PlusAchtergrond

Dronepiloot voor tv: ‘Het is niet de vraag of je gaat crashen, maar wanneer’

Daniel de Ruiter met collega Wendel Nooren maken droneopnames bij een optreden van Coldplay in Jordanië. Beeld SkyLynx
Daniel de Ruiter met collega Wendel Nooren maken droneopnames bij een optreden van Coldplay in Jordanië.Beeld SkyLynx

In zo’n beetje elk tv-programma zitten tegenwoordig dronebeelden, van Rail Away tot aan het Songfestival. Het werk van een dronepiloot is verre van simpel. ‘Als je zo dicht langs mensen gaat, wil je controle houden.’

Marlies van Leeuwen

Het lijkt zo eenvoudig: je gooit een onbemand luchtvaartuigje met camera de lucht in en hoppa, je hebt gave beelden. Sommige beunhazen zullen het zo ook doen, maar drones gebruiken voor tv-opnames is een specialisme, zegt Daniël de Ruiter, en bovendien omgeven met een boel regels. Hij was verantwoordelijk voor vrijwel alle dronebeelden die afgelopen mei bij het Songfestival in Rotterdam werden gemaakt – weet u nog: Afrojack en nog eens 170 man op de Erasmusbrug – en werkte mee aan producties als The Passion en Scrooge.

“Met een standaarddrone van de Mediamarkt kan zelfs mijn opa vliegen, maar er ook goede beelden mee maken, dat moet je echt leren,” zegt De Ruiter. Voor beelden bij de komende The Passion is hij nu, twee maanden van tevoren, al aan het trainen. “Ze hebben een bepaald shot voor ogen en zelfs met mijn ervaring betekent dat ik moet oefenen, oefenen, oefenen.”

Spanwijdte van twee meter twintig

Vlieguren maken is ook wat Wendel Nooren nog altijd doet. Hij begon nadat hij zag dat het niet echt klikte tussen de regisseur van Wie is de Mol? – waar hij toen geluidsman was – en de dronepiloot die mee was op reis. Nooren blufte: “Als je wil, kun je mij volgend jaar inzetten.” Nul ervaring met de vliegende camera’s had hij, maar na de interesse van de regisseur ging hij trainen. Elke dag, voor of na werk, in een weiland. Na een paar maanden stuurde hij een ‘auditievideo’. Inmiddels zitten we midden in het zevende seizoen van dat kijkcijferkanon waarin zijn dronebeelden te zien zijn en ziet de kijker zijn shots ook in shows als Het verhaal van Nederland, Heel Holland bakt en All you need is love.

Anders dan De Ruiter, die de drone zelf bestuurt en zelf de camera beheert – “Ik wil zelf alle controle hebben.” – werkt Nooren het liefst als dual drone operator. Zijn collega Frans Janssen bestuurt de drone, terwijl Nooren zich ontfermt over de shots. “Onze drones hebben een spanwijdte tot wel twee meter twintig en we moeten een antenne opzetten van zo’n elf meter hoog om contact te maken met de verkeerstoren. Aan zo’n drone kun je vrij grote camera’s hangen, zodat ik vrij close kan gaan. Zo konden we zangeres Davina Michelle filmen terwijl zij op de Euromast optrad, met een helikopter ernaast in beeld.”

Rail Away. Beeld EO
Rail Away.Beeld EO

Janssen heeft de certificaten die nodig zijn om een drone legaal de lucht in te laten gaan. “De regels zijn strikt en er komt veel administratie bij kijken.” De Ruiter, die ook die vergunningen heeft, had maanden nodig voor toestemming om op Schiphol te filmen voor het Songfestival. “Die naam opende deuren. Ik heb onder een Boeing 737 doorgevlogen. Ik denk niet dat ik zoiets nog eens zal meemaken.” Binnenkort filmt hij weer iets in hartje Rotterdam. “Dan wordt er een complete straat afgesloten alsof het een filmset is, uit veiligheidsoverwegingen, en ik heb contact met de verkeerstoren van Rotterdam Airport.”

