De Erelijst

Er zijn redenen genoeg om met een flinke boog om Ted Nugent heen te gaan

In deze rubriek bespreekt de muziekredactie van Het Parool een klassieker uit de geschiedenis van pop, jazz of klassieke muziek, die het waard is opnieuw te beluisteren. Deze keer: Cat Scratch Fever van Ted Nugent uit 1977.

Peter van Brummelen
'Cat Scratch Fever' van Ted Nugent. Beeld
'Cat Scratch Fever' van Ted Nugent.

Vandaag viert Ted Nugent zijn verjaardag. De Amerikaanse gitarist is 73 jaar geworden. In 1977 brak hij ook in Nederland door met Cat Scratch Fever, het titelnummer van zijn derde album.

Terug in de tijd Hardrock kwam er in de jaren zeventig bekaaid vanaf op de Nederlandse radio, maar in zijn wekelijkse Betonuur zette Vara-dj Alfred Lagarde de schuifjes altijd volledig open. In de herinnering draaide hij elke week weer Cat Scratch Fever van Ted Nugent, onderwijl enthousiast schreeuwend: ‘Beton! Beton! Beton!’ (zijn zelfverzonnen term voor harde muziek).

Behalve als hardrocker was Ted Nugent bekend als wapengek. Hij was een verwoed jager en poseerde voor fotografen graag met zijn wapentuig. Hij ging het wild op zijn eigen landgoed niet alleen te lijf met geweren, maar ook met bijlen en zelfs pijl en boog – althans, dat zei hij. Een wildeman in de rock, maar dan letterlijk.

Politieke ideeën had hij ook en die werden met het klimmen der jaren steeds radicaler, rechts-radicaal welteverstaan. Nare praatjes over minderheden, lachen om dierenactivisten, helemaal niets willen weten van beperkingen van wapenbezit, dat werk. En over Barack Obama zei hij tijdens diens presidentschap zulke opruiende dingen dat de United States Secret Service een onderzoek naar Nugent instelde.

Donald Trump vond hij wél een geweldige president. De waardering was blijkbaar wederzijds, want in 2017 werd Ted Nugent samen met rapper/zanger Kid Rock ontvangen op het Witte Huis. Het bezoek duurde uren en voelde volgens Nugent als een familiereünie.

Waarom nu herbeluisteren? Er moet niets natuurlijk. Er zijn genoeg buitenmuzikale redenen om met een flinke boog om Ted Nugent heen te gaan. Het neemt allemaal niet weg dat Cat Scratch Fever in het genre best een puik album is. Bedenkelijke teksten staan er niet op, wild rockende muziek des te meer. Typische jarenzeventighardrock is het en dan op zijn Amerikaans, dus lekker boogiënd. Heel voorzichtig gaat de muziek soms ook de kant op van de glamrock.

Het titelnummer, met een onweerstaanbare gitaarriff, steekt met kop en schouders uit boven de rest. Het Britse Motörhead nam er in de vroege jaren negentig trouwens een eigen, nog net even stevigere versie van op. Cat Scratch Fever is duidelijk ook de inspiratiebron van het in 1984 verschenen nummer Gary’s Got a Boner van de Amerikaanse gitaargroep The Replacements.

Verder luisteren Ted Nugent heeft een uitgebreide discografie, maar iets beters dan het album Cat Scratch Fever is daar niet in te vinden. Interessant zijn wel The Amboy Dukes, de garageband waar Nugent in de jaren zestig al deel van uitmaakte. Ze speelden muziek die psychedelische kanten had, maar die ook wordt beschouwd als een voorbode van de punk van de jaren zeventig. Hun album Journey to the Center of the Mind bevat een heerlijk woeste uitvoering van de bluesklassieker Baby Please Don’t Go.

Meer over