PlusAchtergrond

De State of Fashion Biënnale in Arnhem denkt na over oplossingen voor de mode-industrie

Tijdens de State of Fashion Biënnale in Arnhem staat de vaak zieke relatie centraal tussen het productieproces van mode en de drager ervan. Maar het is niet alleen zware kost: het gaat vooral om oplossingen. Zo wordt er ook samengewerkt aan een quilt en kruipen bewoners van een verzorgingshuis achter de naaimachine.

Fiona Hering
Ontwerp van Sindiso Khumalo, een duurzaam label uit Kaapstad en finalist van de LVMH Prize 2020.  Beeld Xavier Vahed
Ontwerp van Sindiso Khumalo, een duurzaam label uit Kaapstad en finalist van de LVMH Prize 2020.Beeld Xavier Vahed

Amsterdammers doet het soms een beetje pijn, maar Arnhem doet ook dit keer weer haar naam eer aan als dé modestad van Nederland. Niet dagelijks in het straatbeeld terug te zien, maar het etiket is vooral te danken aan de grote groep afgestudeerden van ArtEZ die in de stad zijn blijven wonen en er in jaloersmakende, betaalbare, ruime ateliers fanatiek, en vooral ook gezamenlijk, werken aan originele manieren om jezelf via kleding uit te drukken, en oplossingen te vinden voor de problemen waar de industrie mee kampt.

In de bloedhitte onder erbarmelijke omstandigheden twaalf uur achter de naaimachine zitten voor 12 cent per dag, ondanks alle publieke verontwaardiging daarover gebeurt het nog steeds in landen waar veel van onze kleding wordt geproduceerd. Uitbuiting, milieuproblematiek en een te eenzijdig wit cisgenderaanbod van modellen, het komt allemaal aan bod tijdens de State of Fashion Biënnale in Arnhem met dit keer als thema ‘Ways of Caring’.

Minder consumeren

Zo’n zeventig ontwerpers en kunstenaars ­tonen verspreid over de stad hun werk waarin ze oplossingen aandragen voor het helen van de verbroken relatie tussen mode en de drager. Dat varieert van ‘wie maakt mijn kleren’, ‘wat zit er in mijn kleren’ tot manieren waarop we de ­levensduur van onze kleding kunnen verlengen en uiteindelijk ons consumptiegedrag kunnen afremmen. Bijvoorbeeld door de Outfit Library Less, een stadsgarderobe waar zonder schuldgevoel gewinkeld en dus geleend kan worden.

In de Recovery Garden in het prachtige Park Sonsbeek zijn workshops verven met planten te volgen van Hul le Kes, het artisanale upcycle ­label van Sjaak Hullekes en Sebastiaan Kramer. (Sjaak Hullekes: Zit er in een kledingstuk een vlek, maak dan vele vlekken, dan wordt het een dessin.’) De tuin in het park waar kledingstukken aan een waslijn hangen boven planten (onder meer smeerwortel, vlier en meekrap) die te gebruiken zijn, is een uitbreiding van hun Recovery Studio. Dat laatste is een herstelatelier voor zowel mensen als textiel, waar mensen met een burn-out of depressie in een langzame, veilige omgeving kunnen helen.

De heren, inmiddels door al hun activiteiten moderoyalty in Arnhem, openden ook een nieuwe winkel in de Wezenstraat, waar entree met tassen van fastfashionketens verboden is, en ­geïnteresseerden de sleutel kunnen krijgen, waarna de winkel voor een uur hun speeltuin is. “We gaan niet meer winkeltje-winkeltje spelen, dat is voorbij.”

Aan de slag met naaldwerk

Interessant in Arnhem is ook de designers in ­residence afdeling. Waar Tom Van der Borght (België), Toton Januar (Indonesië), Sindiso Khumalo (Zuid-Afrika) en Duran Lantink ­

(ex-Rietveld Academie) tonen hoe design en creativiteit een bron van vreugde en schoonheid kunnen zijn, terwijl ze tegelijk oplossingen aandragen voor het herstellen van disfunctionele systemen. Zo ging Lantink met diverse jonge ontwerpers en bewoners van een verzorgingshuis aan de slag met het herstellen en vermaken van theaterkostuums.

Het resultaat, gepresenteerd tijdens een salsa teaparty, wordt getoond op een video in de Showroomruimte en op de website van State of Fashion.

Heerlijk is ook het initiatief van de Queer Needlework Circle, een event space en get-together voor lhbtq’s, waar gediscussieerd wordt en ideeën worden uitgewisseld, terwijl men ­onderwijl met naaldwerk aan de slag gaat. Theodorus Johannes en Hans Hutting (ex-Maison the Faux) zijn op de biënnale met een megaquilt aanwezig. Bezoekers worden uitgenodigd gezellig mee te borduren en zo een cirkel van saamhorigheid te vormen.

Het duo wil er ook een slow, gezamenlijk maakproces mee stimuleren, én een vuist ­maken tegen homofobe Feyenoordsupporters die eerder regenboogvlaggen verbrandden. ­Elke dag, vijf weken lang is één van hen er te vinden. Tussendoor werkt het duo ook nog, in ­samenwerking met het Textiel­Museum Tilburg, aan ‘gordijnen voor koningin Máxima’, die in Paleis Huis Ten Bosch zullen komen te hangen.

