Plus

Harry Sparnaay (1944-2017) was de meester van de 'onspeelbare' muziek

Henk Sparnaays leven veranderde voorgoed toen zijn leraar Ru Otto hem een basklarinet liet zien. Het was liefde op het eerste gehoor.

Erik Voermans
null Beeld -
Beeld -

Ze noemden hem de Paganini van de basklarinet. Harry Sparnaay, die deze week op 73-jarige leeftijd is overleden, zorgde eigenhandig voor een indrukwekkende metamorfose van zijn instrument.

Door zijn toedoen veranderde de basklarinet van het stille, verlegen, wat dikkige jongetje achter in de klas tot een charismatische jock met een sixpack en een heel grote mond.

Sparnaay werd geboren in De Pijp, waar hij als jongen verslingerd raakte aan de jazz van John Coltrane, Eric Dolphy en Sonny Rollins. Zijn instrument was de saxofoon.

Hij wilde naar het conservatorium, deed toelatingsexamen met een paar wilde jazzstukken op zijn tenorsax, en hoewel dat instrument officieel nog niet bestond op het klassieke opleidingsbastion, wilden ze het toch met hem proberen, mits hij zou switchen naar de klarinet.

Wagner
Sparnaays leven veranderde voorgoed toen zijn leraar Ru Otto hem een basklarinet liet zien. Het was liefde op het eerste gehoor. En de rest is geschiedenis.

Zich terdege realiserend dat er voor de basklarinet nauwelijks stukken bestonden, afgezien van de vulpartijtjes in opera's van Wagner en nog zo wat, begon Sparnaay componisten aan het hoofd te zeuren eens iets voor hem te schrijven.

Hoongelach was zijn deel. Maar tegen de vastberadenheid van Sparnaay was niemand bestand.

Nadat eerst Jos Kunst Solo identity I had gecomponeerd, volgden allengs meer stukken, die met een zelden vertoond, hoog oplaaiend heilig vuur door Sparnaay werden uitgevoerd.

De kwaliteit van zijn spel werkte zo aanstekelijk dat uiteindelijk meer dan zeshonderd componisten een stuk voor hem schreven, in de wetenschap dat technisch geen zee voor hem te hoog ging. Onder die zeshonderd componisten bevinden zich de allergrootsten, van Berio, Xenakis, Yun en Feldman tot in Nederland Theo Loevendie, Ton de Leeuw en Guus Janssen.

Mythisch monster
De eigentijdse muziek heeft veel aan Sparnaay te danken. Dat kwam voort uit pure liefde voor nieuwe klanken. "Als klassiek broekie luisterde ik op het conservatorium naar componisten van wie werd gezegd dat ze tot de belangrijkste aller tijden behoorden. Eerlijk gezegd vond ik hun stukken wel ontzettend lang duren."

"Maar toen was daar die leraar muziektheorie die met Le Sacre du Printemps van Stravinsky aan kwam. En terwijl de meeste van mijn klasgenoten giebelend de muziek het ene oor in, het andere uit lieten gaan, was ik volkomen verkocht," zei hij.

Sparnaay kon alles op zijn instrument, vooral ook dingen die niemand voor mogelijk had gehouden.

Zijn beheersing van multiphonics en slap-tongues veranderde de basklarinet zo nodig in een mythisch monster met scherpe klauwen, al kon hij ook buitengewoon lyrische en tedere klanken voortbrengen.

Dat deed hij over de hele wereld, want zo ver reikte zijn faam op den duur, met soloconcerten of als lid van Het Trio (met fluitist Harrie Starreveld en pianist René Eckhardt), dat was gespecialiseerd in voor normale stervelingen volstrekt onspeelbare muziek.

De fakkel overdragen
Onspeelbaar was voor Sparnaay geen bruikbaar woord. Beroemd is de anekdote rond het stuk Time And Motion Study I van de Britse componist Brian Ferneyhough - zo onmogelijk ingewikkeld dat Sparnaay er na negen maanden studeren bij de première nog maar dertig procent van kon spelen.

Ferneyhough toonde zich niettemin zeer onder de indruk van Sparnaays strijd op leven en dood en vond die gemankeerde versie eigenlijk beter dan de versie van jaren later, toen Sparnaay inmiddels negentig procent kon spelen.

In 2014 sloot Sparnaay zijn rijke carrière af op het eerste Basklarinet Festijn, georganiseerd door zijn pupil Fie Schouten. De fakkel was overdragen.

Meer over