PlusFilmrecensie

In docu Collective blijkt de gezondheidszorg dodelijker dan vuur

Alexander Nanau (41) documenteert in Collective de brand die in 2015 een Roemeense nachtclub verwoestte. Stap voor stap wordt duidelijk dat de corrupte gezondheidszorg – en niet de verwondingen – de meeste slachtoffers veroorzaakte.

Redacteur Mirela Neag en hoofdredacteur Catalin Tolontan van de Gazeta Sporturilor.

De documentaire Collective kan bogen op een van de meest indrukwekkende openingssalvo’s van het filmjaar. Regisseur Alexander Nanau begint nog wat braaf, in een vrij traditionele documentairemodus. Via nieuwsbeelden legt hij de feiten op tafel over de brand in club Collectiv in Boekarest op 30 oktober 2015, waarbij tientallen mensen omkwamen.

Maar net als die veilige reportagetoon is gezet snijdt ­Nanau, als een klap in het gezicht, naar beelden van de brand zelf, door een bezoeker van de club gefilmd op een mobieltje. Om precies te zijn zien we het moment waarop de brand begint, aan het spectaculaire slot van de set van metalband Goodbye to Gravity. Het (illegale) vuurwerk op het podium slaat over op de piepschuimen geluidswering op het plafond, en vervolgens staat binnen enkele seconden alles in lichterlaaie. Het zijn schokkende, op meerdere manieren adembenemende beelden. Nanau grijpt er ­effectief de aandacht van de kijker mee, en laat die vervolgens dik anderhalf uur niet meer los.

De brand in Collectiv doet aan het oppervlak denken aan die in de Volendamse kroeg Het Hemeltje in de nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001: een kleine ruimte met veel meer publiek dan was toegestaan, een tekort aan brandwering, gebrek aan vluchtroutes. Ook het vervolg is ­bekend: lokaal drama dat al snel uitgroeit tot nationale tragedie.

Het grote verschil zit in de nasleep: door het vergrootglas dat op het drama ligt, komt na de brand in Collectiv grootschalige corruptie in de Roemeense overheid en gezondheidszorg aan het licht.

Meer dan de brand zelf is het die nasleep waarop Nanau zich in Collective richt. Daarbij blijken zowel het groeps­gevoel dat de naam van de club uitdraagt, als het feit dat in het lied dat werd gespeeld toen de brand uitbrak een felle aanklacht tegen corruptie weerklonk, goed voor een flinke lading ironie.

Aanzwellende protesten

Van de 64 doden die de Collectivbrand eiste, stierven er 38 pas later, onder behandeling in verschillende Roemeense en internationale ziekenhuizen. Meerdere ­slachtoffers stierven niet aan hun verwondingen, maar aan een bacteriële infectie die zij in een Roemeens ziekenhuis opliepen. Nanau toont stap voor stap de onthullingen, waarbij ­uiteindelijk aan het licht komt dat in ­Roemeense ziekenhuizen massaal werd gesjoemeld met desinfecterende middelen, met medeweten van diverse controlerende ­instanties.

Als een fly on the wall observeert Nanau, die ook zelf het camerawerk verzorgde, meerdere betrokkenen. Hij begint bij de slachtoffers. Een belangrijke rode draad in Collective volgt Tedy Ursuleanu, die gewond raakte in de brand en nu de fysieke en psychologische schade probeert te ­verwerken. Haar kracht en opstandigheid maken haar langzaam maar zeker tot een symbool voor de aanzwellende protesten.

Wanneer die protesten leiden tot het aftreden van een deel van de regering, en er een tijdelijk ’technocratisch ­bestuur’ aantreedt, krijgt Nanau ook toegang tot de ­re­geringskamers. Voormalig burgerrechtenactivist Vlad Voiculescu wordt minister van gezondheidszorg, en ­Nanau volgt van dichtbij diens pogingen om het door en door verrotte systeem op te schonen. ‘Laten we ze allemaal ontslaan’, is zijn eerste impuls, maar zo simpel is het natuurlijk niet. Van alle kanten worden zijn pogingen tot hervorming tegengewerkt.

Journalistieke titanenstrijd

Maar de belangrijkste lijn van de film volgt de journalisten van de Gazeta Sporturilor. “De beste verslaggeving komt van de sportkrant, zo erg is het met onze pers,” schampert een ambtenaar in de film. Maar hoofdredacteur Catalin Tolontan en zijn journalisten bijten zich als bloedhonden vast in de zaak en krijgen stukje bij beetje de waarheid boven tafel. Hun grijsgrauwe en rommelige kantoortje heeft misschien niet de glamour van journa­listieke Hollywoodfilms als All the President’s Men en The Post, en Tolontan is bepaald geen Robert Redford. Maar de journalistieke titanenstrijd die we hier in real­time volgen, kan zich qua spanning zeker meten met die klassiekers.

In zekere zin is met deze film de cirkel rond voor de Roemeense new wave, de filmstroming die sinds de vroege ­jaren nul op filmfestivals wordt gevierd. De losjes samenhangende stroming verenigt films met een realistische toon en zwartkomisch gemoed, die pijnlijk scherp de ­tekortkomingen van het postcommunistische Roemenië blootleggen.

Pijnlijk realistisch

Een van de grondleggers van die stroming was The Death of Mr. Lăzărescu van Cristi Puiu uit 2005, waarin een zieke oude man van ziekenhuis naar ziekenhuis wordt gesleept omdat de artsen hem telkens weigeren te verzorgen. Die zwartkomische satire krijgt met Collective een pijnlijk ­realistische tegenhanger, en benadrukt zo tussen de regels door ook dat er in de tussenliggende vijftien jaar bar weinig is veranderd.

Wie dat af wil doen als een specifiek Roemeens probleem, wordt gelogenstraft door de slotakte van Collective, als zich in 2016 verkiezingen aandienen. Messcherp toont Nanau hier de processen waarmee alles bij het oude ­gehouden wordt – van leugens in de media tot beloftes van belastingverlaging. De strijd van Tolontan, zijn ­col­legajournalisten, de vele klokkenluiders uit de zorg, de slachtoffers en nabestaanden – het dreigt te verworden tot sisyfusarbeid tegen een vrijwel onwrikbare status quo. En dat besef is zeker niet alleen relevant voor Roemenië.

Collective

Regie Alexander Nanau
Te zien in De Balie, Eye, Kriterion

Meer over