PlusAchtergrond

Het Nederlandse strijkkwartet bloeit, óndanks de lange jaren van schraperig cultuurbeleid

Het Dudok Quartet Amsterdam, hier op de foto,  wordt net als onder andere het Matangi Quartet en het Ragazze Quartet gerekend tot de internationale top.  Beeld Jan Boeve/Hollandse Hoogte/ANP
Het Dudok Quartet Amsterdam, hier op de foto, wordt net als onder andere het Matangi Quartet en het Ragazze Quartet gerekend tot de internationale top.Beeld Jan Boeve/Hollandse Hoogte/ANP

Willem Korthals Altes dook in de wereld van de Nederlandse strijkkwartetten en schreef er een leerzaam en fraai vormgegeven boek over. De vrouwelijke dominantie is iets typisch Nederlands, constateert hij.

Erik Voermans

In de wereld van de klassieke muziek was Nederland lange tijd een beetje spuit elf. Pas in 1888 kwam er een fatsoenlijke concertzaal en dito orkest. Een echt operahuis liet nog veel langer op zich wachten, net als een groot cultuurfestival.

Pas ver in de twintigste eeuw werd Nederland een voorloper, met name toen in de jaren zeventig muziekensembles ontstonden die zich gingen richten op oude en nieuwe muziek. Frans Brüggens Orkest van de Achttiende Eeuw werd wereldberoemd, net als het door Henk Guittart opgerichte en door Reinbert de Leeuw geleide Schönberg Ensemble en het Nieuw Ensemble van Joël Bons.

Hoewel er door het schraperige cultuurbeleid van de achtereenvolgende kabinetten-Rutte weinig meer van die leidende positie over is, is in het Nederlandse muziekleven toch een ander kwetsbaar plantje tot bloei gekomen: het strijkkwartet.

Beter laat dan nooit, zou je kunnen zeggen, want in Wenen gaf het Schuppanzigh Quartett al aan het einde van de achttiende eeuw zijn eerste concerten. Nederland volgde pas een kleine eeuw later, toen in 1888 de beroemde violist Joseph Joachim met Joseph Cramer (viool), Christiaan Timmer (altviool) en Henri Bosmans (cello) een van Beethovens Razumovskikwartetten – opus 59 – speelde, in de destijds gloednieuwe Kleine Zaal van het Concertgebouw.

De kwartethonger werd in die jaren voornamelijk gestild door buitenlandse ensembles als het Boheems Strijkkwartet, het Quatuor Capet en na de Tweede Wereldoorlog het Quartetto Italiano, het Hongaars Kwartet en het Amadeus Quartet.

Het Nederlands Strijkkwartet

Het eerste Nederlandse kwartet dat iets in de melk te brokkelen had, was het Nederlands Strijkkwartet (voorheen Nieuw Hollands Strijkkwartet), met grote namen als violist Jaap Schröder en cellist Carel van Leeuwen Boomkamp in de gelederen. Veel later volgden het Schönberg Kwartet, het Mondriaan Kwartet en het Orlando Kwartet.

Cellist Stefan Metz, die meespeelde in het Orlando Kwartet, stond aan de wieg van de Nederlandse Strijkkwartet Academie (NSKA). Deze academie vormde uiteindelijk de sleutel van het geheim waarom er in Nederland anno 2022 zoveel excellente strijkkwartetten actief zijn. Het zijn er inmiddels bijna dertig, waarvan enkele, zoals het Dudok Quartet, Matangi Quartet en Ragazze Quartet, tot de internationale top worden gerekend.

In zijn leerzame en fraai vormgegeven boek Strijkkwartetten in Nederland: een blik achter het podium schermen brengt Willem Korthals Altes – jurist, groot muziekliefhebber en al veertig jaar bezoeker van de strijkkwartetserie in de Kleine Zaal – de wereld van het strijkkwartet in Nederland voorbeeldig in kaart. Hij schetst de geschiedenis van de kunstvorm, belicht de beleidskanten en schroomt niet de vinger op zere plekken te leggen.

Zo kaart Korthals Altes aan hoe de ‘gecertificeerde cultuurbarbaar’ Halbe Zijlstra in 2012 de subsidie van de ook buiten de landsgrenzen hoog aangeschreven NSKA meedogenloos terugschroefde naar nul. Hij spreekt met engelengeduld alle 28 strijkkwartetten, via Zoom, Teams of in het echt, over de liefde voor het genre, de moeilijkheden en de veeleisendheid ervan, de verlangens en de verwachtingen.

Vrouwelijke dominantie

Korthals Altes komt ook met leuke statistische feiten. Van alle violisten in de Nederlandse strijkkwartetten zijn 43 vrouw en 13 man. Alleen bij de cellisten zijn de mannen nog in de meerderheid. Bij de altviolisten is de verhouding 19:9. Acht kwartetten bestaan geheel uit vrouwen.

Deze vrouwelijke dominantie lijkt vooral een Nederlands verschijnsel te zijn, schrijft Korthals Altes. ‘Musici die in het buitenland hebben gestudeerd, merken dat dit verschijnsel zich daar niet – en zeker niet in dezelfde mate – voordoet.’

Maar gender is uiteindelijk irrelevant. Het gaat om de onderlinge, muzikale klik. Alleen het Alma Quartet, dat uit leden van het Concertgebouworkest bestaat, koos bewust voor vier mannen. “Onze manier van communiceren is heftig en direct, dat werkt niet met vrouwen erbij,” zegt een van de leden in het boek.

Toch moet de wereld van het strijkkwartet nog diverser worden. Dat gaat verder dan het onderscheid man-vrouw, zegt Marc Danel, de huidige artistiek leider van de NSKA. Hij vindt dat professionele musici nog veel te vaak kinderen zijn van de gegoede klasse. Op dat gebied is er dus werk aan de winkel.

Willem F. Korthals Altes: Strijkkwartetten in Nederland: een blik achter het podium. Walburgpers, €19.95

Meer over