PlusInterview

Kappen, hameren en beitelen – Ricus van de Coevering schrijft uitgebeende romans

Schrijver Ricus van de Coevering verhuisde drie jaar geleden vanuit Amsterdam naar Arnhem. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman De hooier, die zich afspeelt in Gelderse sferen.

Hans Gulpen
Ricus van de Coevering: ‘Ik werk als een beeldhouwer.’   Beeld Rolf Hensel
Ricus van de Coevering: ‘Ik werk als een beeldhouwer.’Beeld Rolf Hensel

De hooier van Ricus van de Coevering (47) speelt zich net als zijn eerste roman, Sneeuweieren, af op het platteland. Hoofdpersoon is Timo Vinck, die met zijn moeder in het dorpje Angelren woont, vlak bij de stad Oeverlee, waarin de lezer Zutphen zou kunnen herkennen.

Het verhaal ontrolt zich in een enkele dag, de dag waarop Timo wacht op het verlossende telefoontje van school. Is hij geslaagd voor zijn vwo-eindexamen?

Onderwijl is hij ten prooi aan twijfels over zijn toekomst. Timo wil biotechniek gaan studeren om zo een bijdrage te leveren aan de ‘vervolmaking’ van de mens, maar dat betekent dat hij zijn moeder alleen moet achterlaten. Zijn vader is het huis uit gevlucht, broer Ruben die een ernstige chromosomale aandoening had, is verongelukt.

Een ontmoeting met de cynische boer Horssen, die er ooit voor koos bij zijn moeder te blijven en nu met het leven worstelt op een verpieterende boerderij, laat Timo inzien wat wijsheid is.

“Tja, waar gaat het boek ook weer over?” vraagt Van de Coevering zich aan het begin van ons gesprek hardop af. “Als een boek af is, ben ik er ook klaar mee. Dan komt er bij wijze van spreken een eind aan een tijdperk en begin ik aan een nieuw. Ik lees ook nooit meer iets terug. Het is klaar. Maar goed, waar het in essentie in al mijn boeken over gaat is dood, liefde en verlangen, over lijden, verlies en vlucht.”

Rond die thema’s componeert hij uitgebeende romans, liefst in een landelijke setting. Dat Van de Coeverings wieg in De Peel stond, zal daar niet vreemd aan zijn.

Hij heeft De hooier opgedragen aan zijn moeder. “Ik begin aan een boek zonder vooropgezet plan. Het verhaal ontwikkelt zich terwijl ik schrijf. Gaandeweg ontdekte ik dat Timo en zijn moeder een hechte relatie hebben. Timo moet kiezen: verlaat hij het huis? Ik heb mijn moeder destijds achtergelaten, zij het onder minder dramatische omstandigheden”

“Ik was de laatste van ons gezin die het huis uitging. Dat moet toch ergens een verlies voor haar zijn geweest. Al schrijvende heb ik dat uitvergroot. Dus vond ik het mooi om het boek aan haar op te dragen.”

Hard bestaan

Het decor van De hooier en van Sneeuweieren is het Nederlandse platteland, waar kippen- en varkensboeren maar net het hoofd boven water kunnen houden en uiteindelijk ten onder gaan. Een hard bestaan, voor mens én dier. Niet zelden vliegt er een stal met levende have in de hens.

“Boeren hebben het niet makkelijk tegenwoordig, en de bio-industrie is een lelijke bedrijfstak. Dat vergroot ik uit, ik maak het dramatischer. Boeren zijn slachtoffers van de tijd, van de vooruitgang. Ik heb ook wel begrip voor die mensen. Ze proberen te roeien met de riemen die ze hebben. Ik laat trouwens ook de schoonheid zien van het land, van de ruimte, de rivier. Het is niet alleen kommer en kwel.”

Eindexamenscholier Timo dweept met de Duitse cultuur, met de snoeiharde muziek van Rammstein, met de symfonische bombast van Richard Strauss, vooral ook met de filosoof Nietzsche, de geestelijk vader van de Übermensch, van wie hij spreuken boven zijn bed heeft hangen.

Dat heeft, zegt Van de Coevering, te maken met Timo’s droom over een ‘hoogbegaafd toekomstwezen’, waaraan hij als wetenschapper wil gaan sleutelen. Die droom zal zeker zijn gevoed door zijn broer, ‘gekke, mislukte Ruben’. De weifelachtige Timo vindt in het boek een equivalent in het beeld van de hooier, een landbouwmachine die het gemaaide hooi keert opdat het beter droogt. ‘Het dompige moest boven’, staat er dan. Eén korte zin die veel, zo niet alles zegt.

Zuinige schrijver

Van de Coevering is een zuinige schrijver. Over zijn laatste twee boeken deed hij elk zeven jaar. Een halve bladzijde per week, zo leert een snelle rekensom. Hij vindt het ‘geen slecht moyenne’.

“Er gaat bij mij nu eenmaal veel tijd in zitten. Dat komt door mijn manier van schrijven, zonder plan of schema, met een idee dat werkende weg groeit. Ik werk als een beeldhouwer. Ik schrijf vier- à vijfhonderd bladzijden en begin dan te kappen, te hameren en te beitelen tot er nog 40 procent van over is. Daar blaas ik dan nog eens het stof vanaf. Dan houd je een boek van 170, 180 pagina’s over. Bondigheid is mijn kracht.”

De hooier van Ricus van de Coevering Beeld -
De hooier van Ricus van de CoeveringBeeld -

Ricus van de Coevering,

De hooier.

Atlas Contact,

€19,99,

176 blz.

Meer over