PlusAchtergrond

De toekomst is afrofeministisch en post-kapitalistisch: welkom in het universum van Janelle Monáe

Dan Hassler-Forest schreef een doorwrocht wetenschappelijk boek over Janelle Monáe. De zangeres, actrice en activiste creëert een eigen universum en is een belangrijke stem in het maatschappelijk debat.

Roelf Jan Duin
Janelle Monáe tijdens het North Sea Jazz festival in  2019. Beeld Paul Bergen Redferns
Janelle Monáe tijdens het North Sea Jazz festival in 2019.Beeld Paul Bergen Redferns

Hij heeft Janelle Monáe nog nooit ontmoet, en mediawetenschapper Dan Hassler-Forest weet ook niet of hij dat wel zou willen. Niet als fan, omdat het zou kunnen tegenvallen. “In interviews stelt ze zichzelf op zoals Prince dat ook deed: onbereikbaar, als een alwetende ziener.” Maar ook als wetenschapper heeft hij haar eigenlijk weinig te vragen. “Haar verhaal is mij wel duidelijk, denk ik.”

Dat lijkt een opvallende stellingname voor iemand die twee boeken schreef over de zangeres, actrice, model en activiste, maar het is ook inherent aan zijn vakgebied. “Het eerste wat mijn studenten leren is dat wat een filmmaker, muzikant of schilder over zijn of haar werk zegt, niet relevant is. Het punt van kunst is nu juist dat de betekenis ervan niet wordt afgebakend door de bedoeling van de artiest. Wij, academici, dragen vanuit wetenschappelijke kaders bij aan de discussie over de betekenis van kunst.” En dat is precies wat Hassler-Forest doet in zijn boek Janelle Monáe’s Queer Afrofuturism, dat deze week uitkomt.

Levend kunstwerk

De 36-jarige in Kansas City geboren Monáe bracht in 2008 haar eerste plaat uit, die onderdeel bleek van een albumtrilogie waarin ze zichzelf neerzet als het personage Cindi Mayweather, een in de 28ste eeuw levende androïde. De fictieve, dystopische wereld die ze creëert stelt haar in staat om te reflecteren op de onze.

Haar laatste plaat, Dirty Computer uit 2018, met onder meer de hits Pynk en Make me feel, speelt zich af in de meer nabije toekomst. Haar platen gaan vergezeld van futuristische videoclips, die soms de vorm hebben van korte speelfilms. Maar ook haar toespraken, de kleding die ze draagt, haar rollen in series en films en haar uitingen op sociale media dragen bij aan het levende kunstwerk dat Monáe is.

In Janelle Monáe’s Queer Afrofuturism onderwerpt Hassler-Forest, universitair docent aan de afdeling Media- en Cultuurwetenschappen van de Universiteit Utrecht, Monáes werk aan een analyse. Hij plaatst haar in een bredere context, maar toont ook aan dat alles wat Monáe doet deel uitmaakt van een groter geheel: het eigen multimediale universum dat zij (Monáe verklaarde onlangs non-binair te zijn, maar wenst aangesproken te worden als ‘she/they’) creëert.

“Tolkien deed dat ook, en ook Disney en Marvel hebben een fantasiewereld opgetuigd, een parallelle werkelijkheid met interne logica. Maar Monáes wereld is veel poreuzer: soms spelen nummers zich af in haar zelfgecreëerde sci-fiwereld, dan weer gaan haar teksten over iets wat zich in het nu afspeelt, zoals de relatie met haar moeder.”

Utopische sciencefiction

Hassler-Forest onderscheidt in zijn boek vijf thema’s, die hij elk minutieus uitpluist: afrofuturisme, zwart-feminisme, intersectionaliteit, post-humanisme en post-kapitalisme. Voor niet-academici wellicht ingewikkelde concepten, weet ook Hassler-Forest, maar ze zijn wel essentieel om Monáes werk te begrijpen.

Neem afrofuturisme: een kunststroming die in de jaren zeventig voortkwam uit de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten en een utopische sciencefictionwereld toonde waarin zwarte mensen niet ondergeschikt zijn aan witte mensen. Muzikanten als George Clinton, Miles Davis, Earth Wind & Fire en Stevie Wonder waren de bekendste exponenten in de muziek, en Monáe past naadloos in deze traditie.

Maar meer dan alleen schatplichtig te zijn aan deze artiesten, neemt Monáe een autonome plek in in het huidige maatschappelijk debat over gender, seksuele oriëntatie, sociale ongelijkheid en alle daaraan gerelateerde onderwerpen. “Het zijn vectoren, energieën in haar werk, die in dialoog zijn met de grote thema’s in cultuur en maatschappij.”

Mansplainen

Hassler-Forest had enige twijfel of hij, als witte cis-gender man, wel de aangewezen persoon was om dit boek te schrijven. “Ja, het risico van mansplainen, of whitesplainen, ligt op de loer. Als een zwarte vrouw dit geschreven zou hebben zou het een ander boek zijn, simpelweg omdat ik de onderwerpen waarover Monáe zingt niet vanuit dat perspectief kan ervaren. Wel heb ik me verdiept in het werk van zwarte artiesten, schrijvers en denkers, zodat ik Monáes oeuvre in een kader kan plaatsen. Ook kan ik uitleggen hoe mijn wereldbeeld als witte man is veranderd door haar werk.”

Of Monáe zijn boek te lezen krijgt weet Hassler-Forest niet. “Het is het eerste wetenschappelijke boek dat over haar gaat, dus ik kan me best voorstellen dat ze het onder ogen krijgt.” Of zij alle diepere lagen en historische verwijzingen die hij in haar werk ontdekte zelf ook zo bedoeld heeft, weet Hassler-Forest evenmin. “Maar ik vermoed dat ze het merendeel van wat ik schrijf zal herkennen.”

“Haar werk is ook best expliciet in zijn betekenis. Zo gaat het nummer Q.U.E.E.N. over vijf groepen die onderdrukt worden, en het album Dirty Computer is een reactie op de verkiezing van Donald Trump en schetst een dystopische toekomst waarin een scenario zoals in The Handsmaid’s Tale helemaal niet ondenkbaar is.”

“Uiteindelijk wil ik ook niet aantonen dat ze een muzikaal genie is – op haar albums is best wat aan te merken – noch wil ik uitleggen wat ze precies bedoelt, dat kan ze zelf wel. Ik heb geprobeerd om met haar mee te denken, zoals je dat ook kunt doen met het werk van een filosoof: je plaatst het in een context en legt er andere ideeën naast. Monáe is ook zo’n denker, en ik hoop dat mensen na het lezen van mijn boek meer in haar werk ontdekken dan enkel lekkere muziek. Wat het trouwens ook is!”

Meer over