Jazz: Art Ensemble of Chicago - soundtrack Les stances à Sophie ****

In 1970 maakte regisseur Moshe Mizrahi de film Les stances à Sophie in Parijs. Later zou hij zijn naam vestigen met de verfilming van het boek La vie devant soi, maar destijds was het sappelen voor Mizrahi. De feministische nouvelle vaguefilm, over Céline, een vrouw die zich opgesloten voelt in haar huwelijk, maar zich vrij vecht, flopte totaal. Dat had niet veel te maken met de kwaliteit of onderwerp van het verhaal, hoewel het ook weer niet briljant is, maar met geld. De producent was al failliet voordat de film uitkwam. Les stances à Sophie werd daarom nauwelijks gedistribueerd, en vervolgens vergeten.

Bijzonder genoeg kreeg de soundtrack van de film, gemaakt door The Art Ensemble of Chicago (AECO) een cultstatus onder muzikanten. Mizrahi leerde het Amerikaanse freejazzensemble kennen via een vriend, in wiens appartement het overnachtte tijdens een verblijf in Parijs. Het AECO, dat toen bestond uit Lester Bowie, Joseph Jarman, Roscoe Mitchell, Malachi Favors en Don Moye, kwam in 1969 op uitnodiging naar Frankrijk en bleef vervolgens nog twee jaar in Europa.

Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten waren in die tijd dol op Parijs, waar ze veel meer artistieke vrijheid bij Franse platenmaatschappijen als BYG en Actuel kregen dan in Amerika.

Die vrijheid was essentieel, want er was een revolutie uitgebroken in de zwarte jazzscene. Muhal Richard Abrams had in 1965 de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM) opgericht in Chicago. Muzikanten die daarbij waren aangesloten, gaven les in zwarte muziek en hun geschiedenis, en dienden als spirituele gidsen voor de jeugd. Het belangrijkste doel was de rol van de zwarte jazzmuzikant van entertainer in artiest te veranderen, en niet langer gezien te worden als de vrolijk dansende neger met zijn vrolijke negermuziek. Sun Ra begon een zelfde soort beweging met zijn Arkestra in New York.

Tijdens het verblijf in Frankrijk droeg het AECO de revolutionaire ideeën uit, die al eerder waren voorgebakken door Ornette Coleman, John Coltrane en Albert Ayler. Het AECO had standing. Het werd gezien als baanbrekend in de vervaging van grenzen tussen jazz, blues, klassiek, Afrikaanse en moderne muziek. Het AECO sprak dan ook niet van jazz, maar van 'creatieve muziek' of van 'grootse zwarte muziek - oudheid tot toekomst'.

Mizrahi, een vrijdenkend man - alleen al gezien zijn affiniteit met het feminisme - was ook onder de indruk toen hij het ensemble een paar keer had zien optreden. Hij wist meteen dat het AECO de soundtrack van zijn film moest maken. Er was alleen een probleem. Het AECO moest twee weken later Frankrijk verlaten en het filmen was nog niet eens begonnen.

Mizrahi had de thema's van de film over de feministe al wel in zijn hoofd en hij had grofweg een lijst van plaatsen in Parijs waar hij de scènes wilde draaien. Die informatie droeg hij over aan de muzikanten en die maakten een soundtrack, zonder ook maar een beeld van de film te zien.

In 22 juli 1970 werd de soundtrack opgenomen in Parijs en uitgebracht op het kleine onafhankelijke Nessa label in de VS en op EMI in Frankrijk. Omdat het album in de loop van de tijd steeds meer een cultstatus verwierf, kwam Soul Jazz Records in 2000 met een heruitgave van de cd. Bijna veertig jaar later is de film nu dan dus ook op dvd verschenen.

Het aardige is nu, dat mensen die normaal gaan steigeren als ze het woord freejazz horen, en die de muziek van het AECO nooit en te nimmer in hun cd-speler zullen stoppen, bij het kijken naar de film de muziek ongemerkt in zich op zullen nemen.

Mizrahi heeft een knap staaltje werk afgeleverd in de montagekamer, want je zou werkelijk niet zeggen dat de soundtrack niet letterlijk onder de scènes is geschreven.

De muziek maakt deel uit van het hoofdpersonage Céline. De film doet het grotendeels zonder muziek, maar op cruciale momenten in Célines leven kleurt het AECO haar wereld.

De film opent met een bezwerende fluit, geratel, percussie. Céline steekt een straat over en wordt aangereden door een man. Met die man, Philippe, zal ze trouwen.

In de volgende scène zien we Céline in haar hippiehuis. De muziek geeft aan hoe vrij zij zich voelt. Ze rookt een joint, zoent met wie ze maar wil en droomt de lekkerste dromen.

Een nog meer cruciale scène is als Céline gaat trouwen met Philippe, een man van wie ze niet achter het stuur van zijn nieuwe auto mag zitten, omdat ze die toch maar zou beschadigen. Een man die haar geestelijk verlamt.

Geweldige scène. Op de chique huwelijksreceptie vol protocollen legt hippievriend Bruno een elpee op de platenspeler. Duistere pianomuziek klinkt. En Bruno ziet: ''Oh shit, verkeerde kant van de plaat! Dit is een begrafenismars.''

De bruiloftsmuziek staat op kant B. En dan klinken de lekker spetterende toeters en bellen van het AECO, even vrijgevochten als Céline in het diepst van haar ziel is. (MAARTJE DEN BREEJEN)

null Beeld
Meer over