PlusInterview

Kader Abdolah vond zichzelf de geknipte schrijver voor deze roman over een verhard Nederland: ‘Er moet dringend iets veranderen’

Schrijver Kader Abdolah: ‘De koloniale attitude is hier misschien wel verdwenen, maar het gif ervan is nog aanwezig in de blik van de westerling.’ Beeld ANP / Jan Boeve
Schrijver Kader Abdolah: ‘De koloniale attitude is hier misschien wel verdwenen, maar het gif ervan is nog aanwezig in de blik van de westerling.’Beeld ANP / Jan Boeve

Kader Abdolah (67) schreef een boek waarin hij de verstarde kunstsector koppelt aan de Marokkaanse prostitutie- en drugswereld. ‘Ik toon alleen de waarheid van onze tijd.’

Marnix Verplancke

“Wat wil een mens meer dan de plek vinden waar hij zich thuis voelt en gelukkig is?” vraagt Kader Abdolah op retorische wijze. “Alleen is die plek blijkbaar moeilijk te vinden. We zijn naar de maan geweest en binnenkort willen we naar Mars. We blijven maar zoeken.”

“En waarom vinden we niets? Omdat we in feite op zoek zijn naar de plek waar we vandaan komen. We willen niet alleen weten wat er na de big bang is gebeurd, maar ook wat ervoor gebeurde. Dat is waar Ayşe, Isayas, Pieter, Ramona en uiteindelijk ook Kader Abdolah naar zoeken.”

Ayşe, Isayas, Pieter en Ramona spelen de hoofdrollen in Abdolahs nieuwe roman Op zoek naar Ramona, waarin de Amsterdamse kunstschilder Pieter Rademaker met een dubbele crisis wordt geconfronteerd. Niet alleen merkt hij dat hij artistiek rondjes draait, met lede ogen moet hij ook toezien hoe zijn dochter Ramona op het foute pad belandt.

Ze is door de Turkse prostituee Ayşe geronseld en komt zo in het net van een stel Marokkanen terecht die haar ook inzetten als drugskoerier. En dan is er nog Isayas, een illegale Ethiopische kunstenaar, met wie Pieter een vruchtbare samenwerking aangaat.

Op zoek naar Ramona is een roman over een veranderend land bewoond door een veranderende bevolking met veranderende gebruiken.“Bijna dertig jaar geleden kwam ik als Iraanse vluchteling in Nederland aan. Ik kreeg een huis in Zwolle en was de eerste immigrant van de wijk. Onze buren hadden nog nooit een man met zo’n grote zwarte snor gezien, maar ze waren heel open en verwelkomend.”

“Op een dag stond een jonge vrouw met twee kinderen voor de deur. Zouden wij jullie vrienden kunnen worden, vroeg ze. Vergelijk dat eens met vandaag. Nederland is fundamenteel veranderd, net als de rest van Europa trouwens. De Nederlandse literatuur was rijp voor een roman die deze veranderingen zou thematiseren, en ik vond dat Kader Abdolah de geknipte man was om die roman te schrijven.”

Pieter ligt goed bij de culturele elite van de academies en de musea, maar hij heeft geen enkel besef van wat er zich buiten zijn atelier afspeelt. Is diversiteit een vreemd begrip in artistieke kringen?

“De voorbije dertig jaar heb ik vooral heel veel gehoord over de dierbare Van Gogh, Rembrandt en Mondriaan. Dat zijn fantastische schilders, maar wat me tegenstaat is dat het lijkt alsof we het tot het einde der tijden met deze drie zullen moeten stellen. Er moet dringend iets veranderen. In de literatuur is dat besef al langer doorgedrongen, maar de beeldende kunst hinkt wat dit betreft achterop.”

Waarom voert u in uw boek Wim Fijbes op, directeur van het Rijksmuseum, een duidelijke verwijzing naar de vorige directeur Wim Pijbes?

“Waarom maak je vijanden voor jezelf, bedoel je wellicht.” Lacht. “Met alle respect voor Pijbes, maar mijn Fijbes vertegenwoordigt de oude manier van kijken naar kunst. Hij is populair geworden en doet alsof hij de veranderende wereld snapt, maar hij draagt in feite dezelfde conservatieve smaak van weleer uit. ”

Ook Pieter kijkt nog met de oude blik naar Ayşe, die zijn model wordt. Gaan wij nog te veel op zoek naar het exotische en het erotische in andere culturen?

“De koloniale attitude is hier misschien wel verdwenen, maar het gif ervan is nog aanwezig in de blik van de westerling. Ook ik zag Ayşe aanvankelijk alleen maar als een hoertje. Door me in haar te verdiepen, zag ik echter dat ze ook een cultuur met zich meedroeg, een rijke cultuur, die van de dichter Rumi. Maar Pieter komt uiteindelijk tot inzicht. Hij wil aan die blik ontsnappen en een Van Gogh van zijn eigen tijd worden.”

Ook al wordt hij door een aantal Marokkaanse columnisten van racisme beschuldigd?

“Ja. En het is best mogelijk dat mij met dit boek hetzelfde lot te wachten staat. Ik zie het zo al staan in de krant: Kader Abdolah heeft zijn ziel verkocht aan de Hollanders om de Marokkanen onderuit te halen. Maar ik toon alleen de waarheid van onze tijd. Marokkanen zijn heel aanwezig in onze samenleving en wat ze doen mag duidelijk gezegd worden, zowel het positieve als het negatieve, net zoals we dat met de witte Nederlanders doen.”

“Kijk, ik ben geen Nederlander. Ik ben een Perzische schrijver die verrijkt is door de Nederlandse cultuur. Ik hou van dit land, maar omdat mijn kinderen en kleinkinderen hier hun hele leven zullen wonen, mag ik er ook mijn mening over geven.”

En die is niet mals?

“Hoe ik die Marokkanen beschrijf, is gewoon de realiteit. Zij zitten in de prostitutie- en drugswereld en ik heb ook zelf harde klappen van hen gekregen. Zo zit onze samenleving vandaag nu eenmaal in elkaar. Schrijvers moeten dat durven te tonen. We moeten het woord niet alleen aan Geert Wilders overlaten. Hij gebruikt dat immers louter om politieke doelen te bereiken. Terwijl de literatuur iets kan tonen zonder daarbij meteen politieke doelen te hebben. Kader Abdolah heeft de maatschappij alleen maar een spiegel voorgehouden. Of mensen die willen kapotslaan of iets aan zichzelf willen veranderen, moeten zij zelf maar uitmaken.”

Kader Abdolah: Op zoek naar Ramona, Prometheus, €22,50, 336 blz.