PlusAchtergrond

Documentaire JC belicht de mens Johan Cruijff – einzelgänger, bemoeial, filosoof

null Beeld kamp seedorf
Beeld kamp seedorf

Maandag zou Johan Cruijff zijn 75ste verjaardag hebben gevierd. Ter ere daarvan wordt die avond de documentaire JC uitgezonden, die volledig uit archiefbeelden bestaat en poogt de mens achter de voetballer te laten zien.

Maarten Moll

De man draagt een blauwe trui met V-hals, met daaronder een lichtblauw overhemd. Op een zwarte broek. Hij is aan het biljarten, maar het ziet er een beetje knullig uit. Als hij een bal wil masseren, mislukt dat. Dan richt hij zich op, neemt de keu in een hand en kijkt in de camera. “Ik ben Johan Cruijff. Ik voetbal. Ik hoop dat jullie een leuk programma te zien krijgen.”

En dan begint JC, een documentaire over Johan Cruijff. Even voor de duidelijkheid: dat is niet het programma dat Cruijff bedoelde.

Het pratende hoofd van een oudere Cruijff komt vol in beeld: “De beste voetballer zijn op de wereld zonder wereld heb je natuurlijk niets aan. In andere woorden: de beste voetballer zijn zonder gras, daar doe je niets mee.” En hij haalt zijn schouders erbij op alsof hij zegt: logisch toch.

Kun je makkelijk een filosofiecollege mee vullen, met zo’n uitspraak.

Archiefbeelden

Documentaires over Cruijff, films, televisieprogramma’s, YouTubefilmpjes met zijn mooiste doelpunten – ze zijn talrijk en bekend. En ze tonen vooral de voetballer Johan Cruijff.

Dat is ook wat je denkt dat je krijgt als hij zich zo presenteert: “Ik ben Johan Cruijff. Ik voetbal.” Maar JC wil iets ‘anders’ zijn. De documentaire van regisseur David Kleijwegt, editor Thomas Vroege en researcher Steven van der Gaag, is geheel samengesteld uit archiefbeelden.

Het zijn alleen beelden waarin Cruijff centraal staat. De mens Johan Cruijff, want de beelden van een voetballende Cruijff zijn ver in de minderheid. We zien ook geen fragmenten aan elkaar pratende presentator of anderen (oud-ploeggenoten, vrienden, familie) die hun licht op het fenomeen laten schijnen.

Kleijwegt, zo liet hij weten, ziet JC als de kroon op zijn werk: “Cruijff is onmiskenbaar de grootste Nederlandse voetballer aller tijden. Een zeer bekende figuur bovendien: op het hoogtepunt van zijn roem kenden drie miljard mensen zijn naam. Toch denk ik dat wij door een andere benadering te kiezen met JC een andere kant van hem hebben blootgelegd.”

Ongevraagd advies

De mens Johan Cruijff dus. Beter: de mens achter de voetballer Johan Cruijff, omdat we hem vooral kennen als voetballer (ook al is er inmiddels een kleine boekenkast te vullen met boeken waarin wordt geprobeerd zijn psyche te doorgronden). Aan de hand van uitspraken, vaak op vragen van buiten beeld blijvende interviewers, pogen de makers die mens te laten zien.

Dus zien we een uur lang Johan Cruijff. En dat is genieten.

Bij de eerdergenoemde openingsscène zal menigeen moeten denken aan die anekdote over Cruijff en teamgenoot Tscheu La Ling. Die laatste was in het spelershome van Ajax aan het biljarten toen Cruijff hem ongevraagd van advies kwam dienen – hij deed het helemaal verkeerd, hij moest de keu anders vasthouden. Ling zou vervolgens hebben gezegd: “Als je nou je bek niet houdt, krijg je een keu in je reet.” Of iets van die strekking. Helemaal apocrief is het verhaal, gezien de bemoeizieke Cruijff, niet. (Verderop in JC bekritiseert Cruijff doodernstig het eetpatroon van Spanjaarden, en komt hij ook met oplossingen.) Ling kon in elk geval ongestoord verder biljarten.

Op internet is trouwens een ander filmpje te vinden met Cruijff in dezelfde kleren, die een met veel effect gespeelde driebander maakt. Het is een scène uit het Veronicaprogramma Henri Remmers ontmoet... uit 1982. En dat is het programma waarover het Cruijff het heeft in die beginbeelden.

JC is dus een portret van Johan Cruijff, gemaakt door Johan Cruijff zelf, zou je kunnen zeggen, want hij ontbreekt in geen enkele scène. Zonder hem is er geen bal aan.

