PlusAchtergrond

Gastcurator Abdelkader Benali vult het Cobra Museum deze zomer met kunst uit het Marokkaanse modernisme

Les jumeaux, 1972 Beeld CHAÏBIA TALAL
Les jumeaux, 1972Beeld CHAÏBIA TALAL

Tot voor kort gold moderne en hedendaagse kunst uit Marokko als museale blinde vlek. Schrijver en gastcurator Abdelkader Benali stelde een overzicht samen dat geen canon wil zijn maar onvermoede deuren opent.

Edo Dijksterhuis

Abdelkader Benali beleefde een prettige schok toen hij in 2015 de tentoonstelling Contemporary Morocco bezocht in Parijs. “Ik zag een Marokko dat ik niet kende, van moderne kunstenaars die zaken agenderen en middenin de wereld staan. Veel van het getoonde, snapte ik niet. Maar ik was ook verrast door de afgebeelde theeglaasjes, textiel en mythische figuren. Alsof ik de huiskamer van mijn jeugd binnenliep.”

De Parijse tentoonstelling was de eerste in zijn soort. “In Marokko zelf is deze kunst pas sinds kort te zien,” vertelt de schrijver. “Tot 1990 werd ieder kritisch geluid onderdrukt en het Mohammed VI Museum voor moderne en hedendaagse kunst bestaat pas acht jaar. In Nederland is vaak werk van individuele Marokkaanse kunstenaars te zien, maar ook hier ontbreekt het samenklonterend verband.”

Op uitnodiging

Dat is er nu wel in de vorm van Het andere verhaal, de tentoonstelling die Benali samenstelde op uitnodiging van het Cobra Museum. Het overzicht bevat ruim tachtig werken van veertig kunstenaars en bestrijkt de periode van het onafhankelijkheidsjaar 1956 tot nu.

“Jilali Gharbaoui is nog in Amsterdam geweest,” vertelt Benali over een van de grote namen uit de begintijd. “Hij zag de provo’s en zijn hart ging open. In eigen land werd deze getormenteerde geest uitgespuugd maar hier ontmoette hij Karel Appel. In zijn late schilderijen ging hij zelfs Cobra-achtig werken.”

De werken naast die van Gharbaoui echoën ook de ‘kinderlijke’ stijl van de naoorlogse expressionisten, maar het verhaal van deze maker is zo mogelijk nog bijzonderder. “Chaïbia Talal was een ongeletterde vrouw die heel jong werd uitgehuwelijkt, kinderen kreeg en weduwe werd. Ze verdiende de kost als poetsvrouw maar schilderde in haar vrije tijd droomvoorstellingen. In Parijs werd dat opgemerkt. Corneille kuste haar hand.”

Formalisme

In eigen land werd Talal echter niet voor vol aangezien. “Het establishment bestond uit mannen die formalisme nastreefden en een voorbeeld namen aan Amerikaans minimalisme. Maar Farid Belkahia liet zien dat het ook anders kon. Hij schilderde symbolen van Amazigh-sieraden met henna op geitenleer. Alsof hij alles bij elkaar had geraapt op een soek. ‘We hoeven het modernisme niet te importeren, alle ingrediënten zijn er al’, zegt hij met dat werk.”

Met de aanslagen van 9/11 liepen de Oost-Westverhoudingen een flinke knauw op en daarmee het geloof in het modernisme. “André Elbaz zei dat met die aanslagen zijn wereld, waarin broederschap het hoogste goed is en kunst een verbindende factor, ten einde was gekomen,” vertelt Benali. “Hij begon tekeningen uit zijn archief te verknippen en verscheuren, en stopte de resten in urnen. Dat doet hij tot op de dag van vandaag, dus de enorme installatie met tientallen potten die we tonen, groeit nog steeds.”

De tentoonstellingsinbreng van de modernistische grootheden is grotendeels afkomstig uit het Mohammed VI Museum in Rabat. Maar de recentere kunsthistorie heeft Benali in twee jaar tijd bij elkaar gegoogled, gemaild en gebeld. En dat leverde behalve onverwachte vondsten ook indrukwekkende verhalen op. Zoals van Mahi Binebine.

Marokkaanse geschiedenis

“Zijn vader was de koninklijke verhalenverteller. Toen er in 1971 een aanslag op de koning werd gepleegd, verstopte hij zich met de vorst in de toiletten. Maar zijn zoon, Binebines broer, zat bij de kadetten en had dienst als wachter bij de poort. Hij had niets met de couppoging te maken maar werd toch veroordeeld voor landverraad en zat twintig jaar eenzaam opgesloten. Al die tijd vroeg zijn vader de koning niet één keer iets voor hem te doen. Maar toen de nieuwe koning aantrad en politiek gevangenen gratie verleende, verzoenden vader en zoon zich wel. Binebines hele oeuvre bestaat uit mannen – vaders en zonen – die worstelen, elkaar omhelzen, omstrengelen en wurgen. Het is een beetje de Marokkaanse geschiedenis van de afgelopen veertig jaar in een notendop.”

Benali is er met zijn overzicht niet op uit een canon te schrijven maar wil graag ook aandacht vestigen op minder geijkte namen. In plaats van de kunstacademie van Casablanca, de oudste en meest prestigieuze van Marokko, plaatst hij daarom de School van het Noorden in de spotlight.

Gordijn van theeglaasjes

“Die academie in Tétouan ontpopte zich in de jaren 80 als laboratorium van vernieuwing,” vertelt hij. “Een belangrijke kunstenaar was Faouzi Laatiris, de eerste Marokkaanse kunstenaar die grootschalig werkte met readymades. Zo maakte hij het gordijn van theeglaasjes dat we nu in de tentoonstelling tonen. Je komt die glaasjes overal tegen, in ieder theehuis, maar ze zijn gemaakt in China. Met dit werk wilde Laatiris de toen net opkomende globalisering aan de kaak stellen: het brengt de wereld dichterbij, maar holt onze cultuur uit.”

De jongste generatie Marokkaanse kunstenaars, veelal uit de diaspora, treedt in Laatiris’ maatschappijkritische voetsporen. Benali is dol op hedendaagse Marokkaanse fotografie die volgens hem ‘conceptueel sterk en vaak controversieel’ is. Uit eigen land toont Het andere verhaal onder andere tekeningen van Nour-Eddine Jarram en een symbolisch geladen wandkleed van Wafae Ahalouch. Plus: het eerste werk van een Marokkaanse kunstenaar dat Benali ooit kocht.

Parts van Sidi El Karchi is een nagetekende familiefoto met hemzelf als kind, zijn moeder, oudere broer en twee zussen. “Je denkt meteen: de vader is natuurlijk degene die de camera hanteert. Maar deze foto is gemaakt vlak nadat hij het gezin verlaten had. Je ziet een vrouw die zich groot houdt en een jochie dat geen benul heeft. Ik identificeerde me meteen toen ik het twaalf jaar geleden zag hangen in de Jordaan. Met dit werk is waarschijnlijk het eerste zaadje voor deze tentoonstelling geplant.”

Het andere verhaal: t/m 18/9 in Cobra Museum, Amstelveen

Meer over