Vanja Kaludjercic, directeur van het IFFR, het internationale filmfestival Rotterdam.

PlusInterview

IFFR-directeur Vanja Kaludjercic: ‘Voor ons komen de versoepelingen te laat’

Vanja Kaludjercic, directeur van het IFFR, het internationale filmfestival Rotterdam.Beeld Lumen/Andreas Terlaak

Woensdagavond begint de 51ste editie van het Rotterdamse filmfestival IFFR. Hoewel de bioscopen woensdag weer open mogen, is het festival net als vorig jaar online. Festivaldirecteur Vanja Kaludjercic: ‘Ook in digitale vorm kunnen we er zijn voor het publiek én de filmmakers.’

Jan Pieter Ekker

“Het lange antwoord gaat waarschijnlijk op een therapiesessie lijken, het korte antwoord is: het gaat oké. We zijn er nog. We maken een festival en dat is het allerbelangrijkste – voor ons, voor de filmmakers én voor het publiek,” zegt Kaludjercic.

Ze zucht, terwijl ze een glaasje water inschenkt. Exact een week voor de start van het festival is het opvallend rustig ten kantore van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Normaal gesproken zijn het de drukste dagen, nu loopt er slechts een handvol mensen rond. Wat niet betekent dat er niemand aan het werk is, benadrukt Kaludjercic.

Fysieke vertoning

Zakelijk directeur Marjan van der Haar bereidt in het belendende vertrek een online ontmoeting voor met alle filmmakers die aanwezig zijn op de 51ste editie. In De Doelen – normaal gesproken het kloppend hart van het festival – wordt een studio opgebouwd waar een aantal talkshows zal worden opgenomen. En nog een stukje verder, in bioscoop Kino, zijn de jury’s van de drie competities begonnen met het kijken van de geselecteerde films – het zijn de enige fysieke vertoningen van de 51ste editie.

“De kans is groot dat de bioscopen op de dag dat het festival begint weer open mogen – ik hoop oprecht dat het mag, maar het is natuurlijk wrang voor ons, want het is veel te laat om er naar te kunnen handelen. Acht weken geleden hadden we negenhonderd vrijwilligers klaarstaan. Nu niet meer, want we konden ze niks beloven.”

Ze neemt een slokje water. “Het is frustrerend. Dat is toch logisch, na al het werk dat we hebben gedaan? Acht weken geleden waren we vlak bij de finish; we hadden meer dan driehonderd films geselecteerd om op het grote doek te vertonen en meer dan tweeduizend gasten uit binnen- en buitenland uitgenodigd. Toen moesten de bioscopen dicht en konden we helemaal opnieuw beginnen. Dat was veel ingewikkelder dan vorig jaar; toen was het onmogelijk om te reizen en was het duidelijk dat de bioscopen in januari gesloten zouden zijn. Maar na onze editie in juni, die door de overheidsmaatregelen ook heel complex was, ging het alleen meer beter qua corona, niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld. Er konden weer filmfestivals doorgaan en wij waren ervan overtuigd dat we ook weer publiek zouden kunnen ontvangen.”

Toch was de organisatie niet volledig onvoorbereid toen de omikronvariant roet in het eten gooide. “We hebben de afgelopen jaren zo veel geleerd, daarom hadden we ook een plan B en een plan C. De belangrijkste les is dat we er ook in digitale vorm kunnen zijn voor het publiek én de filmmakers. Ga maar na wat de films die vorig jaar bij ons in première zijn gegaan, hebben bereikt: ze zijn de hele wereld overgegaan en hebben overal prijzen gewonnen. Daar doen we het voor: onbekende filmmakers verder helpen.”

Stimulerende omgeving

Dat is met de online-editie van vorig jaar ook gelukt, aldus Kaludjercic, maar er zijn dingen die online niet kunnen. “Je kunt online geen festivalsfeer creëren. Je kunt online ook geen gedeelde ervaring creëren. Je komt niet naar een evenement en dat is toch het bijzondere van een festival als het IFFR: dat je allemaal verschillende films, makers en een heel divers publiek bij elkaar brengt. De omgeving stimuleert je nieuwsgierigheid en bereidheid nieuwe dingen te zien. Je gaat naar een film en in de rij vertelt iemand je dat hij een andere bijzondere film heeft gezien. En omdat je er toch al bent, ben je sneller bereid daar tijd in te investeren.”

