Heel herkenbaar, de tuinparkperikelen in de nieuwe Hendrik Groen

PlusMarjolijn de Cocq

Marjolijn De Cocq

Ik dacht: bramenjam. Ik zag mezelf en de kinderen plukken, en dan iets met inkoken en weckpotten. Geblokt schort. Leuke etiketten ontwerpen, potjes cadeau geven. Biologisch-dynamische idylle. Zo blij was ik, toen ik vijf jaar geleden als nieuwbakken tuinhuisje-met-tuineigenaar de ontdekking deed: ik had een braam.

De blikken op het tuinpark waren meewarig. Zit jij op die tuin met de braam? Och och och. Daar ga je veel werk aan krijgen. Die braam woekert, hè? En nu ik je toch spreek, die coniferen bij jou moeten ook dringend worden getopt.

Ik ga vijf jaar terug in de tijd door ‘de nieuwe Hendrik Groen’ (what’s in a name, trouwens, of in dit geval pseudoniem) die de setting van het verzorgingshuis heeft verruild voor die van tuinpark Rust en Vreugd. In Rust en Vreugd (Meulenhoff) is het de zeventiger Emma die na de dood van haar man een vergeten inschrijving van elf jaar eerder terugvindt en meteen een vrijgekomen huisje kan krijgen. En die ondervindt dat er bij zo’n huisje een Vereniging komt, een Vereniging met een Voorzitter en Vergadering en een Verenigingsleven. En dat dat alles de beoogde Rust en Vreugd danig kan verstoren.

Om in de woordspelige stijl van Hendrik Groen te blijven: ook op ‘mijn’ Nieuw Vredelust is het niet altijd pais en vree gebleken. Oude en nieuwe generaties tuinders staan soms tegenover elkaar, men is het niet altijd eens over vernieuwende projecten en de grootte van het grind op de paden kan een onderwerp van verhitte discussie zijn.

Maar ach, dat verenigingsleven is me wel aan gaan kleven. De koffie met ontbijtkoek tijdens de verplichte werkbeurten van de werkploegen, de groene en rode stembiljetten op de jaarvergadering, de plantjesmarkt en, hoogtepunt dit jaar: het feest ter viering van 60 jaar Nieuw Vredelust. Gemarkeerd door het behalen van het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren (met het maximale aantal van vier stippen) en het verschijnen van de documentaire De groene oase, pleidooi voor het behoud van het in zijn voortbestaan bedreigde park (met een glansrol voor de ransuil met jongen die er dit seizoen verpoosde.)

De documentaire eindigt met het bordje dat bij tuin 93 staat, het komt ook in de nieuwe Hendrik Groen te pas: ‘Bij problemen: oploskoffie.’ Al is het in de praktijk bij Groen (ook herkenbaar) vooral veel wijn.

Vijf jaar later; 43 braamhaarden heb ik weggeknipt en -gerukt. Niks geen jam, in de strijd tegen de geduchte tuinwurger waan ik me winnaar. De braam denkt daar anders over. Die houdt zich stil tot het voorjaar, wanneer de takken weer gaan uitgroeien. Reiken, kronkelen, hun gemene ankertjes overal uitgooien.

Ik heb geen braam.De braam heeft mij.

Meer over