PlusBoekrecensie

De man die de hemel bouwde in zijn slaapkamer was niet de romantische held die men hem waande

In De hemelbouwer ontkracht Arjen Dijkstra na grondig archiefonderzoek, het beeld van Eise Eisinga als autodidactische solist en wiskundig genie.

Peter De Brock
Het Eise Eisinga Planetarium in Franeker. Beeld anp
Het Eise Eisinga Planetarium in Franeker.Beeld anp

Het was het beste en mooiste werkende model van het zonnestelsel ooit gebouwd. Van heinde en ver reisde men na de voltooiing in 1781 af naar Franeker om het Planetarium van Eise Eisenga te aanschouwen. ‘De maker toonde mij alles alsof hij in een kermisspel stond, zonder dat hij er iets van af scheen te weten,’ noteerde schrijver Jacob van Lennep.

Hij wist niet waar hij meer bewondering voor moest hebben: ‘De trotsheid van de onderneming, de voortreffelijke juistheid van de uitvoering’ of ‘de onbegrijpelijke eenvoud van de vervaardiger’.

De maker was ‘noch astronoom noch mecanicien, maar meesterwolkammer’ benadrukte hoogleraar Jean Henri van Swinden in een brief aan de Russische prins en ambassadeur Dmitri Alekseević Gallitzin, ‘die het in zijn hoofd heeft gehaald een compleet planetarium te bouwen, hoewel hij er nog nooit een beschrijving of afbeelding van gezien had’.

Eise Eisinga, 1827, door Willem Bartel van der Kooi.

 Beeld Agnes Monkelbaan
Eise Eisinga, 1827, door Willem Bartel van der Kooi.Beeld Agnes Monkelbaan

Wolkammerij

In De Hemelbouwer ontkracht Arjen Dijkstra, directeur van het Groningse Universiteitsmuseum, na grondig archiefonderzoek het beeld van Eisenga als romantische held. (Een boek ook met een van de fraaiste stofomslagen van het jaar, wel even uitvouwen!)

Weliswaar had de Fries vergeleken met de grote geleerden uit zijn tijd weinig onderwijs genoten, maar een autodidactische solist die stiekem het zonnestelsel nabouwde in zijn slaapkamer was hij zeker niet. Hij runde immers vanuit huis een drukbezochte wolkammerij, waar knechten, leveranciers en klanten in- en uitliepen.

Eisenga was ook geen wiskundig genie op jonge leeftijd, zoals jarenlang werd beweerd door rondleiders in het Planetarium. De daar tentoongestelde manuscripten zijn geen originele studies, eerder collegeaantekeningen van een leergierige Friese tiener. Dijkstra traceert een aantal van Eisenga’s wiskundige teksten terug naar de bron: De geheele mathesis, een populair boek uit 1676 van de Amsterdamse rekenmeester Abraham de Graaf.

Het einde van de wereld

En het verhaal dat hij met het Planetarium de onrust onder zijn stadgenoten weg wilde nemen dat de wereld door een samenstand van vijf hemellichamen zou vergaan op 8 mei 1774, zoals voorspeld? Dan was dat een verre van snelle reactie op de reeds ontstane commotie, de bouw nam zeven jaar in beslag. Bovendien kon het complexe mechanisme van het immense uurwerk dat de planeten in beweging bracht ook niet zo maar ‘even’ op de stand van 8 mei 1774 worden gezet.

Ontdaan van alle mythes schetst Dijkstra een menselijker beeld van een sociaal betrokken en politiek actieve burger van de kleine universiteitsstad Franeker. Een overtuigde patriot ook, die een prominente rol speelde bij de opstand van Franeker tegen de Friese Staten en stadhouder Prins Willem V.

Na kortstondige successen bleek al snel dat de patriotten hun hand hadden overspeeld. Na de val van Franeker vluchtte Eisenga naar het Duitse Gronau. Door heimwee geteisterd belandde hij vervolgens in het Groningse dorpje Visvliet. Begin april 1791 werd hij gearresteerd, en in Leeuwarden veroordeeld tot vijf jaar ballingschap. Eisenga hield in de rechtbank vol dat hij tegen wil en dank verzeild was geraakt in het patriottische kamp.

Na de inval van het Franse revolutionaire leger, januari 1795, was het de beurt aan stadhouder Willem V om het land te ontvluchten. Eenmaal terug in het Planetarium stelde Eisenga een advies op hoe de kosten van de opstand van 1787 alsnog konden worden verhaald op de orangisten. Dat hij acht jaar na de opstand de exacte uitgaven wist en kon koppelen aan openstaande rekeningen bij zijn politieke tegenstanders, vormt volgens Dijkstra het bewijs dat zijn rol in de opstand groter was geweest dan eerder voor de rechtbank was beweerd.

Tweede planetarium

Uit De Hemelbouwer blijkt ook dat Amsterdam een toeristische attractie is misgelopen. In 1800 toonde het Amsterdamse genootschap Felix Meritis interesse voor een tweede planetarium waar Eisenga in ballingschap aan had gewerkt.

Alleen al bij het idee dat bezoekers straks via een wenteltrap tussen de sterren konden wandelen raakte de steenrijke Jacobus d’Amour tot tranen geroerd. Hij doneerde duizend gulden voor de bouw. Uiteindelijk koos het genootschap voor aankoop van een vernuftig tafelmodel van Hartog van Laun. Een stuk goedkoper, handzamer en helaas ook minder tot de verbeelding sprekend.

null Beeld

NON-FICTIE

De Hemelbouwer

Arjen Dijkstra
Noordboek, € 22,50
200 blz.

Meer over