PlusAchtergrond

Een goede voetbalanalist? Die moet scherp, inhoudelijk én grappig zijn

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Een beetje voetbalanalist komt tegenwoordig niet meer weg met kantinepraat aan de talkshowtafel. Het begint allemaal bij de liefde voor de bal, maar een stevige redactie én data blijken onontbeerlijk als het om die belangrijkste bijzaak gaat.

Ach, Wesley Sneijder. Wat kón hij voetballen hè, zou Chantal Janzen zeggen als ze hem twee ­weken geleden bezig had gezien op tv. Sneijder is dit seizoen aangesteld als analist op RTL 7 en zat als zodanig bij de eerste Champions League­wedstrijd van Ajax dit seizoen. Na afloop buitelden kijkers over elkaar heen om te spuien. Om te beginnen omdat hij – samen met collega-analist Dirk Kuijt – vooraf nogal stellig was geweest: ­Sébastien Haller zou tekortkomen als spits van Ajax. Hij scoorde er die avond vier.

Grappig inderdaad, maar eerlijk is eerlijk: kan gebeuren. Zo wonderlijk was die mening niet, Haller was al een tijdje niet in vorm en het draait ook altijd lekker met Tadic op 9. Opmerkelijker was een andere opmerking van Sneijder in de voorbeschouwing. “Laten we eerlijk zijn,” zei hij: “we weten natuurlijk vrij weinig van die ploeg.”

Die ploeg, dat was Sporting Lissabon, de tegenstander van Ajax. En inderdaad, de gemiddelde kijker zal de Portugese competitie niet op de voet volgen. Maar, vroeg men zich af: is het niet je taak als analist dat je wél weet wie er bij de tegenstander spelen? En hoe ze spelen? En meer van dat? Sneijder en Kuijt kwamen niet verder dan dat het een Portugese ploeg is en dat je daar altijd mee moet oppassen.

Gek op het spelletje

Het riep vragen op. Namelijk: wat verwachten we eigenlijk van de mensen die de kijker vooraf, tussendoor en achteraf gidsen op tv? Hoe be­slagen moet een analist ten ijs komen? En waar gaat het nu om, feitenkennis, tactiek, gevoel voor het spelletje of dat allemaal bij elkaar? Kortom: waar moet een analist aan voldoen?

Een rondvraag, te beginnen bij RTL, dat laat weten dat ze van hun analisten verlangen dat ze op basis van persoonlijke kennis en ervaring duiding geven aan wat er gebeurt in een wedstrijd. En dan graag zo authentiek mogelijk, ­zeggen ze erbij.

Bij de NOS is er één gemene deler in de poule van analisten, laat adjunct-hoofdredacteur Sport Ewoud van Winsen (56) weten: iedereen die aanschuift, eet, drinkt en slaapt voetbal. “Neem Rafael van der Vaart, Theo Janssen, Pierre van Hooijdonk en Ibrahim Afellay: die kijken álles. Naast dat ze allemaal een behoorlijke staat van dienst hebben als voetballer, zijn ze gek op het spelletje.”

Bij ESPN is dat ook een voorwaarde, de intrin­sieke motivatie. “Al onze analisten zijn om te beginnen idolaat van voetbal,” laat de zender weten. Entree Hans Kraay jr. (61), al jaren actief als voetbalanalist, al noemt hij zichzelf liever ‘simplistisch meninggever’, want wat is dat nou eigenlijk, analist? Hoe dan ook, bij ESPN staat hij bekend om zijn doorwrochte voorbereiding. Om te beginnen omdat hij geen wedstrijd wil missen, tot ontsteltenis van zijn vrouw. Maar ook omdat hij niet voor verrassingen wil komen te staan.

Kraay: “Dit verbaast je misschien, maar de meeste tijd stop ik in de voorbereiding van de Keuken Kampioen Divisiewedstrijden op vrijdag. Echt wel zo’n drie, vier uur elke keer. Voor wedstrijden van Oranje ben ik minder lang bezig, want ja, van Frenkie ben ik wel op de hoogte hoor. Dan hoef ik alleen de tegenpartij er even bij te pakken, samen met de redactie.”

