PlusRecensie

De lyrische sculpturen van Ruud Kuijer zijn een ode aan Nederlands H-balkenpionier

Als een van de eersten beeldhouwde André Volten met H-balken. Een halve eeuw later brengt Ruud Kuijer het sculpturale gebruik van dit constructiemateriaal weer een stap verder.

Edo Dijksterhuis
Terwijl fervent Bachliefhebber Volten zijn beelden componeerde als een fuga, met variaties op telkens dezelfde vorm, laat Ruud Kuijer de wetmatigheden los. Beeld Rob Versluys
Terwijl fervent Bachliefhebber Volten zijn beelden componeerde als een fuga, met variaties op telkens dezelfde vorm, laat Ruud Kuijer de wetmatigheden los.Beeld Rob Versluys

De H-balk is voor de bouw wat de microchip is voor de computerindustrie. Het stalen profiel in de vorm van de letter H combineert een maximale draagkracht met een minimum aan materiaal. De vroegste wolkenkrabbers hadden niet gebouwd kunnen worden zonder dit gestandaardiseerde constructiemiddel en je kunt nog steeds geen fabriekshal inlopen zonder H-balken in plafond en wand te zien.

De stoere H-balk heeft een zekere schoonheid van zichzelf, zeker als er een laagje roest op zit. Niet vreemd dus dat naoorlogse beeldhouwers die op zoek waren naar alternatieven voor het traditionele marmer en brons ermee aan de slag gingen. De Amerikaan David Smith had in 1957 de primeur, maar in Europa liep de Amsterdammer André Volten (1925-2002) voorop. Een van zijn vroegste composities met verticale en horizontale H-balken staat aan de oever van de Sloterplas. Kleinere exemplaren zijn nu te zien in Atelier Volten, in combinatie met nieuwe H-balkwerken van Ruud Kuijer (1959).

Zeven kolossen

‘Het ijzer heeft mij gemaakt,’ schreef Volten eens. Kuijer is minder eenkennig. Hij maakte een paar beelden met H-balken in de jaren negentig maar ging daarna in de weer met beton. Iedereen die wel eens de trein pakt naar Utrecht, kent de zeven kolossen die hij tussen 2001 en 2013 neerzette bij de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Betrokkenheid bij de herplaatsing van een Volten op het Utrechtse Jaarbeursplein bracht hem ertoe de H-balk weer eens onder de loep te nemen.

De carrières van de beeldhouwers overlappen net, maar de biografische parallellen zijn opmerkelijk. Het zijn allebei oeuvrebouwers met een voorkeur voor groot formaat. Volten zonderde zich af in Noord toen dat nog het Siberië van Amsterdam was en perfectioneerde zijn staalbewerkingsvaardigheden door als lasser te gaan werken op de NDSM-werf. Kuijers atelier ligt op het Utrechtse industrieterrein Lage Weide en reed vijf jaar lang iedere vrijdag op een betonmixer om grip te krijgen op zijn materiaal.

Horizonsverschuiving

Maar er zijn ook verschillen. Volten werkte tijdens de hoogtijdagen van het modernisme, toen iedereen op jacht was naar de volgende nieuwe stijl of beeldtaal. Kuijer leeft in een tijd waarin alles al is ontdekt en gedaan. Die horizonsverschuiving is zichtbaar in het werk.

Volten versneed H-balken tot korte en lange stukken, die hij als een modulair systeem op elkaar plaatste, telkens een kwartslag of meer gedraaid. Tegenover dit mathematische bouwen zet Kuijer intuïtief onderzoek, waarbij de H-balk geen middel is maar onderwerp. Hij snijdt stukken uit de flensen (de ‘poten’ van de H) en last die net even anders weer vast waardoor de symmetrie doorbroken wordt. Ook maakt hij ronde uitsneden en voegt hij buizen toe, waardoor zijn beelden een stuk minder streng, bijna aaibaar worden.

Terwijl fervent Bachliefhebber Volten zijn beelden componeerde als een fuga, met variaties op telkens dezelfde vorm, laat Kuijer de wetmatigheden los. De nieuwe balans die hij vindt binnen de ruimte van de H-balk is misschien niet altijd logisch maar klopt zeker. Om in muziektermen te blijven: tegenover Voltens ritmische constructies zet Kuijer een lyrische melodie.

Kuijer/Volten: t/m 23 januari in Atelier Volten, Asterdwarsweg 10

Meer over