Shotje van het Museumplein

Nooren ziet in sommige tv-programma dronebeelden voorbij komen waarvan hij zich afvraagt of het wel legaal is gefilmd. “Dan zie ik weer een shotje Museumplein in Amsterdam, maar daar krijg je echt niet zomaar een vergunning voor.”

De uitdaging voor de dronespecialisten is onderscheidend te zijn. Net even iets mooiere, gekkere, gedurfdere shots maken. “Iets neerzetten dat je niet verwacht, al gaat niet altijd goed,” zegt De Ruiter. “De eerste dag dat we aan het filmen waren voor het Songfestival crashte mijn drone. Ik wilde dicht langs het water scheren, maar ik nam te veel risico en ging te laag. Maar toen ik achteraf de registratie van Eurovisie zag, dacht ik: ik heb wél iets neergezet.”

Zo’n crash is een dure grap, verzekeringswerk. En omdat het ’t risico van het vak is, is hij er ook op voorbereid. “Ik heb acht drones, van de meeste soorten heb ik er twee. Als er dan een crasht, dan heb ik er een achter de hand. Anders is de draaidag voorbij,” zegt hij. Nooren: “Het is niet de vraag of je gaat crashen, maar wanneer.”

Dwars door de benen

Vince Irie heeft ‘zonder overdrijven’ wel honderden drones, omdat er geregeld wel eentje ‘aan gort gaat’. Met hoge snelheid vlak langs een paal, een onverwachte zucht wind, bam. Achter een surfer aan in de golven, een grote plens water, pats. “Die crashes gebeuren vooral bij competitieracen met de drone, niet bij het filmen. De drones waar ik mee werk, zijn volledig manueel. Anders dan die grotere hebben deze geen gps of iets wat me kan redden. Dat is tricky.”

Irie zit in een niche binnen de dronewereld: hij filmt met een racedrone, die past in de palm van je hand. Hij draagt een soort VR-bril waarmee hij ziet wat de drone filmt. Irie en zijn collega noemen zich de ‘Dutch drone gods’, een beetje gekscherend, maar intussen worden ze soms wel zo onthaald vanwege spectaculaire video’s van hun hand. Het Edisonoptreden in Matthijs gaat door bijvoorbeeld, dwars door de benen van Di-rectzanger Marcel Veenendaal en de studio rond. Eén shot van 4 minuut 20 lang. “De accu had het geen seconde langer volgehouden,” zegt Irie.

Of neem het optreden van de wereldster Stromae, eveneens bij Matthijs van Nieuwkerk. Hij liet zich door Irie overtuigen om de eerste veertig seconden van zijn liedje Santé een drone vast te houden en liet ‘m daarna los voor een bijzonder effect. “Hij was een beetje huiverig, want je wil niet zo’n propeller tegen je hand, maar ik kon hem geruststellen.”

Dronerace in de bossen

Zijn collega-‘dronegod’ Ralph Hogenbirk filmde de leader van VI Vandaag, waarbij de vliegende camera rakelings langs het hoofd schiet van Johan Derksen, dwars door de openstaande ramen van de auto waar De Snor in zat. “Als je zo dicht langs mensen gaat, vlieg je niet aan het eind van je kunnen. Je wil controle houden,” zegt Irie.

En dat heeft hij. Hij begon jaren geleden als hobby met droneracen: door bossen en andere plekken zo snel mogelijk een parcours afleggen. Irie deed mee aan internationale wedstrijden, werd kampioen in Turkije en Roemenië. “Al die jaren voor de fun. Toen een jaar of drie geleden de stabilisatie van de racedrones goed genoeg werd voor camera’s van betere kwaliteit, hebben we het als werk opgepakt. Een gat in de markt.”

Wat de toekomst gaat brengen? Méér dronebeelden, denken de piloten. “We hebben pas het tipje van de sluier gelicht in de dronewereld,” vermoedt De Ruiter. “Ik droom van een drone die op mijn rug is gebonden waardoor ik zelf met een camera in de hand in de lucht kan filmen.”

Meer over