De Fin Klaus Mäkelä (26) wordt met ingang van augustus 2027 de nieuwe chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Zijn naam zong al enige tijd rond. Hij is de opvolger van Daniele Gatti en chef nummer acht van het in 1888 opgerichte orkest.

Erik Voermans

Willem Mengelberg was 24 toen hij bij het Concertgebouworkest werd aangesteld als eerste dirigent. Bernard Haitink was 33. Haitink werd nog zo onervaren gevonden dat bestuur en directie besloten een tweede dirigent naast hem te installeren, in de persoon van de ervaren Duitser Eugen Jochum.

Bij Mengelberg vond men dat niet nodig, net zomin als bij de nu 26-jarige Fin Klaus Mäkelä, die zich per augustus 2027 de achtste chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest mag noemen. Hij heeft zich contractueel tien jaar aan het orkest verbonden en zal vanaf 2027 per seizoen minimaal twaalf weken voor het orkest staan.

Mäkelä telde evenveel jaren als Mengelberg toen hij in september 2020 zijn debuut maakte bij het orkest dat sinds het onvrijwillige vertrek in 2018 van de Italiaan Daniele Gatti, na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, vier seizoenen lang chefloos heeft moeten navigeren. Hij dirigeerde het beroemde pianoconcert van Tsjaikovski (soliste Beatrice Rana), een nieuw stuk van de Zuid-Koreaanse componiste Unsuk Chin en een deel uit de eerste symfonie van Jimmy López.

Pers tevreden over vuurdoop

De Nederlandse pers toonde zich zeer tevreden en verrast over Mäkelä’s vuurdoop. ‘Hij dirigeerde alsof hij nooit iets anders heeft gedaan,’ schreef Trouw. NRC noemde het concert ‘een droomdebuut’. Citaat: ‘Bovenal straalt hij rust uit, hoe alert en gepassioneerd hij ook is op de bok, en de musici leken graag voor hem te spelen.’ De Volkskrant mopperde op de akoestiek van de Grote Zaal in coronatijden en op het onevenwichtige programma, maar wist één ding zeker: ‘Om dit dirigerende piepkuiken wordt nu al gevochten. Zie hoe zelfbewust hij naar het schavot wandelt: strak pak, goed gekapt, ideale schoonzoon.’

Engelengezicht

In muzikaal opzicht kon je de man met het bleke, gevoelige engelengezicht eigenlijk geen piepkuiken meer noemen. Hij heeft een vader die cello speelt, een pianiste als moeder en een grootvader die op professioneel niveau viool speelde. Als zevenjarige die zong in het kinderkoor van de Finse Nationale Opera, wist Mäkelä al dat hij dirigent wilde worden, net als de man die hij voor het koor met zijn armen zag zwaaien.

Zijn eigen instrument is de cello. Langs die weg kwam hij terecht in de jongtalentklas van de vermaarde Sibelius Academie in Helsinki, waar hij ging studeren bij dirigentenmaker Jorma Panula. Daar leerde hij niet alleen het technische handwerk, maar maakte hij zich ook een werkethos eigen waarin het volgens de leer van Panula niet moet gaan over het ego van de dirigent, maar over het vermogen als een primus inter pares met orkestmusici te functioneren. Woedend je baton naar de contrabassen smijten omdat iets niet klinkt zoals je het wilt – de methode Toscanini en Reiner – was geen onderdeel van het curriculum.

Orkesten in Zweden, Oslo en Parijs

Vers van de Academie dirigeerde hij het Zweeds Radio Orkest, waar ze hem prompt benoemden tot vaste gastdirigent, de jongste in de historie daar. Het jaar daarop stond hij voor het eerst voor de Oslo Philharmonic, waar ze niet aarzelden en hem meteen een chefsaanbod deden, dat hij gretig aanvaardde.

Nog een jaar later gebeurde bij het Orchestre de Paris precies hetzelfde. Aardig detail: van 1979 tot 2002 was een zekere Mariss Jansons de chef in Oslo, die nadien via Pittsburgh als chef in Amsterdam belandde, waar hij het Concertgebouworkest het beste orkest ter wereld maakte. De geest van Jansons is nog steeds levend in de gelederen van het Noorse orkest, aldus Mäkelä in het aprilnummer van het Britse muziektijdschrift Gramophone: ‘And that’s a beautiful thing’.

