PlusAchtergrond

Een labyrint met talloze achterkamertjes: het woonhuis van Pieter Teyler is hersteld en geopend

Het 18de-eeuwse woonhuis van Pieter Teyler, oprichter van het Teylers Museum, is in oude luister hersteld. Tussen de imposante stucplafonds en schouwen krijg je een lesje in Verlichtingsidealen.

Sander Becker
Het unieke pand bestaat uit vier aan elkaar verbonden huizen en binnenplaatsjes. Een labyrint met talloze doorgangetjes, zijdeurtjes en achterkamertjes. Beeld Mark Kohn
Het unieke pand bestaat uit vier aan elkaar verbonden huizen en binnenplaatsjes. Een labyrint met talloze doorgangetjes, zijdeurtjes en achterkamertjes.Beeld Mark Kohn

Met een geamuseerde glimlach rukt Marjan Scharloo aan de grote koperen trekbel naast de deur. Tingelingeling!!! Een oorverdovend kabaal vult de veertig meter lange entreehal en galmt nog seconden na boven de marmeren vloer. “Het is een groot huis,” zegt de directeur van het Teylers Museum in Haarlem verontschuldigend, “dus je had een bel nodig die ver reikte.”

Dit is dan ook niet zomaar een huis. We bevinden ons in het zojuist volledig in originele staat herstelde woon- en werkpand van Pieter Teyler (1702-1778), de rijke Haarlemse zijdehandelaar die na zijn dood het Teylers Museum liet oprichten.

Koningin Máxima was dinsdag aanwezig bij de officiële opening van het woonhuis van Pieter Teyler, dat vanaf 5 december is geopend voor publiek. Het unieke pand bestaat uit vier aan elkaar verbonden huizen en binnenplaatsjes. Een labyrint met talloze doorgangetjes, zijdeurtjes en achterkamertjes.

Je vindt er een oude keuken, een atelier met 18de-eeuwse schildersezels en een schatkamer voor geld en waardepapieren. Op de deur naar deze kluis zitten maar liefst vijf sloten. Teyler vertrouwde het beheer van zijn kapitaal – twee miljoen gulden – na zijn dood toe aan vijf vrienden die elk één sleutel kregen, zodat niemand afzonderlijk toegang had tot de buit.

Niet lijdzaam wachten

“Pieter Teyler was een man met een missie,” zegt Scharloo. “Een doopsgezinde handelaar en weldoener die doordrongen was van de Verlichtingsidealen uit zijn tijd. Je moest niet lijdzaam wachten tot je het paradijs bereikte, maar hier op aarde al bouwen aan een betere samenleving.”

Uit zijn erfenis liet hij daarom Teylers Hofje oprichten, een comfortabel onderkomen voor eerzame dames van boven de zeventig. En dus ook Teylers Museum, gewijd aan wetenschap en kunst. Hier moest onderzoek plaatsvinden, waarvan de resultaten ten gunste zouden komen aan burgers.

Zijn woning vormde tot 1885 de entree tot het museum, dat aanvankelijk bestond uit slechts één ruimte: de Ovale Zaal.

Het voormalige woonhuis van Pieter Teyler (1702-1778). Beeld Mark Kohn
Het voormalige woonhuis van Pieter Teyler (1702-1778).Beeld Mark Kohn

Via de imposante gang kwam je eerst in een statige, neoklassieke voorruimte. Dan klom je via enkele treden naar de Ovale Zaal, die nog altijd baadt in het daglicht dat door het grote dakvenster naar binnen valt. Het moet destijds gevoeld hebben alsof je een hemel betrad – een walhalla van kennis en vooruitgang.

In verval

Toen het museum in 1885 een nieuwe vleugel met een andere ingang kreeg, raakte het woonhuis geleidelijk in verval. “Het grondwater stond op het laatst 35 centimeter onder de vloer,” zegt Scharloo. “Alles rook naar schimmel en stof. Deze binnenplaats was nat, grijs en donker. Je liep er het liefst zo snel mogelijk langs.”

Nu, ruim een eeuw later, is het huis ingrijpend opgeknapt. De restauratie duurde acht jaar. Experts krabden tot wel twintig lagen verf weg om te achterhalen welke kleur het hout oorspronkelijk had. Weelderige stucplafonds, fraaie schouwen en geschilderde wandbekleding brachten ze terug in zo authentiek mogelijke staat. Een dik rood tafeltapijt ontdeden ze van eeuwen aan koffievlekken en sigarenas.

Titanenwerk

Het pronkstuk is een maquette van het huis, ingericht zoals het eruit moet hebben gezien op de sterfdag van Teyler.

In het reusachtige miniatuurhuis zie je hemelbedden, servieskasten en deftig gedekte tafels. “De messen en vorken zijn volgens mij met een pincet neergelegd,” aldus Scharloo. “Echt titanenwerk.”

Het huis moest geen museum worden, maar een gebruiksruimte. Bezoekers mogen daarom overal rondlopen en aan zitten. Ze worden ook uitgenodigd om na te denken over Verlichtingsidealen en wereldburgerschap. Wat doe je zelf om de wereld beter achter te laten?

Het woonhuis van Pieter Teyler is vanaf 5 december geopend voor publiek. Beeld Mark Kohn
Het woonhuis van Pieter Teyler is vanaf 5 december geopend voor publiek.Beeld Mark Kohn

In de ruimte voor de Ovale Zaal hangen inspirerende spreuken van Verlichtingsfilosofen als Kant en Diderot.

De restauratie was Scharloos laatste daad bij het museum. Op 1 januari gaat ze iets anders doen.

Waar ze het meest trots op is? “Dat we het huis van Pieter Teyler hebben behouden en weer tot leven hebben gewekt. Het heeft weer een toekomst.”

Meer over