PlusInterview

Eindelijk heeft Remy Jungerman zijn tentoonstelling in het Stedelijk: ‘Rudi Fuchs had me in 2000 al een zaal beloofd’

Behind the Forest, Remy Jungerman. Beeld Aatjan Renders
Behind the Forest, Remy Jungerman.Beeld Aatjan Renders

Zaterdag opent de solotentoonstelling van Remy Jungerman in het Stedelijk. Dat het museum een pijnlijke geschiedenis heeft waarin Jungermans voorvaderen een rol spelen, vormt geen belemmering voor hem. ‘Dit is duidelijk een keerpunt.’

Jan Pieter Ekker

“We zijn hier vrij vroeg mee begonnen, want het moest natuurlijk drogen,” zegt de Surinaams-Amsterdamse kunstenaar Remy Jungerman (1959), terwijl hij naar de bak met gebarsten klei onder zijn installatie Visiting  Deities wijst. Een dikke week voor de opening van zijn solotentoonstelling Behind the Forest in het Stedelijk Museum – met sculpturen, installaties, panelen, collages en zeefdrukken van de afgelopen vijftien jaar – is hij bezig met de reconstructie van het monumentale werk, dat in 2019 te zien was in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië.

“In Venetië gebruikte ik kleibroden, hier heb ik poederklei gebruikt, dat ging wat makkelijker. We hebben eerst een laag gegoten, dat zijn die grote barsten. Daar heb ik nog een laagje bovenop gedaan, en die vormen die kleine barsten. Hoe het er precies uit komt te zien is voor mij ook een verrassing. Een mooie verrassing. De randen komen goed omhoog; dat maakt het iets spannender.”

Het idee voor Visiting  Deities komt voort uit de Afro-Surinaamse winti-religie, waarin je een tafel dekt voor de voorouders, legt Jungerman uit. De grote bak met klei is een visualisatie van een droge rivierbedding. “In Venetië vond ik het belangrijk om het Rietveldpaviljoen, het Nederlandse tentoonstellingsgebouw op de Giardini, als het ware te zuiveren. Het Rietveldpaviljoen is, net als de paviljoens van de andere rijke, westerse landen, in wezen een vorm van koloniale verheerlijking. Ik dacht: als ik als persoon uit een van die koloniën, daar onderdeel van word, is het belangrijk dat ik het eerst zuiver.” En die klei? “De droge rivierbedding staat voor verloren verhalen; de verhalen die op de zeebodem zijn terechtgekomen tijdens de periode van de trans-Atlantische slavenhandel.”

Renzo Martens stelde een jaar geleden bij de release van zijn film White Cube dat het Stedelijk Museum is betaald door plantagearbeiders. Elke baksteen van het Stedelijk is een zak cacao, koffie, of suiker, afgetroggeld van plantagearbeiders. Moet het museum nu ook door jou gezuiverd worden?

“Dat is een interessante vraag. Ik ben me zeker bewust van deze pijnlijke geschiedenis met betrekking tot het Stedelijk, maar ik voelde niet dezelfde impuls om de ruimte te zuiveren als in het paviljoen. Ik denk dat het verschil met deze tentoonstelling de visie ervoor was – door met Rein Wolfs aan deze tentoonstelling te werken, was het duidelijk dat dit inderdaad een keerpunt is voor het museum, dat ernaar streeft in het reine komen met delen van de geschiedenis die lang genegeerd zijn. Ik voelde me erg gesteund om deze tentoonstelling te maken en hoopvol voor wat het zou kunnen betekenen voor de toekomst van het museum.”

Er lijkt sprake van een kentering; de laatste jaren maken gerenommeerde kunstinstituten steeds meer plek voor kunst van niet-witte, niet-westerse kunstenaars.

“Right. En dat is volkomen terecht. Maar als je mijn solotentoonstelling in het Stedelijk nu ziet in de lijn van de ontwikkelingen van de laatste jaren, zou ik dat niet terecht vinden. Wat je nu ziet gebeuren, is jaren geleden al in gang gezet door tal van kunstenaars van kleur, maar het is mooi dat al die energieën nu bij elkaar komen. En dan kan je toch niet anders denken dan: wow, wat een hoge kwaliteit, en: goed dat iedereen hier nu van kan genieten.”

Hij lacht. “Ik ben al heel lang bezig, maar je moet als kunstenaar nu eenmaal een enorme dosis geduld hebben. Rudi Fuchs had me in 2000 al een zaal beloofd, maar toen ging het Stedelijk jarenlang dicht door die verbouwing. Daarna vertrok hij en toen ging het niet door. Twintig jaar later komt het er toch. Je hoort mij niet mopperen. Het is gewoon te gek dat het gebeurt; dat ik nu op dit podium mag staan.”