Uitzonderlijk talent

Ook bij het Concertgebouworkest hadden ze gezien dat ze in Mäkelä met een uitzonderlijk talent te maken hadden. Toen Fabio Luisi in december 2020 de Kerstmatinee niet kon leiden omdat hij na een covidbesmetting in quarantaine moest, aarzelden ze dus geen moment en belden ze de jonge Fin met de vraag of hij wilde inspringen.

Mäkelä hoefde geen twee tellen na te denken. Hij hield altijd al van het Concertgebouworkest, vanwege de unieke klankcultuur, die tegelijkertijd warm en doorzichtig is. Haitink noemde altijd de naam van Johannes Vermeer, als hij naar een analogie in de beeldende kunst zocht.

Uitnodigende muzikale grondhouding

Die Kerstmatinee, met op het programma de Pastorale van Beethoven en La mer van Debussy, was opnieuw een succes, al moest het concert andermaal voor een lege zaal plaatsvinden. Maar voor de musici was het inmiddels evident dat je deze Fin om het zacht te zeggen wel om een boodschap kon sturen, met zijn heldere, sierlijke en inspirerende slagtechniek en zijn uitnodigende muzikale grondhouding, die ook Haitink had. In mei 2021 volgde een derde programma, Messiaens Les offrandes oubliées en de Tiende symfonie van Sjostakovitsj, met wederom groot enthousiasme bij de critici.

Inmiddels begonnen ook de eerste geluiden op te duiken dat deze Klaus misschien wel het overwegen waard was als opvolger van Gatti, zeker ook nadat bekend was geworden dat hij een exclusieve overeenkomst had gesloten met platenmaatschappij Decca – toevallig ook het label waarvoor Riccardo Chailly, de vijfde chef in de geschiedenis van het Concertgebouworkest, zijn opnamen maakte.

Audioliefhebber luistert via Tidal

Dat Mäkelä tekende bij Decca had daar overigens niets mee te maken, maar alles met de bewezen topkwaliteit van de opnamen die er verschenen. Hij is een audioliefhebber. Thuis heeft hij studiomonitoren staan van Genelec. Als het serieus wordt, zet hij een koptelefoon op (een Sennheiser HD 800 S van een paar duizend euro).

En als lid van de streaminggeneratie luistert hij via Tidal naar oude en nieuwe opnamen, met als doel daar iets van te leren. Waarom klinkt dit orkest zo goed? Waar vonden de registraties plaats? Welke apparatuur gebruikten ze? Historische opnamen hebben overigens zijn voorkeur. Van Mengelberg valt veel op te steken.

De hele wereld trekt aan hem

Het enthousiasme in Amsterdam voor de Fin was niet meer te beteugelen. Er was alleen één probleem. Hij had net contracten getekend die hem tot 2027 verbonden aan orkesten in Oslo en Parijs. Toen de Volkskrant hem erop wees dat ze in Amsterdam nog steeds op zoek waren naar een chef, kon hij dus lachend antwoorden dat hij al twee orkesten hád. En op die orkesten zal hij zich de komende vijf jaren concentreren, hoewel de hele wereld aan hem trekt, want allemaal willen ze dit nieuwe fenomeen weleens meemaken.

Dat het Concertgebouw nu wereldkundig heeft gemaakt dat Mäkelä in 2027 naar Amsterdam komt, mogen we langetermijnplanning noemen. Vanaf augustus 2022 wordt hij ‘artistiek partner’, een publicitair nuttig etiket voor sponsoren en concertorganisatoren, totdat hij in 2027 officieel de titel chef-dirigent krijgt. Wel kun je je afvragen of na vijf jaar, als de aanstelling in praktische zin officieel wordt, er niet iets van de initiële opwinding zal zijn verdwenen.

Pronken met hun partner

In de tussentijd zal hij elk seizoen in Amsterdam te gast zijn, om te beginnen in het seizoen 2022/23, waarin hij in vier programma’s te horen is, waarvan er twee ook in het buitenland worden gespeeld. Kunnen ze alvast met hun ‘artistiek partner’ pronken.

En als hij dan eindelijk komt, is hij nog steeds pas 31. Jonger dan destijds Haitink , maar al veel ervarener. Daar kan het Concertgebouworkest alleen maar wel bij varen. Misschien kunnen we dan ook spreken van een typische Mäkeläklank, die nu nog in de schoot van de toekomst besloten ligt.

‘Een Van Gaal-achtige figuur’

Voor Erik Voermans, redacteur klassieke muziek bij Het Parool, kwam de aanstelling van de pas 26-jarige Mäkelä niet als een verrassing. ‘De hele wereld zit achter die gast aan.’ Lees hier het interview.