PlusRecensie

Hanya Yanagihara komt na ‘Een klein leven’ terug met een ingenieuze pandemieroman – die toch teleurstelt

Hoe ga je als schrijver verder na een overrompelende bestseller als Een klein leven? Hanya Yanagihara kiest voor volle kracht vooruit, in Naar het paradijs.

Marjolijn De Cocq
Hanya Yanagihara (47) gaat na haar bestseller volle kracht vooruit, met een roman die nog ambitieuzer is van opzet en ongelooflijk ingenieus. Beeld Sophia Evans/eyevine/Redux
Hanya Yanagihara (47) gaat na haar bestseller volle kracht vooruit, met een roman die nog ambitieuzer is van opzet en ongelooflijk ingenieus.Beeld Sophia Evans/eyevine/Redux

Rode baksteen, zuilen van wit marmer. Een kapitaal, klassiek pand in Greenwich Village, Washington Square North 13. In het jaar 1893 resideert er Nathaniel Bingham, hoofd van de welvarende financiële instelling Bingham Brothers, geducht grootvader van drie als gevolg van ‘de ziekte’ verweesde, inmiddels volwassen kinderen.

In 1993 is nummer 13 in bezit van Charles Griffith, die er decadente diners houdt met de 30 jaar jongere nazaat van een Hawaïaanse koning met wie hij, tegen de achtergrond van het aidstijdperk, nogal bloedeloos samenleeft. Weer honderd jaar later zijn de benedenverdiepingen dichtgemetseld om nooddruftigen buiten te houden, is het pand opgedeeld en leeft Charlie Bingham-Griffith er met haar man van de huwelijksmakelaar in een regime van bonnenboekjes, oververhitting, ontsmetting en repressie.

Washington Square North 13 is de gemene deler in Naar het paradijs van Hanya Yanagihara, en in de drie delen van het boek is er maar één echte vaste menselijke constante: de butler Adam – die er ook in Charlies kinderjaren het huishouden nog bestierde, toen het pand nog in bezit was van haar grootvader – ook weer een Charles Griffith.

Hoe ga je als schrijver verder, als je (tweede) roman zo’n wereldwijd succes is geworden als Yanagihara’s A Little Life (Een klein leven), dat in 2015 verscheen? Het aangrijpende levensverhaal van vier New Yorkse vrienden, zo omverblazend tragisch dat de lezers zich verdeelden in de categorieën love it or hate it.

Op volle kracht vooruit

Yanagihara (47) heeft gekozen voor op volle kracht vooruit, met een roman die nog ambitieuzer is van opzet en ongelooflijk ingenieus. Waarin ruimte is voor al haar thema’s: homoseksualiteit, het streven naar individueel geluk, menselijk verlangen en onvermogen. En die zich ontpopt tot onontkoombare pandemieroman.

Geen tijdperk is wat het was in Naar het paradijs. In het 1893 waarin kleinzoon David Bingham tegen wil en dank op de huwelijksmarkt wordt gegooid, maakt New York deel uit van de ‘Vrije Staten’ – een utopistische afscheiding die de vrije liefde propageert. Echtparen van dezelfde kunne zijn aan de orde van de dag, nageslacht betrekt men uit weeshuizen vol overtollige immigrantenkindertjes, de slavernij is afgeschaft maar ‘de Negro-kwestie’ nog niet opgelost.

In het 1993 van de Hawaïaanse koningszoon David ‘Kawika’ Bingham te Washington Square moet die in het reine komen met het verhaal van zijn vader die na de erkenning van Hawaï als vijftigste staat van Amerika in een inrichting wegkwijnt. En dan is er in dat fictieve, maar in het huidig tijdsgewricht behoorlijk omineuze jaar 2093 waarin de als gevolg van besmetting en medicatie gevoelsarme en onvruchtbare Charlie zich als laborant over muizenembryo’s ontfermt.

A Handmaid’s Tale

Het decor van dat derde dystopische deel met een vleugje A Handmaid’s Tale en The Hunger Games is er een van opgestapelde doodskisten in de straten. De New Yorkse beelden van vorig jaar zijn vaste constante geworden in een staat waar met ‘interneringskampen’ en ‘evacuatiekampen’ opeenvolgende pandemieën endemisch moeten worden gemaakt – de terminologie is inmiddels ook welbekend.

In intermezzo’s wordt duidelijk hoezeer zoönosen hebben huisgehouden – dat gebeurt met door decennia springende brieven van haar grootvader, genaturaliseerd Amerikaan maar afkomstig uit een inmiddels weer afgescheiden Hawaï. Diens (aangenomen) zoon heet David Bingham en diens andere vader Nathaniel Bingham.

‘Te veel Davids’

‘Te veel Davids,’ het is een verzuchting van een van de personages in de roman, zoals Yanagihara af en toe met geestige terzijdes komt. Maar inderdaad. Te veel Charlesen ook, te veel Peters, te veel Edwards en Aubreys en Norrissen. Want alle namen uit deel een komen terug in deel twee en drie, maar benoemen andere personages in ander familie-eenheden waarbij genetische afkomst een ondergeschikte rol speelt.

Deze laatste David Bingham, de vader die Charlie amper heeft gekend, is een eenzaam kind dat van viruswappie virusterrorist wordt; terwijl zijn vader Charles schrijft over zijn verlangen om als viruswetenschapper een pandemie als ‘een klapper’ mee te maken. Die komt, na ‘de griep’ van ’35, ’46, ’56, ’70, ’76 enzovoorts. Het is als er een nieuw virus om zich heen slaat, waardoor hij met de beste intenties medemakelaar wordt van draconische wetgeving.

Hoog spel speelt Yanagihara, waarbij ze ook nog wisselt tussen stijlen en genres en verhalen van bijfiguren uitvergroot. Iedereen hunkert naar zijn eigen paradijs in deze imponerende literaire exercitie – die niettemin teleurstelt. Want Yanagihara haalt zoveel overhoop en moet alleen al in dat derde deel van Spaanse Griep tot Covid-19 tot Nivid-50 zoveel uitleggen, dat het te gekunsteld wordt en uiteindelijk die hartenklop, die Een klein leven zo ondraaglijk meeslepend maakte, ontbeert.

null Beeld -
Beeld -

FICTIE

Naar het Paradijs

Hanya Yanagihara
Vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen
Nieuw Amsterdam, €24,99
672 blz.