PlusInterview

Flemming wil de Nederlandse Ed Sheeran worden: ‘Hij maakt lekkere popliedjes, die je altijd raken’

Flemming Beeld -
FlemmingBeeld -

Flemming (25) scoorde al een hit met Amsterdam. Nu is er een tweede successong: Zij wil mij. “Het moment waarop ik mijn hele leven heb gewacht is eindelijk hier.”

Stefan Raatgever

In het huis van de maker van de hit Amsterdam en het nieuwe Zij wil mij klinkt vrolijk gefluit. Flemming Viguurs (25) buigt weg van het beeldscherm en roept in de richting van het geluid. Of zijn vader zich alsjeblieft wat wil inhouden?

Want Flemming – zijn voornaam is uniek genoeg om als artiestennaam te dienen – mag dan afgelopen december als hitmaker van het moment hebben opgetreden met supergroep The Streamers van Guus Meeuwis en Kraantje Pappie, hij woont nog gewoon bij zijn ouders in Vught.

Amsterdam? Inderdaad, de stad bracht hem afgelopen herfst een van de grootste hits van het jaar, maar op zichzelf wonen wil hij straks in wat hij de mooiste stad van het land vindt: Den Bosch.

Misschien toch Rotterdam?

Over zijn eerste hit zegt hij: “Ik kan er een heel mooi verhaal over bedenken, over hoe de liefde voor de stad me inspireerde, maar de waarheid is dat het nummer bij toeval is ontstaan. Marcus Adema en ik waren op weg naar een schrijfsessie. Op de achterbank van de auto viel ons een catchy zinnetje in: Ik ga jou vertellen dat het anders kan/Ga met me mee naar hartje Amsterdam. Het klonk gewoon zo lekker! Later heb ik nog getwijfeld over Rotterdam om mijn broer, die voor Feyenoord is, een plezier te doen. Maar nee, Amsterdam was meteen raak. En er zijn ook maar weinig Nederlandstalige nummers die zo heten.”

Het feelgoodliedje werd een hit. Net zoals zijn tweede single Zij wil mij nu overkomt. “Het is bijna te mooi om waar te zijn,” zegt Flemming, die formeel in het laatste jaar van zijn studie aan de Tilburgse Rockacademie zit, maar twijfelt of er ooit nog tijd is om zijn diploma te halen. “Ik werk hier al zo lang en hard voor, het is moeilijk te beseffen wat er de laatste maanden allemaal gebeurt. Het moment waarop ik mijn hele leven heb gewacht, is eindelijk hier.”

Hij was zanger in een coverband (‘Ons repertoire? Alles wat je meezingt na een paar biertjes: van K3 tot AC/DC’) voor hij begin vorig jaar zijn sololoopbaan in gang zette. “Door corona vielen onze optredens weg. Dit was het moment op me volledig op mijn eigen muziek te richten, bedacht ik.”

Op zijn elfde speelde hij de kleine Ciske in de musical Ciske de Rat. Na de middelbare school begon hij daarom aan een theateropleiding in Eindhoven. Maar: “Ik hoorde bij bijna elke rol terug: ‘We zien nog te veel Flemming’. Achteraf hadden ze gelijk. Ik geniet nergens zo van als op het podium staan. Maar dan wel als mezelf.”

Zijn tweede naam is Freddie, naar Freddie Mercury. Logisch als je ouders allebei enorm fan zijn van Queen. Sterker: zonder die band hadden ze elkaar nooit ontmoet en was Flemming Freddie Viguurs er dus ook niet geweest. Dat zat zo: begin jaren tachtig ging vader Viguurs naar een fanclubdag van Queen in Rotterdam. Daar raakte hij aan de praat met een andere bezoeker, die vertelde zeldzame Japanse Queenposters te bezitten. Die wilde Viguurs weleens zien.

Toen hij een weekje later aanbelde bij een huis in Hoek van Holland, deed de zus van de concertganger open. “Mijn moeder dus,” zegt Flemming. “En nu hebben we thuis dus alle Queenalbums op vinyl dubbel.”

Toch is het niet Mercury die Flemming noemt als je hem vraagt naar zijn ambities. “Ik wil proberen de Nederlandse Ed Sheeran te worden. Van alle artiesten luister ik het vaakst naar hem. Hij maakt lekkere popliedjes, die je altijd raken. Of het nu een ballad is als Perfect of een danstrack als Bad Habits. Ik wil me ook niet op één genre vastleggen. Mijn songs moeten altijd een goed poprefrein bevatten, maar kunnen ook invloeden uit de funk of uit de rock hebben.”

Met dat recept hoopt Flemming aan het einde van dit jaar zijn eerste album uit te brengen. En daarna? Is er ook een plan B? “Middelbareschoolleraar worden heeft me altijd leuk geleken. Maar liever heb ik geen plan B. Dat leidt af van plan A: de muziek.”

Meer over