PlusTheaterrecensie

Ex-Dutchbatter en Bosnische overlevende in stuk over val Srebrenica: ‘Ik ging mezelf zien als een soort SS’er’

Ex-Dutchbatter Ray Braat en de Bosnische Alma Mustafic spelen mee in Gevaarlijke namen, een nieuw toneelstuk over de val van Srebrenica. ‘Het gaat me niet om de schuldvraag.’

De Bosnische Alma Mustafic en oud-Dutchbatter Ray Braat in Gevaarlijke namen. ‘We willen laten zien dat je samen in gesprek kunt gaan.’  Beeld rv
De Bosnische Alma Mustafic en oud-Dutchbatter Ray Braat in Gevaarlijke namen. ‘We willen laten zien dat je samen in gesprek kunt gaan.’Beeld rv

Ze waren erbij en hun herinneringen aan die dagen laten zich niet wegdenken. De ­Bosnische Alma Mustafic was destijds 14, Ray Braat 19. Braat was Dutchbatmilitair tijdens de val van Srebrenica op 11 juli 1995. Mustafic is de dochter van Rizo Mustafic, die de ­genocide niet overleefde. En nu staan ze samen op het toneel, in het toneelstuk Gevaarlijke namen, over de val van Srebrenica, van theatermaker Boy Jonkergouw.

Mustafic en Braat kunnen op de planken putten uit de dingen die ze meemaakten, uit hun ­eigen verhalen, die centraal staan in de voorstelling. Op de dag dat het leger van Ratko ­Mladic Srebrenica binnenviel, vluchtte het ­gezin Mustafic naar de Nederlandse basis. Daar zouden ze veilig zijn, dachten ze. Drie dagen ­later moesten ze de Dutchbatbasis verlaten. ­Vader Rizo (41) werd gescheiden van zijn vrouw, twee dochters en zoon, en even later vermoord.

Zijn gezin verhuisde naar Nederland. Alma begon een lange juridische strijd tegen de ­Nederlandse staat, toen Defensie ontkende dat haar vader voor Dutchbat gewerkt had. In 2013 won ze dat gevecht: de Hoge Raad oordeelde dat de Staat aansprakelijk kan worden gesteld.

Eigen veiligheid

Braat was in Srebrenica als beroepsmilitair van het Nederlandse bataljon Dutchbat 3. De vechtende partijen uit elkaar houden, was de opdracht. Hij stond erbij toen op last van de Bosnische Serviërs de Bosnische moslimmannen van de vrouwen werden gescheiden, en zag hoe enkele van deze mannen werden geëxecuteerd. Braat hield aan zijn uitzending een posttraumatische stressstoornis (PTSS) over. Hij getuigde drie keer voor het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag en speelde mee in een eerdere voorstelling van Boy Jonkergouw, over die PTSS.

“Srebrenica is geen dag weg geweest uit mijn herinneringen. Ik vraag me al 25 jaar af: wat zou er zijn gebeurd als… Hoe meer ik eraan dacht, hoe meer ik mezelf als een soort SS’er ging zien,” zegt Braat, die lang met Mustafic in gesprek ging. “Ik heb van Alma geleerd me in te leven in de slachtoffers van Srebrenica. Ik wist niet dat sommige vrouwen, nadat ze waren gescheiden van de mannen en in bussen afgevoerd, werden mishandeld en verkracht. Ik had altijd de houding: jullie zijn toch weggebracht, jullie leven toch nog? Wat zeur je dan? Ik ben wakker geworden,” zegt Braat.

Mustafic: “Nadat we een tijdje gepraat hadden, zei Ray: ‘Nu snap ik het pas.’ Dat vond ik best schokkend. We hebben ons destijds wel afgevraagd waarom Dutchbat ons niet heeft geholpen. Ik denk dat ze zelf ook verbijsterd en bang waren. Ze maakten zich meer druk om hun ­eigen veiligheid dan die van de vluchtelingen, en kwamen niet in verzet. Ze deden wat ze opgedragen werd. Maar ik heb nooit een hekel gehad aan de Dutchbatmilitairen.’’

Braat: “Tijdens de val stond ik vlak bij Mladic, daar is een foto van. Voor de camera’s liet hij zien dat hij een goede man was, die een meisje vasthield en zorgde voor eten. Maar zodra de ­camera uit ging, kwam de satan in hem weer naar boven. Ik heb verschrikkelijke dingen ­gezien, die je als jongen van 19 niet hoort te zien. Dat heb ik Alma verteld. En ik heb haar uitgelegd dat we tegenover een enorme troepenmacht stonden van Mladic en Servische milities. We konden niks doen. Het was overmacht. Dutchbat heeft niet gefaald, de Verenigde Naties hebben gefaald.’’

Lessen trekken

Mustafic: “Ik wil het eigenlijk helemaal niet over de schuldvraag hebben. Dan roest de discussie vast. Ik heb altijd donders goed geweten dat de gewone soldaten niet het verschil konden ­maken, en Ray was een van die soldaten. Ik heb hem kunnen uitleggen wat het met mij doet als hij zegt dat Dutchbat 30.000 vrouwen en kinderen heeft gered. Terwijl we het overlééfd hebben. Of we gered zijn weet ik niet, als je nagaat wat we allemaal meegemaakt hebben vanaf het moment dat we overgeleverd werden aan de Serviërs. Ray wist daar niks van, verkeerde in de veronderstelling dat we veilig waren en heeft het daar bij gelaten. Terwijl we doodsangsten hebben uitgestaan en ik op een gegeven ­moment zelfs wilde dat ik dood was.

“Ik zou liever hebben dat we lessen trekken uit wat er is gebeurd. En door met elkaar te ­praten – nabestaanden en Dutchbatters – meer begrip krijgen voor elkaars gevoelens. Ik zou willen dat wat Ray en ik op het podium doen, ook meer in het algemeen kan. Dat willen we met dit stuk ­laten zien: je kunt met elkaar in gesprek gaan.’’

20 en 21 oktober Podium Mozaïek, Amsterdam

Meer over