PlusAchtergrond

Halflege musea en theaters: waar blijft het cultuurpubliek?

Met 5 miljoen euro voor publiekscampagnes en cultuur op televisie geeft de nieuwe staatssecretaris de cultuursector een steuntje in de rug, want het publiek is er nog altijd niet in groten getale. Veel Amsterdamse theaters zijn half leeg, musea noteren ook geen volledig herstel. Komt dat nog steeds door angst voor corona of is er meer aan de hand?

Lorianne van Gelder
Bioscopen en theaters zitten nog lang niet zo vol als voor corona.  Beeld ANP
Bioscopen en theaters zitten nog lang niet zo vol als voor corona.Beeld ANP

Eigenlijk is deze maand ideaal om naar een museum te gaan. Of naar een theatervoorstelling. Het is niet druk, maar lang niet zo leeg als net na corona. Je hebt de zaal vaak bijna voor jezelf om eens rustig naar een schilderij te kijken, en in het theater kun je je tas kwijt op de stoel naast je.

Grillig beeld

Maar goed nieuws voor de culturele sector is die ruimte allerminst. Een maand na de heropening vielen de bezoekcijfers tegen. Weer twee maanden later is het beeld iets beter, maar het oude normaal is nog lang niet bereikt. Wel is het beeld grillig: de Melkweg is de laatste weken steevast uitverkocht, maar de voorheen goedlopende muziekavonden in het Bijlmerparktheater zitten nog maar voor de helft vol en het DeLaMar theater ziet ook niet het herstel waarop het had gehoopt. Hoe komt dat? Speelt angst voor corona de bezoekers nog steeds parten?

Volgens marktonderzoeker Hendrik Beerda heeft de oudere bezoeker inderdaad nog corona-angst, maar er speelt meer: “In coronatijd hebben mensen andere interesses gekregen. Cultureel bezoek is uit hun patroon.” Door alle coronasluitingen is het aanbod verwarrend geweest, benadrukt hij: men weet niet zo goed meer wat er allemaal te doen is. “Vroeger zat er een cadans in het aanbod, die is verstoord. Mensen hebben niet hun vaste patroon van abonnementen en seizoensbrochures – dat zijn belangrijke elementen voor bijvoorbeeld het succes van theater en cabaret.” Daarbij helpt het niet dat de inflatie hoog is en bezoekers op hun geld letten.

In het duister

Culturele instellingen tasten in het duister waarom het een wel loopt en het ander niet. De voorstelling De Gliphoeve in het Bijlmerparktheater was twee weken lang ramvol, zegt directeur Jolanda Spoel, maar andere producties lopen niet goed. Spoel kan alleen maar raden naar de redenen. “Vaste avonden lopen minder goed, lange series weer wel.” Aan haar eigen agenda ziet ze dat het aanbod sinds de heropening van de culturele sector in februari overweldigend is. “Er is een stuwmeer aan voorstellingen. Alles wat niet in coronatijd kon spelen staat in de wacht, dus iedereen programmeert zich een slag in de rondte. Zo smeer je het publiek uit over heel veel locaties.”

Bioscopen hebben geprofiteerd van een blockbuster als Spider-Man: No Way Home, maar filmgangers gaan nog niet zo vaak als voor corona, weet Boris van der Ham van de Nederlandse vereniging voor bioscoopexploitanten Nvbf.

Ook musea wachten op herstel. Directeur van het Amsterdam Museum Judikje Kiers ziet dat de toeristen nog ontbreken. Het Amsterdam Museum is onlangs tijdelijk verhuisd van de Kalverstraat naar het gebouw van de Hermitage aan de Amstel, dus de aanloop is sowieso minder. “Los van die kanttekening merken we dat mensen het bezoek gedoseerd weer oppakken. Ze kiezen dan eerder voor tijdelijke tentoonstellingen, want vaste tentoonstellingen kunnen altijd nog. En bij ons staat alles minstens een halfjaar.”

Monocultuur

Hier en daar wordt gesuggereerd dat praktische problemen als angst voor corona, dure kaartjes, te groot aanbod en een drukke agenda niet de enige reden zijn tot zorg. Ook inhoudelijk is er wat te morren.

Andreas Fleischmann, directeur van het DeLaMar, denkt dat er soms te behoudend wordt geprogrammeerd. “Nieuw werk heeft het moeilijk, want het publiek kiest voor dingen waarvan ze denken dat ze het leuk gaan vinden. Het risico is dat je aanbod straks niet meer aansluit bij waar een nieuwe generatie behoefte aan heeft.”

Ook Marga Kroodsma, directeur van Veem House voor dans en performance, vreest dat door in te zetten op grote successen een monocultuur ontstaat. “Je wilt niet alleen maar populaire kunst maken om dat publiek maar binnen te halen. Je moet je publiek ook serieus nemen, uitdagen en aan het denken zetten. Er moet ruimte zijn voor het rauwe experiment.”

Knetterdruk

Financieel gezien is het spannend voor veel instellingen. De coronasteun is zo goed als opgehouden, maar kosten voor gas, licht en personeel lopen op, terwijl met deze bezoekcijfers niemand de kaartjes duurder wil maken.

Goed nieuws kwam er vorige week toen staatssecretaris Gunay Uslu (cultuur) een extra pakket van 135 miljoen euro aankondigde. Daarin is ook ruimte voor jonge makers, vrije producenten en de 5 miljoen euro voor campagnes en voor cultuur op tv, als hoognodige zwieper om het publiek weer terug te krijgen.

De Melkweg heeft geen last van tanende belangstelling, laat directeur Laura Vogelsang weten. Het enige echte verschil met precoronatijden heeft weinig met de hoeveelheid bezoekers te maken: “Jongeren hebben twee jaar lang niet kunnen uitgaan. De nieuwe lichting moet dat echt leren: ze worden veel te snel dronken.”

Lezersreacties

Het Parool vroeg lezers waarom ze wel of niet (weer) naar culturele evenementen gaan. De respons was overweldigend, met ruim tweeduizend antwoorden. Veel lezers schreven dat ze minder vaak gaan dan eerst. Redenen voor hun terughoudendheid zijn angst voor corona, nieuwe hobby’s, maar ook ‘minder last van fomo’ of: ‘ik vind het te duur’.

Andere lezers zijn juist weer vaker gegaan. ‘Ik had veel in te halen,’ schreef iemand, en: ‘ik kon niet wachten.’

Weer enkelen noemen ‘luiheid’ als reden of ‘geen tijd’, of ‘ik houd niet meer van drukke plekken’. Een specifieke groep noemt de QR-code, die een tijd verplicht was in de culturele sector, discriminerend. ‘Zij sloten mij uit, nu sluit ik hen uit.’

Inhoudelijk hebben lezers hier en daar ook wat aan te merken op de programmering. ‘Het aanbod is minder aansprekend. Weinig diversiteit: vaak wordt hetzelfde verhaal verteld,’ schrijft een lezer. ‘Er is veel aanbod, maar weinig interessants,’ schrijft een ander. En soms is de reden gewoon heel praktisch: ‘Ik heb in coronatijd een baby gekregen.’

Meer over