PlusInterview

Doe Maar-icoon Ernst Jansz is het na 67 jaar eindelijk gelukt: Chopin spelen

Ernst Jansz leerde zichzelf pianospelen: “Als het even kon deed ik het net als bij typen met twee vingers.” Beeld ANP / Arie Kievit
Ernst Jansz leerde zichzelf pianospelen: “Als het even kon deed ik het net als bij typen met twee vingers.”Beeld ANP / Arie Kievit

Popster worden mag een jongensdroom zijn, Ernst Jansz (73) beviel die status maar matig. Zijn eigen jeugdambitie, sinds zijn zesde: concertpianist worden. Hij moest er 67 jaar op wachten, maar het is gelukt. Dit weekend bracht hij maar liefst twee nieuwe albums uit.

Alexander van Eenennaam

Ernst Jansz zit aan de keukentafel van zijn boerderij in het Brabantse Neerkant en zijn ogen glinsteren. Aan de ene kant omdat hij pret heeft om de verbazing van zijn toehoorder, aan de andere kant omdat hij zo geniet van wat hij tot stand heeft gebracht.

Om te beginnen met de verbazing: eigenlijk kon Ernst Jansz tot aan het begin van deze eeuw geen piano spelen, terwijl hij toch als toetsenist van CCC Inc. en daarna Doe Maar flink wat furore had gemaakt.

En dat andere: hij is oprecht dolgelukkig met de twee albums die hij afgelopen weekend gelijktijdig uitbracht. Het ene, Live in tijden van corona, is de weerslag van twee livestreams met eigen luisterliedjes, bij het andere dekt de titel de lading: Chopin en andere stukken, met een vette knipoog naar een vermaard Doe Maar-album. Hij speelt stukken van Chopin naast eigen composities.

Milder dan voorheen

“Ik vind Live in tijden van corona zo mooi dat ik het elke avond in bed beluister via mijn koptelefoon. Ik kan er geen genoeg van krijgen,” zegt hij na een lofzang op de drie muzikanten die hem begeleidden; violiste Aili Deiwiks, gitarist Guus Paat en bassist Richard Wallenburg. “Ik geniet zo van hun spel.”

Dat doet hij niet van zijn eigen stem, hoewel hij die beter waardeert dan voorheen. “Ik ben milder geworden. Als ik nu dingen uit de tijd van Doe Maar terughoor, vind ik het best leuk gezongen. Op het moment zelf vond ik dat niet, ik ben nooit tevreden geweest over mijn zangstem. Ik zou willen dat ik zonder moeite op elk moment spatzuiver en met vibrato kan zingen, met een mooie soulstem. Wat er wel goed aan mijn stem is? Hij geeft goed weer wat ik voel.”

Dat zijn twee albums nu gelijktijdig verschijnen, heeft alles te maken met de omstandigheden. “In 2020 zouden we gaan touren met Doe Maar en daarom kocht ik een nieuwe sample piano. Toen vanwege corona alles werd afgeblazen, was ik werkloos. Ik ben die livestreams gaan doen en nam me voor die sample piano te gebruiken voor Chopin.”

Chopin

Jansz, die vijftig jaar geleden Amsterdam verruilde voor Neerkant, wilde zich niet zomaar storten op het werk van de befaamde Poolse componist. “Duizenden pianisten gingen me voor, het is niet interessant als een popmuzikant zonder opleiding een beetje gaat zitten rommelen. Daarom koos ik niet voor een vleugel, maar voor de elektrische variant.”

Kennis over Chopin haalde hij al op jonge leeftijd uit boeken, maar ook uit de gepubliceerde brieven die de componist schreef. “Hij beschreef hoe hij lesgaf. Hij zette een metronoom op de piano die het tempo aangaf en zei tegen zijn studenten: ‘Met je linkerhand volg je de metronoom, met je rechterhand mag je vertragen en versnellen, zolang je links maar dat tempo aanhoudt.’ Hij hechtte daar dus veel waarde aan. Nou, 90 procent van de mensen die Chopin spelen, houdt zich daar niet aan. Dat ergert mij. Ik heb dus geprobeerd me wel zo goed mogelijk aan die regel te houden.”

Zonder overdrijving: Jansz vervult met zijn album zijn jongensdroom. “Ik wilde altijd al Chopin spelen, maar het is nooit gelukt. Ik heb rond mijn tiende één jaar slecht les gehad op de Volksmuziekschool in Amsterdam.”

Jarenlange zelfstudie

Na een jaar met geringe progressie liet hij de Volksmuziekschool achter zich. “Ik ging het zelf uitzoeken, leerde alleen nooit hoe ik mijn vingers op de juiste manier moest neerzetten. Als het even kon deed ik het net als bij typen met twee vingers. Jarenlang studeerde ik urenlang per dag op Chopin, waarbij ik constant tegen mijn plafond zat. Chopin spelen lukte hooguit met wat fouten. In de popmuziek vind ik die erbij horen, er komt zelfs vaak iets goeds voort uit een fout, maar als je een klassieke componist wilt vertolken, vind ik een fout onvergeeflijk.”

Hoe frustrerend het ook was, Jansz volhardde, ook in de jaren waarin hij al actief was bij CCC Inc. en Doe Maar. “Voor die muziek waren geen kwaliteiten van een klassiek pianist nodig. Mijn zelfontwikkelde stijl volstond. Pas een jaar of twintig geleden leerde ik hoe ik klassieke piano moet spelen.”

Jansz legt zijn handen op tafel: “Ik heb het net op tijd gedaan, want ik heb last van koetsiersziekte. Je vingers gaan er krom van staan. Ik kan mijn rechterhand niet meer helemaal spreiden om een octaaf aan te slaan. Het is te opereren, maar zolang ik nog toetsen kan spelen in mijn bandje, vind ik het prima.”

Bestaat Doe Maar nog?

Hoewel de band nog bestaat, zit het er niet in dat Doe Maar nog zal optreden. “Ik denk het niet,” zegt Ernst Jansz. Afgelopen najaar zou de band een clubtour doen, maar die werd afgelast omdat bassist en zanger Henny Vrienten ziek werd. Waaraan hij lijdt, heeft hij niet bekendgemaakt, maar de concertreeks was meteen van de baan.

“We zijn nog steeds een bandje,” zegt Jansz, “dat kunnen we tot in de eeuwigheid blijven.” Volgens Jansz is Doe Maar voorlopig niet van plan meer naar buiten te brengen over de status van de band. Duidelijk is wel dat er geen concerten meer aankomen. “Dan moet er wel een wonder gebeuren.”

Meer over