Behind the Forest, Remy Jungerman. Beeld Aatjan Renders
Behind the Forest, Remy Jungerman.Beeld Aatjan Renders

Uw werk Initiands, 2015 had een jaar geleden een prominente plek in de Erezaal tijdens Small World, Real World, de blauwdruk van Stedelijkdirecteur Rein Wolfs voor de nieuwe collectiepresentaties van het museum.

“Het was een van de eerste werken die hij heeft aangekocht toen hij directeur werd. Helaas hebben maar weinig mensen het toen gezien, want nog geen twee weken na de opening van de presentatie moest het museum alweer dicht wegens corona. Nu staat het in de collectieopstelling 1980 – nu, op de eerste verdieping van de oudbouw.”

Daar staat het tussen tal van werken uit de depots die de afgelopen decennia niet in het museum te zien zijn geweest, met name van vrouwen en niet-witte, niet-westerse kunstenaars. Tomorrow is a Different Day is de treffende titel.

“Rein is een van de mensen die zich uitspreken om veranderingen door te voeren. Dat is goed, maar uiteindelijk moet het over de kunst gaan. Die moet goed genoeg zijn. Ik heb er hard voor gewerkt en ik heb ook al aardig wat erkenning gekregen, ook internationaal. Ik heb een goede galerie in Amsterdam – Galerie Ron Mandos –, ik heb een galerie in New York, Londen en nu ook in Zuid-Afrika. En mijn werk wordt goed verzameld; ook veel werken in deze tentoonstelling komen uit prominente museale collecties.”

Er is ook een werk te zien dat u speciaal voor de tentoonstelling heeft gemaakt: uw eerste film, Broos.

“In de ruimte die mij is gegeven, zit ook een filmzaal. Ik dacht die eerst dicht te laten, want ik had geen film, maar ik heb een film gemaakt. In 2006 heb ik een vooroud­er­ritueel binnen mijn eigen familie meegemaakt en gedocumenteerd. Met de foto’s en filmpjes die ik toen heb gemaakt, heb ik nu een ruim vijf minuten durende sequentie samengesteld, waarbij elk beeld een halve seconde in beeld is. Er zit een compositie bij van de Amerikaanse jazzpianist en -componist Jason Moran. Ik vind zijn muziek geweldig en wilde graag met hem werken. Zijn mailadres kreeg ik van mijn galerie in New York. Ik heb hem een mail gestuurd met een paar beelden. Het was daar 3 uur in de ochtend, maar hij reageerde vrijwel meteen. Ik had al wat muziek van hem uitgezocht, maar hij stuurde een ander nummer, waarvan hij dacht dat het goed bij mijn beelden zou passen: Follow the Light. Het heeft een heel goed ritme, het werkt heel goed bij mijn beelden. Als je na het zien van de film terugloopt, hoop ik dat je de tentoonstelling weer anders bekijkt. Misschien zie je dan ook dat sommige fotofragmenten terugkeren in de gridwerken die tegen de muren hangen.”

Nog even over die grids, maakt u die nog?

“Ik gebruikte de beeldtaal van het modernisme omdat het grote publiek daarmee bekend is, De Stijl gaf mij de mogelijkheid om mensen kennis te laten maken met de rijke marroncultuur. Maar het was slechts een ingang om vervolgens mijn eigen verhaal te vertellen. Een lokkertje. Nu is dat minder hard nodig.” Hij wijst om zich heen. “Ik sta immers al in het Stedelijk.”

Behind the Forest van Remy Jungerman: t/m 13/3 in het Stedelijk Museum.

Tegelijkertijd met Jungermans solotentoonstelling in het Stedelijk is in Kunstinstituut Melly in Rotterdam de portrettengalerij te zien die de Surinaams-Amsterdamse kunstenaar Iris Kensmil maakte voor de Nederlandse presentatie op de 58ste Biënnale van Venetië. Het zijn portretten van zwarte feministen die een positief gedachtegoed hebben ontwikkeld over de toekomstige samenleving, onder wie journalist en activist Claudia Jones, schrijver Octavia Butler, surrealist Suzanne Césaire en communist Hermina Huiswoud. Kensmil werkte hierbij samen met The Black Archives, de Amsterdamse organisatie die ijvert voor het aanleggen van een archief van de onderbelichte geschiedenis van zwarte mensen in Nederland.

Ook te zien in Melly is Kensmils We the People Who Are Darker Than Blue, een totaalinstallatie bestaand uit 48 tekeningen van (activistische) zwarte muzikanten. De fijne playlist die onderdeel is van de installatie is ook te vinden op Spotify, onder de titel We the People Who Are Darker Than Blue, naar het gelijknamige nummer van Curtis Mayfield.

Some of My Souls van Iris Kensmil: t/m 20/3 in Kunstinstituut Melly, Witte de Withstraat 50, Rotterdam

Meer over