De Spelersfederatie draait de rolverdeling tussen acteurs en regisseur weer om

De Spelersfederatie is een nieuw theatergezelschap. Het legt zich toe op producties, vooral komedie, waarin de acteurs bepalend zijn. ‘Vroeger was het veel normaler dat je als acteur meedacht.’

Sam Gilane (links), Patrick Duijtshof en Rosa Asbreuk, deelnemers aan De Spelersfederatie. Beeld Eva Plevier
Sam Gilane (links), Patrick Duijtshof en Rosa Asbreuk, deelnemers aan De Spelersfederatie.Beeld Eva Plevier

Wat doe je als je tijdens de lockdown niet kunt spelen? Je denkt na over wat beter kan in de toekomst.

Een groep acteurs uit en rond De Theatertroep komt met een bijzonder initiatief: de oprichting van een nieuw vast gezelschap acteurs. Ze noemen zich De Spelersfederatie en ze leggen zich toe op komedie.

Op de vraag of dit wel een goede tijd is voor iets nieuws, nu iedereen al blij is als ie nog overeind staat na corona, antwoorden ze bijna in koor met “Waarom niet”. Het gesprek met Patrick Duijtshoff (32) en Rosa Asbreuk (30) van de Theatertroep en Sam Ghilane (29), alle drie deelnemers aan De Spelersfederatie, verloopt via Zoom.

“Het idee speelde al langer,” zegt Duijtshoff. “Het komt eigenlijk voort uit een grote frustratie: we merken dat acteurs steeds verder van de artistieke keukentafel komen te staan. Het moet weer om het acteursensemble draaien.”

Asbreuk: “De Theatertroep is een goed voorbeeld van hoe het bij kleinere voorstellingen werkt, daar is het ensemble de kern. Wíj bepalen met wie we willen samenwerken. Bij grotezaalbespelers is dat anders: ITA, Het Nationale Theater en het Noord Nederlands Toneel zijn de enige die met een eigen ensemble werken, verder werken ze overal met freelancers.”

Ghilane: “Je gaat dan geen connectie aan met een theaterhuis, een rol wordt je opgeplakt. Het is al bedacht voor tweeduizendweetikwat en ‘O ja, jij doet die rol’ en daar moet je dan heel blij mee zijn.”

Asbreuk: “Vroeger was het veel normaler dat je als acteur meedacht over wie welke rol speelt en wat we volgend jaar gaan spelen en meer van dat soort dingen. Nu is het alsof ‘de regisseur’ op een voetstuk is geplaatst.”

Duijtshoff: “In een productie waarin ik zat, hoorde ik iemand zeggen ‘ik hoop wel dat ik weer teruggevraagd word, door die regisseur’. Daar schrok ik van; dan ben je alleen maar bezig met pleasen van zo iemand.”

Asbreuk: “Eigenlijk is het nu vaak een piramide, de regisseur bovenaan. Wij draaien het om, tot een vulva! Met de groep acteurs boven. Die bepaalt wie we nodig hebben om de voorstelling te maken.”

Nieuw en radicaal

De eerste productie van De Spelersfederatie wordt Moord met een grote M, een politieke Romeinse komedie op tekst van Don Duyns. Met onder anderen Wart Kamps en Dick van den Toorn. Pieter Kramer doet de regie.

Asbreuk: “We willen nieuw repertoire en radicale bewerkingen. En we gaan uit van de komedie, die zien we te weinig in de grote zaal. Maar dan wel met scherpe randjes. Politieke satire, een spiegel voorhouden, dat werk. We willen bijvoorbeeld ook alle stukken van Molière zwaar verkort achter elkaar gaan brengen. Het artistieke idee komt altijd van ons. Bij Moord…leek ons Pieter Kramer een goede keus. En die vraag je dan. Dát is de volgorde waarin we willen werken.”

Duijtshoff: “Kramer geeft heel veel ruimte aan zijn spelers; ik deed Repelsteeltje van Theater Rotterdam met hem. Pieter vertrouwt erop dat een speler zijn stijl zelf wel vindt en dat het niet uit het brein van dat ‘genie’ moet komen dat de regisseur vaak wordt geacht te zijn.”

Of dat goed uitpakt, is in februari te zien. Dan gaat Moord met een grote M in première bij ITA. Het theaterhuis staat positief tegenover de groep. Ghilane: “Hoe die samenwerking eruit gaat zien, is nog onduidelijk, het morft nog de hele tijd.”

Asbreuk: “Ze willen nieuwe makers een kans bieden. Bevalt het, dan gaan we de komende drie jaar door. Ik denk dat zij het net als wij een spannend avontuur vinden. Ze kregen er ook gewoon zin in.”

Ghilane: “Ik denk dat het voor hen ook wel leuk is. Een frisse wind waar ze zelf niet enorm veel voor hoeven doen. Ineens een hoop jonge mensen met verschillende achtergronden over de vloer. Dat geeft een enorme schwung.”

Asbreuk: “We zijn nu met dertien, maar de groep groeit nog!”

Duijtshoff: “…al vragen we mensen niet vanwege hun achtergrond bij ons te komen. We willen toneel maken!”

Ghilane: “Dat is ook het grootste compliment dat je een acteur kunt maken; dat je hem niet vraagt omdat ie Marokkaan is, maar omdat ie een goed acteur is.”

Duwtje in de rug

“Het ITA is er niet alleen voor de makers van nu, maar ook die van de toekomst,” zegt Wouter van Ransbeek, directeur van het Internationaal Theater Amsterdam (ITA). “We openen onze podia daarom niet alleen voor gearriveerde makers, maar willen ook de talenten van de toekomst een duwtje in de rug geven bij hun eerste stappen in de grote zaal. Net als in het verleden met collectieven als De Warme Winkel en Wunderbaum willen we De Spelersfederatie stimuleren door hun eerste voorstellingen te programmeren en onze expertise en ruimtes met hen te delen. Daardoor hopen we bij te kunnen dragen aan een nieuw geluid binnen de grote zalen.”

Meer over