PlusTheaterrecensie

Deze Faust is een vermoeide arts die corona heeft bestreden

Theu Boermans neemt met OustFaust, een bewerking van Goethes klassieker Faust door Tom Lanoye, afscheid van Het Nationale Theater. In een overvolle drieën­half uur laat de regisseur de bezoekers qua tekst, vorm en thematiek alle hoeken van de theaterzaal zien, maar door de overdaad komt de tragiek niet binnen.

Wendy Lubberding
Dankzij haar assistent Strauss en zijn geheime voorraadje drugs komt Faust terecht in het nachtleven. Beeld SALIH KILIC
Dankzij haar assistent Strauss en zijn geheime voorraadje drugs komt Faust terecht in het nachtleven.Beeld SALIH KILIC

Vlak voor de pauze neemt Romana Vrede als Faust eindelijk de macht over de taal die het stuk in het half uur daarvoor behoorlijk geknecht heeft gehouden. Steeds vuriger, steeds overtuigder spreekt ze haar voornemen uit om te leven tot de dood erop volgt, in plaats van geleefd te worden. Dat die eerste helft lang duurt ligt dan ook niet aan Vrede, die Faust heel integer en beheerst laat twijfelen aan zichzelf en vastberaden op de ondergang van haar personage aanstuurt, of aan Mark Rietman, die een fijn vileine duivel speelt.

Het eerste deel bouwt rustig op – uiteindelijk te rustig. Faust is hier een arts die corona heeft bestreden, maar die ook een mysterieuze couveuse in haar lab heeft staan waarin vage contouren zichtbaar zijn. De vermoeide medicus vraagt zich in een mooie, onderzoekende en helder uitgesproken openingsmonoloog af waarom er ondanks alle wetenschappelijke en academische kennis zo weinig mensenkennis is, en daarmee zoveel lijden.

Geheim voorraadje drugs

Dankzij haar assistent Strauss (Joris Smit) en zijn geheime voorraadje drugs komt Faust terecht in het nachtleven. Daar wacht duivel Mafisto, die met veel champagne en schoonmaker Greta (Myrthe Huber) sluw inspeelt op haar frustraties. De duivel heeft genoeg mensenkennis. Maar de nachtclub is een tamme bedoening; de beats zijn nergens voelbaar. Ze moeten plaatsmaken voor het metrum, de alliteratie en binnenrijm van de opeenvolgende dialogen.

In het tweede deel ontneemt een bonte stoet aan vormkeuzes veel van het zicht op de onderlinge verhoudingen tussen Faust, Mafisto en Greta. De strop om Fausts keel sluit zich in een reeks scènes die te omschrijven is als stijlverkenningen: een boze rap, een ballroomavond die eindigt in een seksfeest, een aanslag, een chicane naar de klassieken en een scifivideoclip. De scènes tackelen een veelheid aan thema’s, van de pandemie en de waarde van wetenschap via genderemancipatie, drag- en clubcultuur naar identiteit en van gemediatiseerd terrorisme naar uiteindelijk gentechnologie.

Het leidt tot een barokke voorstelling, met twee sterke rollen, waarvan de optelsom moet zijn dat de mens van vlees en bloed heeft afgedaan. Zijn moment is voorbij.

Theater
OustFaust
Door Het Nationale Theater
Gezien 18/3 Parktheater Eindhoven
Nog te zien 21-23/3 ITA, 8/4 Stadsschouwburg Haarlem

Meer over