PlusAchtergrond

Fotografie in Huis Marseille: Japanse paarden en de ruige Senegalese aarde

Het meisje in paardenpak van kledingontwerpster Yuko Kitta uit Yorishiro (2020).  Beeld Charlotte Dumas
Het meisje in paardenpak van kledingontwerpster Yuko Kitta uit Yorishiro (2020).Beeld Charlotte Dumas

In Huis Marseille zijn tentoonstellingen te zien van Charlotte Dumas en Luc Delahaye. Oogverblindende shots en verhalende voorstellingen met verscholen betekenissen.

Kees Keijer en Edo Dijksterhuis

De kracht van Charlotte Dumas ligt in het woordeloos vertellen

Eenrichtingsverkeer in musea is een van de weinige goede dingen die zijn voortgekomen uit de coronapandemie. Bezoekers lopen elkaar niet voor de voeten en je hoeft niet meer te gissen naar de volgorde waarin de tentoonstellingsmaker het verhaal wil vertellen.

Zou je denken. Want bij Ao van Charlotte Dumas roept de opeenvolging van werken wel degelijk vragen op.

Ruggengraat van deze tentoonstelling is het drieluik van korte films dat Dumas tussen 2018 en 2021 maakte op het Japanse eiland Yonaguni, waar een uitstervend paardenras de interesse van de dierenportrettist had getrokken. De films zijn een belangrijke stap in het oeuvre van de kunstenaar die beroemd is om haar foto’s van tijgers, straathonden en paarden. Met bewegend beeld heeft ze de afgelopen tien jaar een nieuwe manier van verhalen vertellen ontgonnen, waarbinnen sinds kort ook ruimte is voor mensen. Gevoelsmatig volgen de films in Huis Marseille elkaar op in de volgorde waarin ze gemaakt zijn, maar in de presentatie vormt het eerste deel het slot.

Winderige weide

In Shio (2018) probeert een tienjarig Japans meisje een paard naar de branding te leiden, iets waarin zij pas slaagt als ze het dier letterlijk en figuurlijk heeft ingepakt met een dek en tuig gemaakt van indigokleurig textiel. Dat blauw keert terug in Yorishiro (2020) in de vorm van een paardenpak. Het wordt gedragen door een veel jonger meisje dat dwaalt door de grote stad, totdat zij op een winderige weide haar geestverwanten vindt, de laatste acht inheemse paarden van Yonaguni. In Ao (2021), ten slotte, danst een jonge tiener over de rotsen waarover het verhaal gaat dat lokale zwangere vrouwen hier vroeger werden gedwongen te springen, om zo overbevolking op het eiland tegen te gaan. De ballerina wervelt met hun geesten, maar vindt rust als ze het Japanse meisje uit Shio ontmoet.

Misschien is de volgorde door elkaar gehusseld om het spannend te maken voor de hedendaagse seriekijker, die geconditioneerd is door prequels en flashbacks. Of om het nieuwste werk de grootste zaal in het midden van het parcours te gunnen. Maar niet alleen werkt die volgorde verwarrend, het benadrukt onbedoeld ook dat Ao het zwakste van de drie delen is.

Ao #14 (2019). Beeld Charlotte Dumas
Ao #14 (2019).Beeld Charlotte Dumas

Oogverblindende shots

In de wens haar drieluik van een betekenisvol coda te voorzien heeft Dumas zich vertild. Niet cinematografisch. De shots zijn weer oogverblindend, de composities uitgebalanceerd en de montage heeft het juiste ritme. Maar de symboliek is topzwaar en de soundscape doet er een schepje te veel bovenop. De klanken die in de eerste twee delen functioneerden als sfeervolle interpunctie, worden hier dramatisch stuwende golven.

Ook het gedicht van Maria Barnas op de voice-over had beter achterwege kunnen blijven. Dumas’ kracht ligt in het woordeloos vertellen. De kindermagie in het heerlijke Yorishiro roept een mengeling van vertedering en vervreemding op. De onzekerheid van het opgroeien in Shio, het wegdrijven van de dierenwereld richting het mensenuniversum, is heel erg invoelbaar. Maar Ao mist die emotionele overtuigingskracht, juist omdat de maker te veel wil zeggen.

