PlusAchtergrond

Kenny G: de populairste en meest gehate instrumentalist op aarde

Kenny G tijdens een optreden afgelopen zomer in St Helena in Californië. Beeld Tim Mosenfelder/Getty Images
Kenny G tijdens een optreden afgelopen zomer in St Helena in Californië.Beeld Tim Mosenfelder/Getty Images

Saxofonist Kenny G is ’s werelds succesvolste instrumentalist, maar zou ook wel eens de meest gehate muzikant van de planeet kunnen zijn. Filmmaakster Penny Lane zoekt in de documentaire Listening to Kenny G uit hoe dat zit.

Peter van Brummelen

Hij gaat onder muziekliefhebbers nogal eens rond op sociale media, de foto waarop Kenny G (Seattle, 1956) breed lachend naast een heel vuil kijkende Miles Davis staat. Meestal wordt dan gesuggereerd dat de twee elkaar toevallig tegen het lijf liepen en dat Davis zijn minachting niet kon onderdrukken.

De waarheid achter de foto is dat de twee samen op tournee waren, met de jonge Kenny G in het voorprogramma van de oude meester. Na het eerste van twee concerten in het Lincoln Center in New York zei Davis tegen Kenny G dat hij hem echt heel goed vond. Zo goed zelfs, dat hij de volgende avond de hoofdact mocht zijn.

Kenny G voelde zich vereerd, maar toen hij die avond tegen middernacht het podium betrad, waren er van de tweeduizend bezoekers nog maar zo’n honderd over. Davis, die ook wel eens een avondje vroeg naar huis wilde, had hem een loer gedraaid.

Ondergewaardeerd

Het verhaal komt niet aan bod in Listening to Kenny G, de documentaire over hem van filmmaakster Penny Lane (haar ouders moeten Beatlesfans zijn geweest), die te zien is tijdens het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam (Idfa). Had het er wel in gezeten, dan had de saxofonist het ongetwijfeld breed lachend verteld. Karrenvrachten stront zijn er sinds zijn doorbraak in 1986 over hem uitgestrooid. Toch lijkt hij daar niet echt mee te zitten.

“Hoe voel je je?” vraagt Lane aan het begin van het lange interview dat ze voor haar film met hem had.

“Over het algemeen ondergewaardeerd, maar verder gaat het prima,” antwoordt hij ­lachend.

Wat zou hij zich ook druk maken? Een slordige 75 miljoen platen verkocht hij, wat hem ’s werelds succesvolste instrumentalist maakt.

De man die voluit Kenneth Bruce Gorelick heet, leeft er goed van, zien we in de documentaire. Hij is een enthousiast hobbypiloot en brengt veel tijd op de golfbaan door. Appeltaarten bakt hij ook graag.

Zo goedgemutst als hij de hele documentaire lang is, zo boos en verontwaardigd is het hele leger van critici die ook aan het woord komen in Listening to Kenny G. Mannen die voor de New York Times of andere gewichtige kranten en bladen schrijven of die doceren aan conservatoria en universiteiten.

Wachtmuziek

Wat Kenny G maakt, mag volgens hen nauwelijks muziek worden genoemd, in elk geval geen jazz. Bij jazz draait alles om improvisatie en vooral samenspel, doceert een van hen, en daarvoor ben je Kenny G aan het verkeerde adres: “Het is geen seks, maar masturbatie.”

Een ander: “Ik associeer zijn muziek vooral met wachten. Het is wat ik hoor bij de bank of bij de tandarts. Het klinkt als een corporate poging mijn zenuwen te kalmeren. Daar houd ik niet van, ik voel me dan een mier.”

Witgewassen is een term die ook nogal eens valt bij de haters van Kenny’s versie van jazz, die in Amerika smooth jazz wordt genoemd. Maar wat Listening to Kenny G nogal verrassend duidelijk maakt, is dat hij behoorlijk wat zwarte fans heeft.

Heel populair is hij ook in Azië, vooral in China. Ooit was zijn muziek in dat land alleen verkrijgbaar op de zwarte markt, nu hoor je haar er echt overal. Zijn nummer Going Home klinkt als Chinezen na een lange werkdag weer op huis aan gaan, door het hele land in kantoren en fabrieken en bij bushaltes en op treinstations. Eén van die Kenny G-haters in de film weet waarom: “Het is muziek die elke vorm van protest de kop indrukt.”

Listening to Kenny G is op het Idfa te zien in Tuschinski (22/11), Pathé de Munt (24 en 7/11), Ketelhuis (26/11)

Ook nog te zien tijdens Idfa

Jagged
Documentaire van Alison Klayman over Alanis Morissette, de Canadese zangeres. In 1995 brak ze – 21 jaar oud nog maar – door met het album Jagged Little Pill, waarvan 33 miljoen exemplaren werden verkocht. Een lang en openhartig interview vormt de ruggengraat van deze docu. Achteraf had Morissette spijt van die openhartigheid.

Hallelujah: Leonard Cohen, a Journey, a Song
Zeven jaar werkte Leonard Cohen aan Hallelujah, de song die aanvankelijk een zachte dood stierf, maar later een van zijn bekendste nummers werd. Onder meer door de versie die collega-singersongwriter Jeff Buckley er van opnam. Filmmakers Dan Geller en Dayna Godfine reconstueren de ontstaansgeschiedenis van Hallelujah. Veel niet eerder vertoond archiefmateriaal.

Lauren Garnier: Off the Record
Als jongen draaide Laurent Garnier op zijn kamer plaatjes onder een discobol. Een baantje als ober in de Franse ambassade in Londen bracht hem als achttienjarige in contact met housemuziek. Hij werd dj in de legendarische club The Haçienda en groeide uit tot een wereldster. Regisseur Gabin Rivoire portretteerde Garnier in Off the Record, waarin ook veel collega-dj’s aan het woord komen.

Zie voor speeltijden www.idfa.nl