PlusAchtergrond

Hoogleraar Marc Swerts: ‘Als schrijver iets verzinnen werkt heel bevrijdend’

De Vlaamse hoogleraar Marc Swerts doet onderzoek naar non-verbale communicatie aan Tilburg University, speelt saxofoon en schrijft tussendoor romans die zich afspelen op een fictieve onderwijs- en onderzoeksinstelling. Onlangs verscheen De halve wereld over een open dag op een Brabantse universiteit.

Jim Jansen
Marc Swerts: ‘Mensen doen wel eens gekke dingen en dat vind ik heel interessant. Ik kijk naar iemands gezicht, de wenkbrauwen, hoe de ogen bewegen en wat die signalen betekenen.’ Beeld  Lieven Geuns
Marc Swerts: ‘Mensen doen wel eens gekke dingen en dat vind ik heel interessant. Ik kijk naar iemands gezicht, de wenkbrauwen, hoe de ogen bewegen en wat die signalen betekenen.’Beeld Lieven Geuns

Hij is naar eigen zeggen altijd groot fan van de Engelse tv-serie Fawlty Towers geweest omdat het concept ervan even simpel als herkenbaar is. “De reeks speelt zich af op een plek waar iedereen weleens geweest is, een hotel, en in elke aflevering gebeurt vervolgens iets dat tot grote hilariteit kan leiden. Een voedselvergiftiging, een incompetente Ierse klusjesman of een groep Duitse toeristen die tot op het bot beledigd worden. Tel daarbij een paar herkenbare karakters op en een legendarische serie is geboren,” zegt Marc Swerts.

Met die kennis in zijn achterhoofd verscheen in 2020 Dekkereen campusroman, gevolgd door Nach Schwitzerland (2021) en onlangs werd de trilogie gecompleteerd met De halve wereld. Alleen is de setting van die trilogie niet een hotel, maar een universiteit.

Swerts neemt een bijzondere plek in op de Tilburgse academie. Hij is als hoogleraar discoursstudies gespecialiseerd in non-verbale communicatie en prosodie. Hij doet onderzoek naar zaken als intonatie, spraakmelodie, ritme en pauzering – in combinatie met non-verbale signalen zoals handgebaren en gezichtsexpressies. Daarnaast schrijft hij in hoog tempo romans en in zijn vrije tijd is hij ook nog eens succesvol muzikant. Een van zijn meest recente wapenfeiten is het begeleiden van zanger Spinvis tijdens het laatste Gala van de Wetenschap op zijn hit Een Kindje van God.

Onbewust heeft u voor dit onderzoeksgebied gekozen dankzij Ferdi E., de ontvoerder van Gerrit Jan Heijn.

“Ik werkte op een instituut en mijn collega’s hadden de tape van Ferdi E. bestudeerd. Voor de jongere lezers: dit is de man die Heijn in 1987 had ontvoerd en op een cassettebandje, dat op tv werd uitgezonden, zijn eisen bekendmaakte. Die collega’s hebben geprobeerd te achterhalen of je op basis van de stemkarakteristieken iets kan zeggen over de persoon, de karaktereigenschappen of de afkomst. De mensen die de analyse hadden gedaan moesten achteraf toegeven dat het eigenlijk heel erg tegenviel. Er werd toen bijvoorbeeld gesteld dat het iemand zou zijn met een niet-Nederlandse achtergrond maar dat was achteraf gezien niet zo.”

“Naar aanleiding daarvan ben ik ook naar die tape gaan luisteren. Hoor ik andere dingen die in deze stem zitten, vroeg ik me af. Toen is bij mij het vuurtje ontbrand en merkte ik bijvoorbeeld dat ik ook thuis op een andere manier ben gaan luisteren. Mijn vrouw zei een keer in die tijd dat ik niet luisterde. Dat doe ik wel, zei ik, maar ik luister hoe je dingen aan het formuleren bent. Ik luisterde naar haar stem en wist bijvoorbeeld wanneer ze haar zin zou afronden. Dat geldt ook voor dit gesprek. Ik kijk naar jou en ik kan precies voorspellen wanneer je gaat knikken of wanneer je aha zegt. Als je erop gaat letten, pas dan valt het op hoeveel je van dit soort zaken op de automatische piloot doet.”

Waarschijnlijk ziet en hoort u de hele dag dit soort voorbeelden.

“Zeker. Het was ergens in 2009 en dagelijks reed ik van mijn woonplaats Grote-Brogel in België naar de campus in Tilburg. De autoradio stond altijd aan en op het hele uur hoorde ik het nieuws, vaak voorgelezen door dezelfde mevrouw. Na een paar keer haar gehoord te hebben kreeg ik door dat ze heel consequent klemtonen verkeerd gebruikte. Ze benadrukte heel vaak de foute woorden, wat soms hele verkeerde suggesties kan wekken. Het maakt namelijk nogal wat uit of je in een zinnetje als ‘ik voel me serieus genomen’ het accent op het laatste of op het voorlaatste woord legt.”