Edo Dijksterhuis

Charlotte Dumas: Ao. T/m 13 maart in Huis Marseille, Keizersgracht 401.

Luc Delahaye: Spitter in de ruige Senegalese aarde

Le Champ (2019).
 Beeld Luc Delahaye/Courtesy of the artist & Galerie Nathalie Obadia, Paris/Brussels
Le Champ (2019).Beeld Luc Delahaye/Courtesy of the artist & Galerie Nathalie Obadia, Paris/Brussels

Zijn krachtige profiel torent boven de horizon uit. Een Senegalese landarbeider spit met een schep in de ruige aarde, waar vooralsnog niets groeit. In de verte is een bosrand te zien, wat ook een bijzondere betekenis heeft. De afgelopen vijftien jaar heeft de Senegalese regering de rijstproductie fors opgeschaald om het land zelfvoorzienend te maken. In het noorden van het land maken bossen geleidelijk plaats voor landbouw. Vandaar dat de foto bestaat uit half bos, half kaalgeslagen vlakte.

De expositie van de Franse fotograaf Luc Delahaye (1962) in Huis Marseille is het resultaat van een verblijf van enkele maanden in een dorpje in de Noord-Senegalese regio Futa-Toro, vlak bij de rivier waaraan het land zijn naam ontleent. Delahaye was enkele jaren eerder op deze plek gestuit en ging er wat langer werken. “Het is een kleine gemeenschap. Ik wilde langere tijd op zo’n plek verblijven om de kleinste aspecten ervan te verkennen en ze de betekenis te geven die ze verdienen.”

Mythische figuur

Delahaye componeert verhalende voorstellingen waarin allerlei betekenissen verscholen liggen en waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. Naast de spitter hangt een vergelijkbare figuur, een visser ditmaal. De man houdt een net vast dat in een kluwen voor zich ligt. Opnieuw zien we niet zomaar een visser, maar een soort mythische figuur, die heerser is over de chaotische netten. Dat onderstreept zijn maatschappelijke positie, want in de sterk hiërarchische samenleven van het nomadenvolk de Fulbe genieten vissers een bijzonder status.

Luc Delahaye begon als fotojournalist. Hij was aangesloten bij Magnum, fotografeerde voor Newsweek en werkte als oorlogsfotograaf, onder meer in Afghanistan, Rwanda, de Balkan en het Midden-Oosten. En met succes, want Delahaye won drie keer een eerste prijs bij World Press Photo.

Le village, le champ (2019–2020).
 Beeld Luc Delahaye/Collection Florence et Damien Bachelot, France
Le village, le champ (2019–2020).Beeld Luc Delahaye/Collection Florence et Damien Bachelot, France

Rond de eeuwwisseling ging het roer om en ging hij voor musea werken. Zijn foto’s werden monumentaal van formaat, waardoor ze ook doen denken aan historieschilderkunst. Ook andere vormen van schilderkunst zien we in zijn composities terug. Het is lastig om naar Delahayes spitter te kijken zonder te denken aan Jean-François Millet en Vincent van Gogh, die in de 19de eeuw op een bijna identieke manier landarbeiders in beeld hebben gebracht.

Stof

Ook de scheidslijn tussen feit en fictie komt steeds terug. In Huis Marseille moet je af en toe goed kijken wat Delahaye nou in beeld heeft gebracht. Naast de schep van de spitter is bijvoorbeeld een grijze waas zichtbaar. Dat lijkt stof dat door het scheppen vlak boven het land dwarrelt, maar het zou ook het resultaat kunnen zijn van een ingreep in Photoshop. Delahaye doet ook helemaal niet geheimzinnig over zulke kunstgrepen. Een serie kleine zwart-witopnames geeft een kijkje in de keuken. We zien hoe de voorstelling met de visser is ontstaan, hoe de man eigenlijk voor een andere achtergrond stond en dat de uiteindelijke voorstelling in de computer ontstaan is.

En toch laat Delahaye in Huis Marseille ook weer foto’s zien die typisch documentair zijn. Foto’s van een Senegalese streek, waar hij op een beschrijvende manier kleine observaties vastlegt van mensen en de sporen die ze in het landschap nalaten.

Kees Keijer

Luc Delahaye, Le Village. T/m 13 maart in Huis Marseille, Keizersgracht 401.

Meer over