PlusFilmrecensie

Fabian oder der Gang vor die Hunde: een kolkende beeldenstroom over het Berlijn tussen de wereldoorlogen

Het wervelende Fabian oder der Gang vor die Hunde is een mix van stijlen en tonen. De film is een onderdompeling in het Berlijn van 1931, en gaat over hoe we vanuit het heden naar het verleden kijken.

Elise van Dam
Still uit ‘Fabian oder der Gang vor die Hunde’. De film speelt in het Berlijn van begin jaren dertig, maar regisseur Dominik Graf verliest het heden nooit uit het oog. Beeld
Still uit ‘Fabian oder der Gang vor die Hunde’. De film speelt in het Berlijn van begin jaren dertig, maar regisseur Dominik Graf verliest het heden nooit uit het oog.

In een onafgebroken opname zwiert de camera aan het begin van Fabian oder der Gang vor die Hunde een hedendaags metrostation in Berlijn binnen, langs haastende forensen en halfwakkere studenten, om aan de andere kant weer bovengronds te komen in 1931. Regisseur Dominik Graf verliest het heden nooit uit het oog in zijn overrompelende film. Een stuk later blijft de camera even hangen op een aantal struikelstenen die, naar een concept en ontwerp van kunstenaar Gunter Demnig, na de Tweede Wereldoorlog werden geplaatst bij huizen waaruit mensen door de nazi’s waren gedeporteerd.

Het zijn een soort kijkgaten naar de toekomst die Graf her en der plaatst in zijn film, die is gebaseerd op Fabian, die Geschichte eines Moralisten, een semi-autobiografische roman van Erich Kästner uit 1931. Graf transformeert de amper tweehonderd bladzijden van dat boek in een drie uur durende wervelstorm van stijlen en tonen, deels op Super 8 en deels digitaal gefilmd en gelardeerd met split screens, voice-overs en zwart-witte archieffragmenten.

Economische crisis

Die kolkende beeldenstroom vertelt het verhaal van Jakob Fabian (Tom Schilling). De dertiger werkt bij een reclamebureau van een sigarettenmerk, waar hij altijd te laat komt omdat hij de avond ervoor heeft doorgebracht in de clubs en bordelen van het Berlijnse nachtleven met zijn beste vriend Stephan Labude (Albrecht Schuch). Op een van die avonden ontmoet hij de aspirant-actrice Cornelia (Saskia Rosendahl), die zijn buurvrouw blijkt te zijn en de twee worden verliefd.

Maar amper heeft Fabian het geluk in de liefde gevonden, of hij verliest zijn baan. Zoals velen, in wat de tweede economische crisis is in amper vijftien jaar Weimarrepubliek. “Oorlog, inflatie, werkloosheid,” somt een man op die samen met Fabian in de rij staat bij het arbeidsbureau. “We vermageren. Niet lichamelijk, maar in onze geest.”

Anders dan de auteur (en de personages) weet Graf (en de kijkers) dat het verhaal zich afspeelt in het interbellum tussen twee wereldoorlogen. En de film is er zich bewust van hoe die kennis werkt als een prisma die het licht dat je schijnt op dat verleden breekt en verbuigt. Dat het bijna onmogelijk is naar de Weimarrepubliek te kijken als iets anders dan de aanloop naar wat daarna kwam, als een soort onafwendbare causaliteit. Zo fungeren die kijkgaten naar de toekomst niet alleen als waarschuwing voor zich herhalende patronen, maar ook als een herinnering dat de blik uit het heden dat verleden kan platslaan.

Want, zo lijkt Graf met die mix van stijlen en tonen te willen duidelijk maken, de cohesie ontstaat pas achteraf, als het narratief van de geschiedenis wordt geschreven. In het moment zelf is elke tijd vooral een chaotische wirwar van individuele levens, een kluwen van alle mogelijke toekomsten die dan nog openliggen.

Wanhopig hedonisme

En in die kluwen trachten deze drie jonge mensen zich te verhouden tot een tijd die volop in beweging is. Dat doen ze ieder op hun eigen manier. Fabian is de observeerder, die verzucht dat het fatsoen uit de wereld is verdwenen en aantekeningen maakt in een notitieboekje voor de grote roman die hij op een dag zal schrijven. Cornelia wil vooral haar onafhankelijkheid als vrouw veiligstellen, maar ontdekt dat de enige weg daar naartoe leidt langs mannen die je afhankelijkheid afdwingen. En Labude is een socialist onder wiens activisme een schuldgevoel lijkt te liggen over zijn gegoede komaf.

Saskia Rosendahl en Tom Schilling als de geliefden Cornelia en Jakob. Beeld
Saskia Rosendahl en Tom Schilling als de geliefden Cornelia en Jakob.

Wanneer hakenkruisen in het straatbeeld verschijnen en het jaar 1933 dichterbij kruipt, slokt die realiteit langzaam alle alternatieve toekomsten op. Het bruisende nachtleven van Berlijn wordt steeds meer een toevluchtsoord van wanhopig hedonisme. Ondertussen blijft de film de kijker overspoelen met dynamisch camerawerk, ontregelende montage, en een stoet aan marginale figuren, wat op den duur wel wat vermoeiend werkt.

Het is een grote verdienste van de drie hoofdrolspelers dat zij binnen die smeltkroes van vormelementen zoveel gravitas weten te genereren. Op papier is de verhouding tussen hun personages een tikkeltje schematisch, maar de onderlinge chemie tussen de drie is sterk en vormt het anker van dit portret van een tijd waarin, zoals Fabian bespiegelt, overal de ondergang op de loer ligt.

Dominik Graf

‘Het best bewaarde geheim van de Duitstalige film.’ Zo kondigde het Internationaal Filmfestival Rotterdam het werk van Dominik Graf (1952) aan, toen het festival in 2013 een retrospectief aan hem wijdde. In zijn vijf decennia omspannende oeuvre maakte Graf voornamelijk televisiefilms, waaronder veel krimi’s. Deels omdat hij vaak moeite ondervond om geld los te krijgen voor filmprojecten, maar in interviews betuigde hij ook zijn liefde voor de televisiefilm. De beperkte budgetten dwingen je om al je vakmanschap aan te wenden en bieden tegelijk vrijheid om te experimenteren met genreconventies. Het is precies die combinatie van vakmanschap en experimenteerdrift die hij nu meebrengt naar het grote doek.

Fabian oder der Gang vor die Hunde

Regie Dominik Graf
Met Tom Schilling, Saskia Rosendahl, Albrecht Schuch
Te zien in Filmhallen

Meer over