PlusTen slotte

Jon Hassell (1937-2021) maakte op zijn manier ‘Vierde Wereldmuziek’

Componist en trompettist Jon Hassell speelde mee op platen van Talking Heads en David Sylvian. En trompettisten als Eric Vloeimans en Arve Hendriksen zijn sterk door hem beïnvloed. Zaterdag overleed hij op 84-jarige leeftijd.

Erik Voermans
Jon Hassell tijdens een optreden in New York in 2009. Beeld Getty Images
Jon Hassell tijdens een optreden in New York in 2009.Beeld Getty Images

Het was te danken aan Bitches Brew van Miles Davis dat de Amerikaanse musicus, componist en musicoloog Jon Hassell, de zoon van een cornetspeler uit Memphis, tegen het einde van de jaren zestig de trompet weer ter hand nam. Daarvoor was hij vooral bezig met elektronische muziek, in de voetsporen van Karlheinz Stockhausen, bij wie hij twee jaar had gestudeerd, als gevolg van een grote bewondering voor het werk Gesang der Jünglinge. In Keulen sloot hij vriendschappen met mensen als Irmin Schmidt en Holger Czukay van de band Can en nam hij voor het eerst lsd.

Trompet

Terug in Amerika belandde hij in de scene van oerminimalist Terry Riley. Hij speelde trompet op de eerste plaatopname van de beroemde minimalcompositie In C en dompelde zich in New York onder in de wereld van La Monte Young en zijn Dream House. Via Riley leerde hij de Indiase zanger Pandit Pran Nath kennen, van wie hij zo onder de indruk raakte, dat hij ook bij hem lessen nam.

En zo boetseerde Hassell gestaag aan een geheel eigen klankwereld, waarin jazz, modern-klassiek, raga’s en andere ethnische muziek, compositie en improvisatie samensmolten tot muziek die hij op zijn doorbraakalbum uit 1980, Fourth World, Vol. 1: Possible Musics, (een samenwerking met Brian Eno) Vierde Wereldmuziek noemde – klanken uit de derde wereld + apparatuur uit de eerste wereld.

“Ik wilde de essentie van mijn werk in een journalistieke term vatten,” zei hij in deze krant. “Fourth World Music is de inventieve combinatie van verschillende traditionele muziekstijlen - en dat kan ook die van onze eigen cultuur zijn. Wat wij in het westen als ‘klassieke muziek’ beschouwen, is in feite niet meer dan een kleine groep planten in een enorme, veelkleurige tuin. Maar de aandacht voor die kleine groep planten is buitenproportioneel. De partiele blindheid die daarvan het gevolg is, heb ik altijd betreurd. Ik laat me inspireren door etnische muziek. Authenticiteit streef ik daarbij op geen enkele manier na. Het gaat puur om de verbeeldingskracht; ik wil imaginaire werelden scheppen.”

Wahwah

Hassell bespeelde zijn trompet met effecten als de wahwah, in navolging van Miles, maar ging uiteindelijk veel verder. Met harmonizers en andere elektronische middelen en veel valse lucht kwam hij met een hyper-atmosferische, ambient trompetsound. Hij vond zelf Aka Darbari-Java een van de meest geslaagde voorbeelden van wat hem voor ogen zweefde: de tonen van een Indiase raga, gespeeld op zijn elektronisch gemodificeerde trompet, gecombineerd met Senegalese drumpatronen, gamelan-muziek en Hollywood-orkestraties. De Engelse musicoloog Richard Toop bedacht er ooit de mooiste korte omschrijving voor: ethnographic surrealism.

Zijn totale eclecticisme bleef niet onopgemerkt. Vooral in de popmuziek wisten ze hem te vinden. Hij speelde mee op platen van de Talking Heads (Remain in light), David Sylvian (Brilliant trees) en op soundtracks die hij met Ry Cooder en Peter Gabriel maakte.

Trompettisten als Eric Vloeimans en Arve Hendriksen zijn sterk door Hassell beïnvloed.

Hassell kwakkelde al een tijd met zijn gezondheid. Zaterdag overleed hij, op zijn 84ste.

Meer over