Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Het voelt oneerbiedig zo veel namen van het Namenmonument ongelezen te laten, maar we zoeken bij de K.

PlusMarjolijn de Cocq

Marjolijn De Cocq

De kou van die dag en dat moment slaat op meer dan onze botten. “Zullen we samen naar het Namenmonument?” had Ariëlla Kornmehl gevraagd. Ik heb haar leren kennen door de column die ik schreef over een plaquette die ik tijdens een coronawandeling had gezien in de Zoutsteeg: ‘In dierbare herinnering aan Alette Henriette Krammer (1916-2010)’.

Alette Krammer – getrouwd met Paul Karafiol, roepnaam Letty – was haar grootmoeder, mailde Ariëlla in een reactie. Zij had de plaquette laten plaatsen, omdat haar grootmoeder geen graf had gewild en haar familie toch een plek wilde om te gedenken. Op Letty’s leven is ook haar roman Wat ik moest verzwijgen (2013, uitgeverij Cossee) geïnspireerd.

Letty keerde na haar onderduik in Haarlem terug naar haar ouderlijk huis in de Zoutsteeg; ze werd er niet binnengelaten, er woonden andere mensen. Haar vader en moeder waren vermoord in Auschwitz.

Maar ze kreeg het pand op de hoek van de Nieuwendijk terug, uiteindelijk. De familie heeft er nog steeds toegang. Zo kwam het dat Ariëlla me er in het voorjaar binnenliet, over het stoepje waar Letty haar ouders voor het laatst had gezien. Mijn handen over de trapleuning waarover hun handen waren gegaan, hun uitzicht vanaf de zolderetage op de Bijenkorf.

Nu gaan Letty’s kleindochter en ik naar het Namenmonument, dat het studentenhuis van mijn eerste Amsterdamse ervaringen weerspiegelt. Mijn iets oudere vriendje uit Apeldoorn woonde er en ik mocht in de weekends naar hem toe.

Flitsen van herinneringen. De matrassen waren er van plastic. Beneden zat de mensa. Dat feest dat we toen gaven met iedereen van de tweede verdieping, in de keuken. Tot de politie kwam. Hoe heette toch dat zwarte katje van hem?

Terwijl ik op Ariëlla wacht, overpeins ik het samenvallen van werelden.

Letty was de dochter van de Friese Salomon Krammer en de Groningse Betje Druijf. Samen zoeken we tussen de steentjes. Waar is de K? Het voelt oneerbiedig om zo veel namen ongelezen te laten, maar we bevinden ons te midden van zoekenden.

Eerst vinden we Betje, 21.4.1889 – 53 jaar. Dan Salomon, 10.10.1890 – 51 jaar. Ariëlla legt steentjes.

“Nu zijn hun namen terug in Amsterdam,” zegt ze. En: “Gelukkig is die van oma Letty niet hier, maar in de Zoutsteeg.”

Koud is het, ijzig koud.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over