“We Stand in Love, is de naam van de quilt, ­tijdens het borduren zou het fijn zijn als mensen over hun eigen genderidentiteit en seksualiteit nadenken,” zegt Theodorus Johannes. Geëmotioneerd vertelt hij ook over de verwijzing naar de quiltingtraditie van de jaren tachtig, toen de gayscene velen aan aids verloor.

“Vaak kregen ze niet eens een fatsoenlijke ­begrafenis vanwege het stigma wat er op de ziekte rustte. Daarom maakten hun geliefden quilts voor ze, resulterend in het grootste folkloristische kunstproject ter wereld.”

Grote namen

De stoffen voor de quilt werden gedoneerd door die andere Arnhemse helden van het eerste uur: The People of the Labyrinths.

Tot zover enkele grote namen, want er is zoveel te zien in Arnhem dat het je als bezoeker een beetje duizelt. Eveneens veel jonge, minder bekende ontwerpers komen aan bod, waaronder Garcia Bello, een upcyclemerk van twee ­Argentijnen in Arnhem dat onder meer werkt met kledingdonaties uit de buurt om zo eveneens met buren te connecten.

Iris Ruisch, voormalig creatief directeur van Amsterdam Fashion Week en nu Head of ­Program partnerships van State of Fashion en de biënnale, stelde met behulp van een adviesraad zeven internationale curatoren aan verdeeld in twee teams: Fashion Revolution’s Fashion Open Studio en Not Enough Collective, om zo een ­selectie te maken uit 188 aanmeldingen uit 31 landen. Onder meer uit China, Bolivia, Nigeria, Zimbabwe, Mexico, Brazilië en Taiwan.

Zweetvlekken

Hun werk is te zien in de Eusebiuskerk, waar met name de installatie bodies that make, bodies that consume van Santiago Útima (Colombia), Siviwe James (Zuid-Afrika), en Widi Asari en Riyadhus Shalihin (Indonesië) indrukwekkend is. Zij willen de kloof overbruggen tussen ­makers en consument en slechte emotionele en fysieke arbeidsomstandigheden aanpakken. Drie lange rekken met dezelfde kleding van ­dezelfde stof gemaakt tonen de massaproductie, de stuks zijn voorzien van zweetvlekken van de makers. De hangers zijn geketend aan het rek.

Siviwe James, geschoold coupeuse uit Congo, vertrok ooit naar Zuid-Afrika in de hoop op een beter leven, maar kwam terecht in een CMT (Cut Make Trim, een term voor een productieruimte). “Nooit meer, ik kreeg soms uitbetaald in een hand pinda’s plus 10 rand, op weg naar huis kwam ik het door mij vervaardigde kledingstuk in een etalage tegen voor 40 rand.” Inmiddels heeft ze haar eigen bedrijf.

Santiago Útima vertelt over de opofferingen van zijn moeder, een naaister uit Colombia. De verhalen van de makers zijn in een groot label zichtbaar óp het kledingstuk bevestigd en moeten aansporen om beter over onze kledingstukken na te denken.

Subsidie

Fundación Amor Real is een sociaal project dat de ambitie heeft om de levensomstandigheden van sekswerkers, daklozen en andere verstotenen in de ruige Colombiaanse Santa Febuurt te verbeteren, onder leiding van Diamantina Arcoiris, een van de laureaten van de Prins Claus Awards 2020.

Het geheim van de grootse opzet van de biënnale (een culturele instelling) zit ook in de subsidie van de Rijksoverheid (Amsterdam Fashion Week moet het zelf zien te rooien vanwege commerciële uitgangspunten) en het enthousiasme van de gemeente. Burgemeester Ahmed Marcouch en staatssecretaris Cultuur en Media Gunay Uslu macrameeden tijdens de officiële opening knus even mee aan het organische sculptuur van het Braziliaanse Ateliê Vivo.

State of Fashion Biënnale, tot 10 juli.

Ontwerper Duran Lantink werkte samen met bewoners van een verzorgingshuis, onder wie Emmie. Beeld Duran Lantink
Ontwerper Duran Lantink werkte samen met bewoners van een verzorgingshuis, onder wie Emmie.Beeld Duran Lantink

Col-lab van Pop en Burberry

Het Amsterdamse Pop Trading Company, een label met sterke roots in de skatescene, lanceert zijn col-lab met het Britse luxe modehuis Burberry. Het typische beige met bruin is hierin vervangen door een palet van grijs, zwart en rood. Ook is de nieuwe ruit blurred. Een greep uit het aanbod dat vanaf 15 juni te koop is: skateboards, wollen flannel shirts, zipped jackets, zijden shirts, shorts, een leren crossbody bag, bucket hats met de Burberrynaam in trademark Pop-Tradingbelettering en een kasjmier deken. Peter Kolks en Ric Van Rest begonnen Pop in 2016. Inmiddels ligt het merk in enkele van de beste mannenkledingwinkels en skatestores. Het merk heeft een flagshipstore op de Wallen.

Meer over