Scherpe redacteur

Want zo werkt het dus, achter elke analist op tv zit een redactie die aangeeft, aanstipt en aanscherpt. Van Winsen: “Voor Studio Voetbal worden zondagmiddag alle gasten gebeld door redacteuren om de onderwerpen door te spreken en voor te bereiden. Dus als het die avond over de aanval van Ajax gaat, is dat niet lukraak maar is daar goed over nagedacht. Bij eindtoernooien kijken we de wedstrijd met analisten samen en in een hoek zit er dan een redacteur met een apparaat live beelden te selecteren, pijltjes te trekken en cirkels te maken om loopbewegingen en ruimtes op het veld te kunnen laten zien in de rust of na afloop.”

“Daar ben je als analist dus tijdens het kijken ook mee bezig. Dat is best iets wat je moet leren en waar je talent voor moet hebben. Sommigen hebben dat gewoon, zoals Leonne Stentler, die heel erg oog heeft voor tactiek en het ook goed kan uitleggen. Is te trainen hoor, maar bij haar ging het meteen vanzelf. Er is op dat gebied ook steeds meer mogelijk omdat er steeds meer data en techniek beschikbaar zijn.”

Die techniek nam een vlucht toen Jan van Halst jaren geleden de ‘Piero’ introduceerde: een elektronisch systeem waarmee situaties op het veld in beeld worden gebracht en van uitleg kunnen worden voorzien. Met de data van Opta hebben analisten er helemaal een handvat bij, zeker met een scherpe redacteur. Kraay: “Een paar weken geleden hadden we het bij Willem II-PSV over Sangaré, een middenvelder die ongelooflijk veel kritiek heeft gekregen. Leuk en aardig hoe makkelijk hij ballen afpakt, maar hij levert ze net zo makkelijk weer in – daar ging het over. Maar nu deed hij het aan de bal geweldig in de eerste helft. Dus Kenneth Perez noemt dat en die krijgt vervolgens in z’n oortje door dat het klopt wat hij zegt, 52 van Sangarés 52 passes kwamen goed aan: 100 procent dus. Dat kan ­Perez dan noemen en huppa, je betoog snijdt meteen hout. Dan is statistiek meerwaarde hoor. Maar ik geloof in allebei: data, maar mét je ogen en je gevoel erbij. Want soms zit het ook ­allemaal in hóé iemand een pass geeft, en dat valt dan weer niet te meten.”

Dat is dus die gevoelswaarde. Bij RTL noemen ze nog maar even: sport gaat ook om beleving en menselijke emotie. Kraay herinnert zich nog hoe zijn vader – misschien wel de oer-analist van de Nederlandse televisie – het graag bij de feiten hield op tv. “Ik moet eerlijk zeggen: als we het bij ons aan de keukentafel over voetbal hadden, dan vond ik hem het leukst. Dan zei hij wel gewoon dingen als: die trainer van PEC, wat een wijsneus is dat. Of: wat speelt dat PSV een verschrikkelijk voetbal. Op tv vond hij dat niet nodig, terwijl in deze tijd past het wel. Zelf ben ik een stuk minder genuanceerd dan hij, dat vond hij weleens moeilijk. Maar ik vind: goed is goed en slecht is slecht, en dat benoem ik gewoon.”

Voetbalhumor

De kijker wil ze, die ongezouten meningen, meer nog dan vroeger misschien. Maar ondertussen vraagt de kijker ook meer inhoud op basis van data, kennis en voorbereiding. Als die ­ontbreekt, zoals onlangs bij Sneijder, valt het op. Meebewegen met die wens dus, is het devies. Van Winsen: “In het verleden is het misschien weleens gebeurd dat analisten bij ons te weinig voorbereid waren. Tijdens eindtoernooien, als er zo veel landen langskomen. Nu hebben we daar een strakker beleid in. Een redacteur krijgt een land toegewezen en duikt daar dan echt op: daar wordt het inhoudelijker van. Maar uiteindelijk ligt de bal nog steeds bij de analist, die moet ook vrij zijn om te zeggen wat ie wil. En het mag ook leuk zijn: een beetje voetbalhumor – daar hebben we bij de NOS vooral Van der Vaart voor – voegt wel iets toe.”

Kraay: “Ik vind veel van m’n collega’s erg goed. Maar even ter relativering: zo belangrijk is het allemaal niet hè? Tuurlijk, als je een mening gaat geven moet je ook een mening hebben, en daar moet je soms weleens naar op zoek. Maar we worden zo geholpen door redacties, zo moeilijk is het nu ook weer niet. Ik kom weleens thuis als ik een paar avonden achter elkaar op tv ben geweest en dan vraagt mijn vrouw: En? Ben je niet moe? Nee joh, zeg ik dan, ik heb toch niet gewerkt?”

Meer over