Mooi aan deze documentaire is dat er niet aan duiding wordt gedaan, behalve dan door de interviewers. Er is geen ‘nagesprek’, waarin iemand even uitlegt wie Johan Cruijff nu eigenlijk is. De kijker kan zo zelf zijn psychologisch portret van de man maken.

Soms vraagt de interviewer door, soms schiet de verslaggever in de lach, zoals in de bus tijdens het WK van 1974 als Cruijff begint te praten over een joint venture en een even weergaloos als onbegrijpelijk verhaal houdt over kosten en baten.

Einzelgänger

Het woord geldwolf is dan al een keer gevallen, en ook hebben we dan al een compilatie gezien van reclameposters. Cruijff die voetbalschoenen, horloges, pyjama’s, sigaretten, parfum (Agua de Cruyff), waspoeder en videorecorders aanprijst. Maar Cruijff heeft dan ook al uitgelegd dat voetbal voor hem 90 procent plezier is, maar vooral ‘broodwinning’. En dat hij voor zijn gezin wil zorgen, dat hij die verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat, en dat hij dat heel serieus neemt. Over zijn vak: “Ik geloof dat je een hele grote egoïst moet zijn.”

Daarmee ontmythologiseert hij zichzelf voor een deel, zet hij zichzelf niet al te sympathiek weg, maar het verklaart ook veel. “Ik speel in de eerste plaats voor mezelf. Ik verdien voor mezelf. Want je zegt niet: in het belang van het team word ik reserve. Dat kan niet. Dus je speelt in principe altijd voor jezelf.”

Een einzelgänger, denk je na een tijd. En misschien voelde hij zich ook wel alleen. Mooi zijn de slow-motionbeelden van na het eindsignaal van de WK-finale van 1974. We zien hem lopen, wijzend en roepend. Maar er komt niemand naar hem toe en hij zoekt ook niemand op.

Opvallend is ook hoe ontspannen hij reageert als hij verslaggevers te woord staat. Die hem thuis opwachten om hem te vragen naar zijn transfer naar Barcelona. En als hij later trainer is van die club, of hij denkt dat hij die dag ontslagen zal worden. Hij neemt de tijd en geeft rustig antwoord.

“Ik heb de pers altijd gezien als noodzakelijk kwaad,” zegt hij ergens in JC, en in zijn antwoorden maakt hij er een sport van zo ontwijkend mogelijk te reageren en trekt hij voortdurend mistgordijnen op. Ook dat is, als het echt zo bedoeld was, meesterlijk. Paradoxaal is natuurlijk dat diezelfde pers hem ook heeft geschapen en beroemd gemaakt heeft, in al zijn verscheidenheid.

Zoals in een bekende anekdote die voorbijkomt. Voetbalcommentator Herman Kuiphof vertelt, terwijl we in beeld een jonge Cruijff zien voetballen, over een ontmoeting met Ajaxspeler Henk Groot, die hem vertelde: “We hebben er nu eentje bij Ajax. Het is een schriel, mager jongetje. Hij heet Jopie. En hij vertelt ons allemaal op de training waar we moeten gaan staan en wat we moeten doen”

Kuiphof vraagt: “Slaan jullie hem dan niet op zijn bek?” Groot: “Nee, want hij heeft bijna altijd gelijk.”

Machiavellistisch

Of de mens achter de voetballer Johan Cruijff echt in JC is te ontdekken? We horen Cruijff ontkennen dat hij harde taal heeft gebezigd tijdens de door hem ontketende fluwelen revolutie binnen Ajax. Hij ontkent alles alsof hij wordt beticht van het allerergste. Daarna zien we hem met rechte rug door de catacomben lopen, met zijn secondanten Wim Jonk en Dennis Bergkamp. Als een heerser. En inderdaad, de term machiavellistisch komt dan wel bij je op. Ook een kant van Cruijff die niet onderbelicht blijft.

Tegenover dat beeld staat een werkelijk prachtige scène aan het einde van de documentaire. De Bulgaarse Barcelonaspits Hristo Stoichkov worstelt met het springtouw. Het kruiselings met het touw zwaaien en tegelijk springen lukt niet. Trainer Cruijff ziet het aan en vraagt dan lachend om het springtouw van een andere speler.

Je ziet Stoichkov niet vinnig reageren, hij zegt ook niets over een springtouw en een reet.

Johan Cruijff gaat staan en doet de oefening moeiteloos voor. En dan ook nog een keer op snelheid. Perfect.

2Doc: JC, maandag 25 april, 20.20 uur, VPRO, NPO 2

null Beeld Kamp Seedorf
Beeld Kamp Seedorf
Meer over