PlusBoekrecensie

IJzersterke verhalen in Het snoephuis, maar het narratieve gegoochel voelt ook gewrocht

En een erg tot doorlezen dwingend geheel wordt Het snoephuis, het vervolg op Bezoek van de knokploeg waarmee Jennifer Egan in 2011 een Pulitzer won, eigenlijk nooit.

Dirk Jan Arensman

Jennifer Egans (1962) sensationele vijfde boek, A Visit From the Goon Squad (Bezoek van de knokploeg, 2010) werd destijds al geknipt voor de Facebookgeneratie genoemd. Want kon je de speels experimentele hoofdstukken in die punkrockroman als gelinkte korte verhalen lezen, ze hadden ook wel iets van internetlinks. Een virtuoos netwerk van teksten, waaronder een verrassend ontroerende PowerPointpresentatie, die samen een gefragmenteerd verhaal vertelden.

‘Het snoephuis’ is vooral een netwerk van losjes met elkaar verbonden microgeschiedenissen.  Beeld Getty Images
‘Het snoephuis’ is vooral een netwerk van losjes met elkaar verbonden microgeschiedenissen.Beeld Getty Images

Het wat minder geslaagde vervolg, Het snoephuis, blijkt nu deels om (verlokkingen en tol van) Facebook-achtige diensten te draaien.

Op de eerste pagina’s maken we opnieuw kennis met Bix Bouton, een bijfiguur uit Goon Squad. De toenmalig student informatica is in een parallel-universum-2010 uitgegroeid tot een ‘tech-icoon’. Een sympathiekere, zwarte evenknie van Mark Zuckerberg, die op zijn veertigste een volgend revolutionair idee zoekt en vindt.

‘Greep op uw OnderbewustzijnTM’ stelt gebruikers zes jaar later in staat hun volledige geheugen digitaal op te slaan en te doorzoeken. Over het bijbehorende platform Collectief Bewustzijn lezen we: ‘Door het uploaden van het geëxternaliseerde geheugen naar een online “collectief”, krijg je tot op zekere hoogte toegang tot de anonieme gedachten en herinneringen van iedereen ter wereld, dood of levend.’

Losjes verweven micro-geschiedenissen

De satirisch- dystopische gevolgen van dit soort technologie vormen een leidmotief, met verhaallijntjes rond alles van ‘ontduikers’ die zich aan de datafuik willen onttrekken tot in de hersenen van spionnen geïmplanteerde elektronische ‘snuitkevers’. Maar ook Het snoephuis is vooral een netwerk van losjes met elkaar verbonden microgeschiedenissen.

Egan giet die, heen en weer springend in de tijd, soms wederom in inventieve vertelvormen. En er zitten ijzersterke verhalen tussen.

Het verhaal van Alfred Hollander, bijvoorbeeld, die, geobsedeerd door authenticiteit, regelmatig in het openbaar begint te gillen vanwege de spontane (schrik)reacties die dat oproept. Of dat van Chris Balazar, die in ‘i, de Protagonist’ voor een ‘entertainment-start-up’ verhaalscenario’s in wiskundige formules omzet, en ongemerkt ook zijn eigen leven gaat ‘veralgebraïseren.’

Handleidingtaal

Maar elders komt het narratieve gegoochel toch wat gewrocht over. (De belevenissen van ‘Lulu de Spion, 2032’ weergegeven in genummerde brokjes handleidingtaal-in-de-jij-vorm: waarom?) En een erg tot doorlezen dwingend geheel wordt Het snoephuis eigenlijk nooit.

Wel aardig: het laatste woord is aan Bix Boutons rebellerende zoon, Gregory, die als fictieschrijver weet dat we stiekem al eeuwenlang in andere hoofden kunnen kijken. Dankzij de ouderwetse roman namelijk.

HET SNOEPHUIS

Jennifer Egan

Het snoephuis

Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen

De Arbeiderspers, €24,99

368 blz.

Meer over