PlusAchtergrond

Great American Novel als stomme film met levende muziek: Moby Dick in technicolor

De multidisciplinaire de groep Moved by the Motion van regisseur Wu Tsang bewerkte de klassieker Moby Dick van Herman Melville tot stomme film. Met een varende walvisfabriek in technicolor, dansers als harpoeniers en een roze onderzeebibliothecaris.

Marjolijn de Cocq
Tosh Basco in de rol van Queequeg in 'Moby Dick; or, The Whale'.  Beeld Greg Amgwerd
Tosh Basco in de rol van Queequeg in 'Moby Dick; or, The Whale'.Beeld Greg Amgwerd

Het is een moment van ontroerende schoonheid, als Queequeg van het doodsbed herrijst en zichzelf weer tot leven danst, het bovenlijf ontbloot, met gekromde rug een denkbeeldige harpoen lancerend. In Moby Dick van Herman Melville uit 1851 is Queequeg een Polynesische prins die zijn eiland heeft verruild voor een bestaan als harpoenier; een zwaar getatoeëerde savage in wie verteller Ishmael een hoge vorm van innerlijke beschavingen ontdekt.

De Queequeg in Moby Dick; or, The Whale van Moved by the Motion, een multidisciplinair gezelschap dat producties ontwikkelt voor Schauspielhaus Zürich, is een opvallend ranke verschijning. De rol wordt gespeeld en gedansd door de non-binaire Amerikaanse performance artist Tosh Basco, die eerder de artiestennaam boychild voerde – zonder hoofdletter en met de voornaamwoorden zij/haar.

Een opvallende twist waar Melville juist de liefde tussen twee mannelijke tegenpolen beschrijft, ‘boezemvrienden’ die het bed delen, ‘getrouwd’ door het ritueel tegen elkaar drukken van hun voorhoofden. Het is Basco die met haar intense blik en dwingende dans de stomme film die de Amerikaanse kunstenaar en regisseur Wu Tsang besloot te maken naar een hoger niveau tilt, waar die soms door het uitvergrote spel à la de beginjaren van de cinema op de lachspieren werkt.

Criticaster van kapitalisme

Tsang (zij/haar) heeft met scenarist Sophia Al-Maria het verhaal van Melville – over de monomane kapitein Ahab die de walvisvanger Pequod naar de ondergang leidt – flink post-koloniaal gepolitiseerd.

De roman is uitgebeend tot enkele hoofdstukken waarnaar tussentitels in de traditie van de stomme film verwijzen. ‘The Great American Novel’ moest voor Tsang en Al-Maria vooral in de geest voelbaar blijven, als onderstroom of mythe die het boek mettertijd óók is geworden.

Een belangrijke, zo niet belangrijker inspiratiebron vormde de studie Mariners, Renegades and Castaways uit de jaren vijftig, waarin de West-Indische activist en historicus C.L.R. James (1901-1981) het schip de Pequod neerzet als strak geleide (walvisverwerkings)fabriek en Melville als de eerste grote criticaster van het kapitalisme en totalitarisme.

Die blik op de bemanning als arbeiders/slaven in hun klassen- en rassenpikorde werd leidend, de jacht op de witte potvis die Ahab ooit zijn been kostte symbool voor de uitbuiting van de aarde onder het koloniale imperialisme.

Onderwaterbibliothecaris

Moved by the Motion zoekt vaker in het nonverbale naar een gemene deler, een ervaring zonder elkaars taal te hoeven spreken. In dit geval dus in extremis: door de woorden uit een boek dat zo rijk is aan taal helemaal te schrappen. En in plaats daarvan de taal van film en dans te laten klinken – en die van de muziek: met een live-uitvoering van de op de film toegesneden compositie van Caroline Shaw, Andrew Yee en Asma Maroof, op het Holland Festival uitgevoerd door strijkorkest Bryggen Bruges Strings.

Twee wezens zijn het die de gebeurtenissen op de Pequod becommentariëren, in beelden waarmee de stomme film is doorsneden. Allereerst het zeezoogdier zelf dat, ongrijpbaar rondzwemmend en snuivend opduikend, lijkt te protesteren tegen het dreigend geweld.

Dan is er de wondere wereld van een onderwaterbibliothecaris, die citaten debiteert uit de omringende muur van boeken. Met roze jurk en lippen, met schelpenkettingen omhangen, gespeeld door de Afro-Amerikaanse cultuurtheoreticus en dichter Fred Moten.

Daarmee is de film naar een roman waarvan de woorden zijn weggelaten tóch een ode aan het boek. Het is de kleine scheepsjongen Pip (m/v), laagste van de laagsten aan boord, die zich na het vergaan van de Pequod met een knipoog laat zinken naar het boekenrijk op de bodem van de zee . Als opvolger, mogelijk, van de Sub-Sub-Librarian, hoed(st)er van de wijsheid? Om zo de schat voor de toekomst te bewaren?

De harpoeniers dansen een liefdesduet

Hij is sinds 2017 verbonden aan Moved by the Motion, eerst in Basel, nu in Zürich. Josh Johnson is danser en choreograaf, maar het gezelschap verbindt makers uit verschillende disciplines. “We werken samen en iedereen voegt iets toe. We bespelen niet de conventionele instrumenten, maar samen vormen we een band.” Een band in een bubbel, toen middenin de pandemie vorig jaar werd gerepeteerd en gefilmd voor Moby Dick; or, The Whale.

Regisseur Wu Tsang praatte de cast door haar plannen, het verhaal van Melville en het gedachtegoed van C.L.R. James heen, en de performers begonnen hun personage vorm te geven. “Bij de voorbereidingen focusten we ons vooral op het leven aan boord, het schoonmaken, de werkzaamheden, de sociale orde, maar ook de verbroedering die ontstaat.”

“Daarna moesten we de bewegingen abstraheren. Voor het oldskool effect was in de Schiffbau-Halle van het Schauspielhaus een hellend vlak neergezet waarop alles moest gebeuren. Daarop repeteerden we met de dertien performers. Achter het ‘schip’ een scherm met beelden van de horizon, de zee, de golven – zie maar eens je evenwicht te bewaren.”

Johnson vertolkt zelf, naast Tosh Basco in de rol van Queequeg, harpoenier Daggoo. De ‘harpoenendans’ die ze samen vormgaven, zegt hij, is in zekere zin een liefdesduet. “Naast de werkzaamheden aan boord zijn het lange uren en dagen op zee waarin niets gebeurt. Daardoor ontstaan bijzondere, haast romantische relaties. Het is prachtig hoeveel je kunt zeggen zonder woorden, wij vertellen het verhaal met onze lichamen.”

Moby Dick; or, The Whale door Moved by the Motion en Bryggen Bruges Strings, regie Wu Tsang. 17 en 18 juni te zien in het Muziekgebouw.

Meer over