PlusRecensie

Docu: De Amsterdamse burgemeester die razzia’s, de onderduik en Kamp Westerbork overleefde

Ed van Thijn, oud-minister en burgemeester van Amsterdam, sprak in het openbaar veelvuldig over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, maar thuis kon hij er nauwelijks over praten. Postuum doet hij in een documentaire zijn verhaal.

Roelf Jan Duin
Burgemeester Ed van Thijn tijdens een herdenking van de slachtoffers van vernietigingskamp Auschwitz op begraafplaats De Nieuwe Ooster in 1985. Beeld ANP
Burgemeester Ed van Thijn tijdens een herdenking van de slachtoffers van vernietigingskamp Auschwitz op begraafplaats De Nieuwe Ooster in 1985.Beeld ANP

“Ik ben mijn hele leven 10 gebleven,” zei Ed van Thijn (1934-2021), met betraande ogen, in 2010, tegen documentairemaakster Nathalie Toisuta. “Ik kan er uitstekend mee leven, maar het is nooit helemaal weg.” Zijn dochter Marion is in Een oorlog die nooit overging, op 4 mei te zien op tv, beslister over de oorlogstrauma’s van haar vader. “Het zit er allemaal nog. Er is niets van voorbijgegaan, of overgewaaid, of minder geworden.”

Van Thijn was namens de PvdA Tweede Kamerlid, senator, minister van Binnenlandse Zaken, raadslid en tussen 1983 en 1994 burgemeester van Amsterdam. Maar de oorlogsjaren, tussen zijn 6e en 11e, waren het meest bepalend voor zijn leven. Als Joods jongetje belandde hij in Kamp Westerbork, kwam vrij en zat op achttien verschillende adressen ondergedoken. Hij werd verraden, belandde in de gevangenis en werd opnieuw vastgezet in Westerbork.

Taboeonderwerp

Nadat het kamp was bevrijd bleef Van Thijn, toen 11 jaar oud, er nog enige tijd als bewaker van de NSB’ers die er na de bevrijding opgesloten zaten. Hij werd herenigd met zijn ouders en ‘mocht hij weer kind zijn’. ‘Ik werd ingestopt en vertroeteld.’ Maar wat er in de oorlog was gebeurd zou altijd een taboeonderwerp blijven. In plaats van erover te praten kreeg Van Thijn elektroshocktherapie om zijn trauma’s te verwerken.

De oorlog zou de leidraad van zijn leven blijven. Als politicus voerde hij een niet aflatende strijd tegen discriminatie en racisme; tijdens herdenkingen, onder meer op de Dam, sprak hij ontelbare keren over de oorlog. Maar in kleinere kring bleef het onderwerp onbesproken. “Ik vond het moeilijk dat hij ten overstaan van heel Nederland wel verhalen kon vertellen, maar nooit een op een,” zegt zijn dochter Carla in de documentaire. “Ed was blij dat ik niet over de oorlog sprak. (...) Maar ik wist heel goed wat er in hem om ging,” zegt zijn vrouw Odette.

Documentairemaakster Nathalie Toisuta sprak Van Thijn in 2010 voor het eerst, toen zij voor War Child werkte. Van het gesprek dat zij toen met hem had over zijn oorlogsverleden kon ze destijds maar een minuut of vier gebruiken, maar het verhaal liet haar niet los. “Een jongen van acht die door de nazi’s uit Amsterdam wordt verdreven, om later burgemeester te worden van die stad, ik vond dat zo’n hoopvol verhaal.”

Slotakkoord

In 2020 voerde Toisuta opnieuw een indringend gesprek met Van Thijn, die toen al ernstig verzwakt was. “Hij sprak al ruime tijd niet meer met de media, dit zag hij als zijn slotakkoord. ‘Ik heb bijna geen adem meer, maar dit wil ik gezegd hebben,’ zei hij.”

Toisuta trof een andere man dan tien jaar eerder, en niet alleen vanwege zijn fysieke staat. Hij erkende, aan het einde van zijn leven, dat de oorlog hem zijn hele leven meer parten had gespeeld dan hij eerder erkend had. ‘Ik kan nu met geen mogelijkheid op 4 en 5 mei naar de televisie kijken,’ zei Van Thijn. ‘Als een man van 86 heb ik uren zitten huilen. De prijs die ik nu betaal zijn tranen, tranen en nog eens tranen. Terwijl ik een paar jaar geleden een spreker was bij dat soort gelegenheden. (...) Ik zou er nu niet meer aan moeten denken.’

In de documentaire komen onder anderen Geert Mak, Lodewijk Asscher, Frits Barend en de zoon van de man die de 8-jarige Van Thijn naar meerdere onderduikadressen bracht aan het woord. Ze reflecteren op Van Thijns geschiedenis en zijn survivors guilt: het schuldgevoel dat veel Joden die de oorlog overleefden met zich mee torsen. “Wij hadden er niet mogen zijn, en ons pas nederigheid omdat wij het overleefd hebben,” legt Barend het uit.

Arbeit macht frei

Bij Van Thijn vertaalde dat zich onder meer in heel hard werken. “Zijn werk ging voor alles. Ook dat was verdringing,” zegt zijn echtgenote Odette, die ook vertelt dat Van Thijn niet kon slapen zonder slaappillen. “Het was allemaal trauma, trauma trauma.” Ook worstelde Van Thijn met schaamte, het gevoel dat hij zich niet in een slachtofferrol mocht wentelen. “Ik wilde het verhaal niet groter maken,” zegt hij tegen Toisuta. “Ik bleef altijd een beetje ondergedoken.”

De gesprekken die Toisuta voerde met de vrouw en dochters van Van Thijn verliepen af en toe stroef, zegt de documentairemaakster. “Je proefde de stilte, het zwijgen. Alles wat er niet mag zijn krijgt macht. Ik hoop dat dit verhaal leidt tot erkenning en herkenning.” Haar film laat zien dat oorlogstrauma’s van generatie op generatie worden doorgegeven. Zo komt ook de kleindochter van Van Thijn aan het woord, die zegt dat zij haar opa leerde knuffelen.

De oorlog verliet Van Thijn nooit, zei hij tegen Toisuta. “Hij haalde de spreuk aan die op de poort van concentratiekampen stond: arbeit macht frei. ‘Ik heb me mijn leven lang kapotgewerkt, en ben er nooit van losgekomen.’”

2Doc: Een oorlog die nooit overging is op 4 mei om 18.55 uur te zien bij BNNVARA op NPO 2 en wordt diezelfde avond om 21.00 uur vertoond in filmhuis Kriterion

Meer over