PlusBoekrecensie

Jaap Scholten is een slimme schrijver, maar brengt zijn boek uit evenwicht

Stork-jongens in hun vrije tijd bij de HVA-suikerplantages.Beeld Collectie Ankoné

Suikerbastaard is een vreemd boek. Het is gemengde fictie en non-fictie. Op het omslag staat roman, maar het verhaal is ‘gebaseerd op het Ethiopische avontuur van de Handelsvereniging Amsterdam (HVA) en Koninklijke Machinefabriek Gebr. Stork & Co (…) die in de periode 1951-1978 naar Afrika gingen om er suikerfabrieken te bouwen en te onderhouden’.

Schrijver Jaap Scholten komt uit een familie van Twentse industriëlen. Over zijn oudoom, avonturier Chuck Stork, schreef hij het non-fictieboek Horizon City. ‘In eerste instantie wilde ik dit familieverhaal als fictie presenteren, maar het materiaal was zo uniek dat ik gekozen heb voor een literaire documentaire.’ Het leverde een fantastisch boek op, waarvan je het verhaal niet zou geloven als het niet waar was.

Frederik Spengler

Suikerbastaard had een Horizon City kunnen zijn. Familie van Scholten die bij de bouw van suikerfabrieken in Afrika is betrokken; dat moet een interessant verhaal opleveren, ook als hij, net als in Horizon City, zijn eigen documentairestem erin zou laten horen. Maar deze keer maakte Scholten er wel fictie van. De Ethiopiër Dawit Balthasar zegt in het televisieprogramma Spoorloos dat hij een zoon is van Balthasar Dupont, de grootvader van de ik-verteller Frederik Spengler.

Ha! Die Frederik kennen we uit de goede roman De wet van Spengler (2008) en uit Tachtig, Scholtens romandebuut uit 1995, al heet hij in dat boek nog Frederik van H. Toch een van mijn favoriete personages in de literatuur, die Frederik, waarin we natuurlijk Jaap Scholten zelf mogen zien (dit jaar is het 25 jaar geleden dat Tachtig verscheen: feestelijke herdruk!).

In de proloog van Suikerbastaard zet Scholten op fraaie wijze in nog geen vijftien bladzijden zijn familie neer, en hoe die over de ‘bastaardzoon’ denkt. Frederik heeft zich opgeworpen in Ethiopië op zoek te gaan naar deze Dawit en te kijken of diens claim klopt. De zoektocht naar de ‘suikerbastaard’ onderneemt Frederik, zoals we in het eerste deel lezen, met jeugdliefde Mila. In het tweede deel vertelt Scholten de geschiedenis van de suikerfabrieken in wat toen nog Abessinië heette, en over hoe het er in het land, geregeerd door keizer Haile Selassie, aan toeging. Hij citeert uit brieven van de Nederlandse technici, ‘de Stork-jongens’. En net als in Horizon City verluchtigt Scholten de tekst met foto’s, wat het non-fictiegehalte alleen maar versterkt. In het derde deel draait het om Mila, die natuurlijk niet zomaar met Frederik is meegegaan naar Ethiopië.

Matig interessant

Zou het zonder fictie, deel I en III (de zoektocht van Frederik en Mila), een goed non-fictieboek zijn geworden? Of zonder non-fictie, deel II (over de suikerfabrieken in Ethiopië, Scholten ging er twee keer naartoe op studiereis), een goede roman?

Scholten is wel zo’n slimme schrijver dat de delen niet helemaal zonder elkaar kunnen. Maar het brengt wel het boek uit evenwicht. Het lange, tweede deel is matig interessant en langdradig, het prachtige eerste en derde deel tonen de kracht van de romancier Scholten. En dat zijn zonder twijfel de beste delen van deze ‘roman’.

Fictie Jaap Scholten Suikerbastaard Pluim/AFdH, €26,50 576 blz
Meer over