PlusMuziekrecensie

In een ronkend synthesizerpaleis grijpt Bonnie Tyler terug op de glorie van de jaren tachtig

Stefan Raatgever
Bonnie Tyler, The Best is Yet to Come. Beeld
Bonnie Tyler, The Best is Yet to Come.

Verdwaald oogde ze in 2013 op het Eurovisie Songfestival. Met kaarslichtballade Believe in Me, die begin jaren negentig al niet meer hip was geweest, marcheerde Bonnie Tyler woest zwaaiend richting een voor haar statuur vrij beschamende negentiende plaats. Liep hier een roemruchte carrière – wie galmde er in de plaatselijke discotheek nooit mee met Total Eclipse of the Heart? – op zijn eind?

Tyler – in juni wordt ze zeventig – denkt daar heel anders over en noemde haar achttiende studioalbum daadkrachtig The Best is Yet to Come. Uiteraard, die voorspelling zal qua hitsucces niet uitkomen, maar Tyler klinkt allerminst opgebrand op deze liedjes die nadrukkelijk teruggrijpen op de glorie van de vroege jaren tachtig. Een ronkend synthesizerpaleis heeft producer David Mackay, die eind jaren zeventig ook al twee platen met Tyler maakte, voor de zangeres opgebouwd.

Hij leverde ook composities aan, waarvan de titeltrack een heerlijke nostalgietrip is geworden waarop Tyler heser klinkt dan ooit te voren. Dreams Are not Enough klinkt daarna als een ongegeneerde remake van Belinda Carlisles Heaven is a Place on Earth. Met covers van 10CC’s I’m Not in Love en Catch the Wind van Donovan is originaliteit wel het laatste waar Tyler oog voor had, maar levenslustig is het album absoluut.

Rock

Bonnie Tyler
The Best is Yet to Come
(Edel Records)

Meer over