PlusTentoonstelling

Het leven gaat door, ook als het ophoudt: ziedaar de boodschap van Herman de Vries

De kleine, fijne tentoonstelling van de 91-jarige Herman de Vries in museum Tot Zover op De Nieuwe Ooster doet een beroep op al je zintuigen.

Jan Pieter Ekker
Herman de Vries: rosa centifolia. Beeld Museum Tot Zover
Herman de Vries: rosa centifolia.Beeld Museum Tot Zover

Overal in de stad hangen posters met een grote roze cirkel erop. Het lijkt een beschuit met roze muisjes, van oudsher de traktatie bij de geboorte van een meisje. Het is een bed van rozenknoppen, een van de opvallendste werken van de tentoonstelling herman de vries * vergaan in Tot Zover, museum over dood en leven, gevestigd op begraafplaats De Nieuwe Ooster.

Het werk heet rosa centifolia, naar de rozenknop, die Herman de Vries er sinds 1984 voor gebruikt (zelf schrijft hij zijn naam zonder hoofdletters, omdat hij vindt dat er geen hiërarchie tussen dingen bestaat. In de tentoonstelling wordt zijn naam ook consequent in onderkast geschreven).

In Tot Zover is de cirkel gemaakt van rosa centifolia, een even welriekende roos – de geur komt je al tegemoet in het halletje. Als het niet al te druk is, kun je daar ook al een ander werk horen (* vergaan spreekt werkelijk álle zintuigen aan): hear my breath – i’m alive (2016). Het is de ademhaling van De Vries, een geluidswerk dat volgens de vorige maand 91 geworden kunstenaar staat voor het leven: als je ademt, leef je.

Putjesschepper

Eigenlijk wilde Herman de Vries putjesschepper worden, maar hij ging naar de Rijkstuinbouwschool in Hoorn. Daarna werkte hij bij de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen en het Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur te Arnhem. In 1953 begon hij zich naast zijn werk als plantkundige bezig te houden met kunst.

Zijn vroege werk bestaat onder meer uit collages van gevonden materialen. Later, in de jaren vijftig, begon hij te schilderen in witte, grijze en zwarte tonen. In 1961 sloot De Vries zich aan bij de Nul-beweging. Het toeval gaat een belangrijke rol in zijn werk spelen, hij vermijdt een persoonlijk handschrift, werkt in één kleur (wit) en maakt gebruik van herhalingen.

In de herfst van 1970 verhuisde De Vries naar Eschenau, een dorp met een handvol inwoners aan de rand van een groot bos in Zuid-Duitsland. Sindsdien vormen de natuur en oosterse denkwijzen de belangrijkste elementen in zijn werk. Met zijn kunst vraagt De Vries ook aandacht voor de verstoorde relatie tussen mens en natuur, waardoor volgens hem een belangrijke bron van essentiële kennis verloren dreigt te gaan. In boeken documenteert hij kruiden en gewassen, hij exposeert grassen en planten en maakt werken op papier met verschillende soorten aarde als pigment.

Curator van de natuur

De kleine, zeer fijne tentoonstelling in de Grote Zaal van Tot Zover stond vorig jaar zomer al in Museum für Sepulkralkultur in Kassel. Er zijn alleen maar dingen te zien die hij buiten heeft gevonden; volgens De Vries – die wel ‘de curator van de natuur’ wordt genoemd – is de natuur op zichzelf namelijk kunst. Hij legt het naast elkaar op een rijtje of doet er een lijst omheen – zonder poespas of sentiment – en laat de bezoeker er daardoor anders naar kijken.

Zijn functie is, zo zei hij daar eerder over in Het Parool, laten zien dat je je ogen moet openen en je neus en oren moet gebruiken. “Dat je niet de godganse dag voor je televisie moet zitten of naar je mobieltje moet kijken. Ik zie zo veel mensen lopen met zo’n ding in de hand; ze kijken niet meer om zich heen, alleen maar naar dat ding. Ik vermoed dat als ze willen weten wat voor weer het is, ze ook naar hun mobieltje kijken en niet naar de lucht. Dat vind ik een pijnlijke ontwikkeling.”

Platgereden conservenblikjes

Op een zuil van blauwe hardsteen ligt een blok hout, waar je in het bos zo aan voorbij zou lopen. Op de glazen pui erachter – die uitzicht biedt op bomen en graven – staat ‘als het leven ophoud gaat het leven verder onophoudelijk’, wat kan worden gezien als het motto van de tentoonstelling. Het komt uit een verhaal dat De Vries in de zomer van 2019 schreef (inclusief dt-fout) over zijn kat, voor de groepstentoonstelling De laatste aai – eerbetoon aan dode dieren in Tot Zover.

Op de grond liggen – keurig geordend in twee metersgrote vlakken – beenderen van dieren en takken en stukken hout die hij vond tijdens zijn wandelingen in het Steigerwald. Hij noemde het werk in transit; zowel de beenderen als het hout zijn volgens De Vries op doorreis.

Aan een muur hangen zeven ingelijste roestige, platgereden conservenblikjes. De Vries vond deze ‘artefacten’ in 1980 op straat op La Gomera. ‘En nadat hun verpakkingstaak is volbracht, maken ze nog heel wat mee,’ staat erbij geschreven. En op een andere sokkel plaatste De Vries een blikje rundvlees (Jola Rindfleisch, 400g). Waarom? Omdat het dier is doodgegaan, aldus De Vries, die al meer dan vijftig jaar vegetariër is.

Als het leven ophoudt, gaat het leven verder. Onophoudelijk.

herman de vries * vergaan: t/m 28 augustus in museum Tot Zover op De Nieuwe Ooster, Kruislaan 124. Bij de tentoonstelling is een magazine verschenen met bijdragen van onder anderen Tommy Wieringa en Cees de Boer. Op zondagen verzorgt kunstenaar PJ Roggeband ‘ontroertoers’ over De Nieuwe Ooster. Meer informatie op totzover.nl.

De Vries in Kranenburgh

Museum Kranenburgh in Bergen heeft sinds deze week een nieuwe sculptuur van Herman de Vries in de museumtuin staan. Het is een marmeren zuil met een gedicht in gouden letters: i see | i smell | i taste | i hear | i feel | i think | i eat | i drink | i breathe | i piss | i shit | i love | so | i am | this.

Met deze tekst geeft De Vries weer hoe wij ons door zintuiglijke ervaringen verhouden tot de werkelijkheid om ons heen. Het zijn ervaringen die allesbepalend zijn voor ons bewustzijn. Ter gelegenheid van de plaatsing van het beeld is in het museum een kleine presentatie van zijn werk te zien.