PlusInterview

‘Ik wil dodo, sterf hier solo, als een nono’: zo zag je een toneelstuk van Joost van den Vondel nog nooit

Romijn Scholten als Lucifer (staand) en Tijn Panis als Beëlzebub in Recht Op De Hemel op het Stenen Hoofd. Beeld Tibor Dieters
Romijn Scholten als Lucifer (staand) en Tijn Panis als Beëlzebub in Recht Op De Hemel op het Stenen Hoofd.Beeld Tibor Dieters

De geprivilegieerde witte man valt uit de hemel: het is het moderne jasje waarin Collectief Blauwdruk het zeventiende-eeuwse stuk Lucifer van Joost van den Vondel hijst. Hertaald, speels in eigenzinnig Nederlands-Latijn en op locatie op het Stenen Hoofd. Hoogdravend kan ook toegankelijk zijn.

Lorianne van Gelder

De engel is uit de hemel gevallen, neergeploft op een grote hoop zand (8 kuub om precies te zijn). De hoop zand ligt op het Stenen Hoofd, omgeven door water, een decor van schepen en nieuwbouw, en hondenpoep. Het is een heerlijk openingsbeeld van de hernomen voorstelling Recht op de Hemel - Een Lucifer op aarde van Collectief Blauwdruk, een van de leukste, jonge theatergroepen van dit moment.

Vorig jaar speelden ze deze hertaling en bewerking van Lucifer (1654) van Joost van den Vondel in het Amsterdamse Bos en in Heiloo. Het enthousiasme over het spektakel was zo groot, dat er naarstig is gezocht naar een nieuwe plaats om het op te voeren, en dat werd het Stenen Hoofd, waar buitenfilmfestival Pluk de nacht altijd wordt gehouden. Negentien dagen lang spelen de drie acteurs (Romijn Scholten, Tijn Panis en Bram Walter - het vierde lid is Emma van Zandvoort, creatief producent) van het collectief de engelen Lucifer, Beëlzebub en Gabriël.

De locatie is al theatraal, maar het is vooral de taal die opvalt. De leden van Collectief Blauwdruk leerden elkaar kennen op de Toneelschool Arnhem en vonden elkaar in hun totale ‘nerdy’ obsessie voor taal. Vondels toneelstukken worden niet vaak meer gespeeld, al is hij onze grootste toneelschrijver, maar dat is niet voor niets: die stukken zijn namelijk ‘niet om doorheen te komen’, ‘zo saai’, ‘niet te volgen’ en ‘superelitair’ (aldus de heren zelf). Maar tegelijkertijd vinden ze Vondel ook geweldig.

Tijn Panis (27): “Eerst worden we wanhopig, daarna zeggen we: het moet echt anders.” En dan beginnen ze te schrijven. Een jaar eerder namen ze Vondels Gijsbrecht van Aemstel (1637) al onder handen, op een vlot in de vijver van het Amsterdamse bos.

De taal van Vondel, op rijm, in alexandrijnen, verrijken ze met straattaal, geestige woordspelingen en een hele hoop Latijnse woorden en ‘us’-uitgangen. ‘Oh my god’ wordt ‘O Meus Deus’, hondenpoep is ‘canem poepie’ en uit ongeloof roepen ze ‘holy shittymus’. Het publiek wordt onthaald met ‘hooggeëerd en non-geveerd publiek!’ En ze spelen ‘tussen pont, station en hondenstront.’

God is dood

Als ze hertalen gaan ze helemaal los op de tekst. Bram Walter (28) (de zelfverklaard supernerd van het stel die een tiendelige Vondelcollectie van het vuilnis redde): “We maken op verschillende niveaus grappen, zodat er voor iedereen iets te halen is." Voor zowel Latijnliefhebber als moppenliefhebber. Geestig is de op hiphop geïnspireerde tekst van Beëlzebub aan het eind: ‘Ik wil dodo, sterf hier solo, als een nono’.

Tegelijkertijd willen ze al die klassiekers – onlangs deden ze Een ingebeelde ziekte naar Molière – ontheiligen door ze niet in een schouwburg te zetten, maar op locatie, in een bos, op een veld of in een vijver.

Lucifer is het verhaal van de opstand van de engelen tegen God, uit jaloezie op de net geschapen mens. God is nogal een belangrijke factor in het origineel, maar de jonge makers konden er niet zo veel mee. Liever maakten ze de engelen zelfdenkende en handelende wezens. Daarom wordt God nu in de proloog, Nietzsche indachtig, onmiddellijk doodverklaard. Hij laat een Oud, Nieuw, en nu ook een Laatste Testament na: zijn wens dat de engelen gelijk zijn aan de mensen.

Wit privilege

Deze gevallen engelen worden symbool voor de geprivilegieerde witte man, die maar moeilijk met zijn nieuwe positie om kan gaan en van zijn voorrechten afstand kan doen. “Voor ons gaat het over self-righteousness, over mensen die vinden dat ze altijd in hun gelijk staan,” zegt Romijn Scholten (25). “We onderzoeken de spanning tussen recht en privilege: wanneer is iets een recht? Heb je recht om iets te zijn? Om je verheven te voelen? Recht ligt soms gevaarlijk dicht bij privilege,” vult Panis aan.

Tijdens de laatste doorloop laat de locatie zich goed gelden. Honden komen blaffend op een naakte Beëlzebub af, een man met bierblik in de hand, duidelijk beschonken, komt even melden dat hij wél in God gelooft en de muziek van een groot feest op de NDSM-werf galmt over het water. Toch past het allemaal. Het stedelijke decor, de honden, het water (dat ook een belangrijke rol speelt). Alsof de hoogdravende Vondel voor deze rafelrand van de stad is gemaakt.

Recht op de hemel, t/m 17 juli op campingstoeltjes op het Stenen hoofd, kaarten via Theater Bellevue.