PlusAchtergrond

In de krankzinnige maanden na de oorlog vervaagde in Westerbork de grens tussen goed en kwaad

In de maanden rond de bevrijding leefden in doorgangskamp Westerbork nog niet vrijgelaten Joodse gevangen naast van collaboratie verdachte Nederlanders. Soms moesten zij hen zelfs bewaken. De documentaire Oorlog in Westerbork vertelt hoe dat onvermijdelijk fout ging.

Stefan Raatgever
De woning in Westerbork waar de beruchte Duitse commandant Gemmeker woonde, voor hij op 11 april 1945 halsoverkop vluchtte. Beeld KRO-NCRV
De woning in Westerbork waar de beruchte Duitse commandant Gemmeker woonde, voor hij op 11 april 1945 halsoverkop vluchtte.Beeld KRO-NCRV

Het is een oorlogsgeschiedenis zonder helden. Een vertelling waarbij de scheidslijn tussen goed en kwaad vervaagt tot hij amper meer te zien is. Een verhaal ook dat waarschijnlijk juist daardoor goeddeels werd vergeten.

De feiten die journalist Frénk van der Linden in zijn documentaire Oorlog in Westerbork presenteert zijn echter onweerlegbaar en tonen daarmee onomstotelijk aan hoe zwart die episode in de Nederlandse geschiedenis is.

Als de Canadezen in april 1945 naderen zitten in Westerbork, door de nazi’s in gebruik om Joodse gevangenen af te voeren naar de concentratiekampen in het oosten, nog bijna 900 Joden vast. De beruchte Duitse commandant Gemmeker vlucht op 11 april halsoverkop. Een dag later marcheren de bevrijders binnen. De Joodse gevangenen mogen echter niet naar huis. Eerst moet, zo vinden de geallieerden, worden uitgezocht wat de reden is dat zij niet op transport zijn gezet. Hebben zij wellicht met de vijand samengewerkt?

Verpersoonlijking van het kwaad

Het is het begin van een krankzinnige paar maanden waarin de Joden in het kamp moeten leven naast nieuw binnengebrachte gevangenen. Deze arrestanten worden van collaboratie verdacht. Ze waren lid van de NSB, heulden met de vijand of waren in enkele gevallen zelfs Jodenjagers geweest. Hun aantal groeit snel naar 9000. Voor de Joden in het kamp moeten zij de verpersoonlijking van het kwaad zijn geweest.

Maar omdat het Nederlandse Militaire Gezag over weinig personeel beschikt, dwingt het toch enkele tientallen Joden als bewakers van de mogelijke collaborateurs te fungeren. Onder hen zijn kinderen, zoals Ed van Thijn, de latere burgemeester van Amsterdam. In een interview uit het archief van Westerbork vertelt hij hoe hij als 10-jarige een knuppel in de handen kreeg gedrukt om een tiental veronderstelde NSB’ers in het gareel te houden. Verbaasd stelt hij dat de gevangenen zonder morren zijn gezag accepteerden.

Tbc of dysenterie

Het gaat niet altijd zo geweldloos. Oorlog in Westerbork haalt, soms huiveringwekkende, getuigenissen naar boven over vernederingen, verkrachtingen en marteling van collaborateurs. Die nemen toe in frequentie en ernst als na een maand de – door prins Bernhard gesteunde – Binnenlandse Strijdkrachten komen helpen met de bewaking. Journalist Koos Groen, die een boek schreef over Westerbork, zegt in de film: “Die mensen zijn behandeld op een manier die rechtstreeks van de nazi’s was afgekeken.”

Pas eind augustus wordt de orde in het kamp hersteld. Er zijn dan zeker 89 collaboratieverdachten overleden. Officieel allemaal aan ziektes als tbc of dysenterie. Over de werkelijke achtergronden kan de kijker, juist door de neutrale en journalistiek diepgravende benadering van Oorlog in Westerbork, zijn eigen conclusies trekken. Hetzelfde geldt voor het antwoord op de vraag die onvermijdelijk boven de verschrikkingen hangt: wat had ik zelf in die situatie gedaan?

Oorlog in Westerbork, april-september 1945. Maandag, 20.25 uur op NPO 2.

‘Pas later zie je dat er meer was dan zwart en wit’

Journalist Frénk van der Linden (64) werkte anderhalf jaar lang aan Oorlog in Westerbork. Hij wil bijdragen aan een onafhankelijker blik op de Nederlandse geschiedenis.

Het onderwerp van de film lag lang te gevoelig om openlijk te bediscussiëren. Hoe is dat nu?
“Ik heb geworsteld met de vrees over de reactie uit de Joodse gemeenschap. Heel veel mensen kampen nog steeds met oorlogswonden. Ik ben extreem zorgvuldig te werk gegaan om te voorkomen dat die nodeloos worden opengehaald en heb de documentaire na afloop aan 40 deskundigen en betrokkenen voorgelegd.”

Waarom was nu, 77 jaar na dato, het moment daar om wel in kaart te brengen wat er precies is gebeurd?
“We komen in Nederland in een periode waarin we met meer distantie onze eigen geschiedenis onder ogen kunnen komen. Kijk naar het recente rapport over wat er eind jaren veertig in Indonesië is gebeurd. Blijkbaar is er een eeuwigheid en een nieuwe generatie nodig om het complete verhaal te vertellen. Het is logisch dat kort na zo’n traumatische gebeurtenis de geschiedenis nog volledig in ‘goed’ en ‘kwaad’ wordt geschilderd. Pas later zie je dat er meer was dan zwart en wit.”

Wat vond u de belangrijkste conclusie?
“Er zijn in die maanden zeker 89 van collaboratie verdachte Nederlanders omgekomen toen ze werden bewaakt door Joden en verzetsstrijders. Ik zou zelf de lijn van Westerborkonderzoeker Bas Kortholt aanhouden. Hij wijt het overlijden van die mensen aan een cocktail van ondervoeding, gebrek aan hygiëne, dwangarbeid en mishandeling, noem het marteling. Maar wat er precies is gebeurd is vaak niet meer met zekerheid vast te stellen.”

In de documentaire komt een flink deel van de verantwoordelijkheid voor de misdragingen te liggen bij de Binnenlandse Strijdkrachten die Westerbork bewaakten. Niemand spreekt namens hen. Waarom niet?
“We hadden het heel graag gewild, maar hebben spijtig genoeg niemand kunnen vinden. De Binnenlandse Strijdkrachten waren in die tijd, overdreven gezegd, een ongeregeld zooitje. Ze trokken zich niets aan van bevelen van de kampleiding. De documentaire laat zien wat voor chaos het toentertijd in het kamp was. Het gevolg daarvan is helaas dat voor de administratie hetzelfde gold. Zelfs in het archief van Westerbork zijn geen namen te vinden.”

Frénk van der Linden: ‘We komen in Nederland in een periode waarin we met meer distantie onze eigen geschiedenis onder ogen kunnen komen.’ Beeld Ben Kleyn
Frénk van der Linden: ‘We komen in Nederland in een periode waarin we met meer distantie onze eigen geschiedenis onder ogen kunnen komen.’Beeld Ben Kleyn
Meer over