Daar is volgens Kaludjercic geen alternatief voor te bedenken. “Netflix en andere streamingplatforms werken met algoritmes, niet met menselijke interventies. Ze geven je meer van hetzelfde, nooit iets verrassends. En het IFFR-programma – ook deze selectie – zit vol verrassingen; we laten van alles wat zien, uit alle programmaonderdelen en uit alle hoeken van de wereld, van Rotterdam tot Haïti. Maar je kunt niet zomaar driehonderd films online zetten. Daar schiet niemand iets mee op; de filmmakers niet en het publiek evenmin. Dat werkt niet. De betrokkenheid van het publiek voor een onlinefestival is nu eenmaal veel minder groot dan voor een fysiek evenement; je gaat niet de hele dag online films kijken.”

Het veel kleinere onlineprogramma heeft ook een voordeel, grapt Kaludjercic. “Als je heel graag wilt, kun je het allemaal zien. Het is denk ik voor het eerst sinds de eerste editie, dat dat mogelijk is.”

52 films online

Het IFFR gaat woensdagavond om acht uur van start met de onlinewereldpremière van Please Baby Please van de Amerikaanse filmmaker Amanda Kramer en de korte poppenanimatiefilm Stranger Than Rotterdam with Sara Driver van het animatieduo Lewie en Noah Kloster. Het Nederlandse publiek heeft daarna via IFFR.com toegang tot 52 films uit de programmaonderdelen Bright Future, Harbour, Cinema Regained en de Focusprogramma’s Amanda Kramer en RTM. Ook vinden er online gesprekken plaats met Amanda Kramer, de Franse steracteur en regisseur Mathieu Amalric en de Thaise cameraman Sayombhu Mukdeeprom, winnaar van de Robby Müller Award.

Het festival wordt 6 februari afgesloten met King Hu’s klassieker Dragon Inn. Die film maakt onderdeel uit van het programmaonderdeel 25 Encounters, waarin 50 filmmakers en filmliefhebbers een dialoog aangaan over de geschiedenis én de toekomst van het festival.

De films die zijn geselecteerd voor de belangrijkste competities van het festival – de Tiger Competitie en de Big Screen Competitie – zijn in eerste instantie alleen te zien voor filmprofessionals en zullen in de filmhuizen worden vertoond zodra dat weer mag én er plek is.

Tips van de filmredactie

Elise van Dam: Battlecry van Yanakaya

Een Wereldbankambtenaar en een soldaat op verlof gaan in deze felgekleurde en heerlijk volgepakte Japanse animatiefilm op zoek naar de oorsprong van een mysterieuze drug die mensen verandert in schaduwmonsters. De opvallende stilering van Battlecry, speelfilmdebuut van regisseur Yanakaya, heeft veel weg van videogames uit de jaren 90, waardoor de film een ouderwets soort futurisme ademt.

Joost Broeren-Huitenga: Neptune Frost van Saul Williams en Anisia Uzeyman

Deze afrofuturistische punkmusical, over een groep Rwandese coltandelvers die als hackers een ander leven nastreven, is visueel en inhoudelijk grenzeloos inventief. Zonder ook maar een seconde belerend over te komen, speelt de film met grote thema’s als gender, kolonialisme, de technologische revolutie van de afgelopen decennia en hoe die onderling samenhangen.

Jan Pieter Ekker: Noche de fuego van Tatiana Huezo

In het speelfilmdebuut van de Mexicaanse Tatiana Huezo, losjes gebaseerd op het op feiten gebaseerde boek Prayers for the Stolen van Jennifer Clement uit 2014, proberen drie jonge meisjes zo normaal mogelijk op te groeien in een afgelegen bergdorp dat wordt beheerst door drugskartels. Betoverend mooi, ondanks het angstaanjagende geweld.

Roosje van der Kamp: Hit the Road van Panah Panahi

Een film over een familietrip die opzettelijk zijn richting verbergt en verdoezelt. Het bitterzoete Hit the Road blijft daarmee trouw aan zijn titel, dat een begin insinueert van een reis waarvan de bestemming nog onbekend is. Het Iraanse drama mengt verschillende genres en gevoelens in een verhaal over afscheid nemen.

Bart van der Put: Dragon Inn van King Hu

De gerestaureerde slotfilm van het festival werpt een blik achterom. De hoogst vermakelijke doorbraakfilm van de vermaarde Chinese regisseur King Hu werd in 1967 een enorm succes, dat het krijgskunstgenre reanimeerde en een jonge generatie filmmakers tot voorbeeld diende. Ming-Liang Tsai greep ernaar terug met Goodbye, Dragon Inn en Tsui Hark maakte twee nieuwe versies.

Meer over