Waarom doet u dit onderzoek?

“Het is pure fascinatie. Ik heb met mensen wat anderen hebben met aapjes. Die gaan naar de dierentuin om te zien hoe vreemd die beesten lopen of dat ze vlooien bij elkaar wegplukken. En sommigen vinden dat vervolgens grappig, terwijl dat feitelijk niet zo is. De apen zijn gewoon zichzelf. Mensen doen omgekeerd ook wel eens gekke dingen en dat vind ik heel interessant. Ik kijk naar iemands gezicht, de wenkbrauwen, hoe de ogen bewegen en wat die signalen betekenen. En nee, ik ben hier zeker niet de eerste mee, Darwin heeft er destijds al onderzoek naar gedaan.”

Naast het doen van onderzoek is onlangs uw derde boek in drie jaar verschenen.

“De boeken zijn een uitvergroting van iets dat we allemaal wel eens meemaken. Voor mij speelt dat zich af in de universitaire wereld. Mijn eerste boek ging over het prijzencircuit dat erg speelt in de academische wereld. Het tweede boek gaat over escapisme, met een hoofdpersoon die deelneemt aan een conferentie in Zwitserland. Mijn nieuwe boek gaat over reorganisatie en vernieuwing, en focust op een open dag die wordt georganiseerd en alles wat daarbij komt kijken.”

U schets herkenbare karikaturen. De Amerikaanse professor die vooral zichzelf goed vindt. De dochter van de rector die een bijbaantje heeft bij de universiteit en een secretaresse die vooral met haar nagels bezig is.

“Het zijn inderdaad karikaturen, maar dat is eigen aan satire. Toen ik begon met schrijven vroeg ik me af of ik diepzinnig filosofisch moest gaan schrijven of psychologisch, maar dit genre lag mij beter. Net als in Fawtly Towers wil ik ook de karakters niet laten veranderen. En zonder me met de groten te vergelijken, probeer ik een Carmiggelt-insteek te hebben. Ik vind het leuk om over normale dingen te schrijven die dagelijks op de universiteit afspelen. En ik hoop dat het boeiend en herkenbaar is, ook voor mensen die de universiteit niet kennen, en die misschien nog nooit gehoord hebben van een rector of een toga.”

Toen ik uw boek las, moest ik denken aan een uitspraak van filosooof en psychiater Damiaan Denys die zei dat het in de wetenschap vooral gaat over macht en reputatie. Op maandagochtend wordt er bij de koffiemachine opgeschept over de hoeveelheid lezingen en de beste publicaties.

“Dat herken ik. De personen in mijn boek zijn net mensen. Ook de professoren. Of beter gezegd, zeker de professoren. Ze hebben niet alleen doordachte ideeën over belangrijke issues, maar ze zijn ook bezig met de grootte van hun werkkamer. Om maar een voorbeeld te noemen. Daarnaast is een universiteit ook een hiërarchische organisatie, wat best opmerkelijk is. Want ideeën kunnen hiërarchisch zijn, het ene idee is misschien meer waard dan het andere, maar wie dat idee vertelt, dat doet eigenlijk niet ter zake. Als je in het leger zit, dan snap ik dat je een kolonel en een generaal moet hebben. Want als het oorlog is, dan moet er naar één iemand geluisterd worden.”

Bij wetenschap gaat het om waarheidsbevinding en uw romans zijn fictie. Is dat ingewikkeld voor u?

“Als wetenschapper ben je gebonden aan inhoud en stijl en je mag niet liegen. Je rapporteert waar je zeker van bent. Dat is interessant, maar ook beperkend. Als schrijver geldt het tegengestelde. Ik moet verzinnen en ik kies de vorm die ik wil. Dat is soms heel bevrijdend.”

U lijkt een alleskunner. Op het laatste Gala van de Wetenschap vond u het geen probleem om na uw lezing een stukje saxofoon mee te spelen met Spinvis (Erik de Jong, red).

“Ik maak er tijd voor en krijg er energie van. Als muzikant moet je ter plekke creatief zijn. Bij het Gala van de Wetenschap vroeg ik aan Erik: wat moet ik doen? ‘Doe maar iets,’ zei hij. Het was spannend en griezelig maar zorgde voor heel veel voldoening achteraf.”

CV

Marc Swerts (11 mei 1966, Turnhout) is schrijver, muzikant en wetenschapper. Hij is Vlaming, woont in België, maar is in Nederland verbonden aan de de Tilburg University, waar hij onderzoek doet naar aspecten van non-verbale communicatie en prosodie. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.