Concertrecensie

DiDonato heropent het Concertgebouw met een wonderschoon recital.

Stermezzosopraan Joyce DiDonato opende het Concertgebouw met een emotioneel geladen toespraak. ‘We komen weer tevoorschijn uit onze eenzaamheid.’

Erik Voermans
Joyce DiDonato in de Grote Zaal.  Beeld Eduardus Lee
Joyce DiDonato in de Grote Zaal.Beeld Eduardus Lee

Toegejuicht door 250 geluksvogels in de Grote Zaal maakt de Amerikaanse stermezzosopraan Joyce DiDonato vrijdag haar rentree in het Concert­gebouw. Ze begon met een emotioneel geladen toespraakje. “We komen weer tevoorschijn uit onze eenzaamheid,” zei ze. De periode zonder concerten en zonder publiek was haar zwaar gevallen. Maar nu ‘wacht ons weer zoveel moois’ en dus begon ze, aan de vleugel begeleid door Craig Terry, met een zeer toepasselijk lied van Schubert, dat ze op het allerlaatste moment had toegevoegd: An die Musik.

Ze gaf een wonderschoon, kort recital met tragische liederen over verdriet, verlies, hoop, woede en trots, van Haydn, Hasse, Ellington, met als een van de hoogtepunten een adembenemende vertolking van Mahlers Ich bin der Welt abhanden gekommen. Voordat ze begon te zingen, had ze gezegd dat Mahler haar uit haar stilte had gehaald. Na La vie en rose volgden nog Irving Berlins I Love A Piano en Somewhere over the Rainbow. Razend knap hoe ze als een totale professional de indruk van grote intimiteit wist te geven. En wat zong ze mooi, met die rijke stem en dat sensueel vlinderende vibrato.

Daags erna liepen we in groepjes van dertig man door lokalen en andere ruimtes in De School, de voormalige LTS aan de Dr. Jan van Breemenstraat. Ryuichi Sakamoto en Gisèle Vienne (beiden afwezig) presenteerden hier voor het Holland Festival vijf bewonderde kunstenaars.

Tinkelende stenen

Gedurende drieënhalf uur maakten we in Short Circuit zo kennis met geluidsartiest Yuko Mohri, die in de tuin van De School de oren van de aanwezigen open zette met een subtiele, aan John Cage refererende wereld van tinkelende stenen, ratelende belletjes en een merel die in dialoog ging met een piano. Prachtig, net als de dans van Katia Petrowick in de kelder, waar technomuziek klonk, blikjes, chipszakken en slingers op de vloer lagen en de danseres (een choreografie van Vienne) in slowmotion de tragiek uitbeeldde van een eenzame ziel na een hedonistisch feest.

Al die verstillling werd in het volgende lokaal weggevaagd door gitaristen François J. Bonnet en Stephen F. O’Malley, die een zeer luide, apocalyptische geïmproviseerde geluidscollage ten gehore brachten. Short Circuit eindigde in de fietsenkelder, waar Tujiko Noriko van achter haar laptop haar kwetsbare electropopliedjes zong. Een beetje de Japanse Björk.

Levensverlengend

Weer een dag later waren we bij de ­1 op 1 concerten van Sterre Konijn in A Lab, in Noord, soloconcerten in de puurste vorm – één musicus en één luisteraar. De samengebalde intimiteit was ronduit overweldigend, niet in de laatste plaats doordat Raphaela Danksagmüller op haar duduk, Merel Vercammen op haar viool en zangeres Sterre Konijn ontzettend mooi speelden en zongen, ieder steeds vijf minuten, voor een publiek van één.

Het waren onvergetelijke, veel te korte, maar niettemin levensverlengende ervaringen, die zonder die ­gruwelijke pandemie ondenkbaar waren geweest.

Joyce DiDonato, Short Circuit, Konijn

Waar Concertgebouw, De School, A Lab
Gehoord 11, 12, 13 juni

Meer over