PlusBoekrecensie

De lijkjes worden sussend toegesproken in nauwelijks met droge ogen te lezen scènes

Reddingswerkers in Aberfan, 21 oktober 1966. Er kwamen bij de ramp in het mijnstadje 144 mensen om, 28 volwassenen en 116 kinderen. Beeld Ron Burton/Mirrorpix/Getty Images
Reddingswerkers in Aberfan, 21 oktober 1966. Er kwamen bij de ramp in het mijnstadje 144 mensen om, 28 volwassenen en 116 kinderen.Beeld Ron Burton/Mirrorpix/Getty Images

Het Welshe plaatsje waar het begin en het slotdeel van Jo Browning Wroe’s debuut Lavery & Zoon zich afspelen, is in Groot-Brittannië dusdanig synoniem aan één tragedie dat het sommigen teleurstelde dat dit níét ‘De Grote Aberfanroman’ bleek.

Dirk Jan Arensman

Op vrijdag 21 oktober 1966 raakte in Aberfan een schoolgebouw bedolven onder door regenval op drift geraakt mijnafval, slurry – 116 kinderen kinderen kwamen om. Verteller William Lavery zit aan het feestelijke diploma-uitreikingsdiner van het Nottinghamse Instituut voor Balsemers wanneer de lijkverzorgers per noodtelegram worden opgeroepen (‘Breng benodigdheden en lijkkisten mee’). En, ja, de 19-jarige jongen besluit prompt naar het beroepsmatige front te trekken.

Dat levert uiteraard nauwelijks met droge ogen te lezen scènes op, zoals die waarin een als vrijwilligster meehelpende dorpelinge de lijkjes liefdevol sussend toespreekt. En het trauma dat William er oploopt, blijft later in de roman een rol spelen. (Zo probeert hij subiet de relatie met zijn vriendin Gloria te verbreken nu hij zeker weet nooit meer vader te willen/durven worden.)

Particulierder verdriet

Maar na vijftig pagina’s springen we plotseling negen jaar terug in de tijd, waarna een groot deel van Lavery & Zoon om veel particulierder verdriet draait.

Zo lezen we hoe William al jong zijn geliefde vader verloor, die eveneens lijkbalsemer was. Hoe moeder Evelyn daarna liever zag dat hij een artistieke toekomst in de muziek najoeg dan dat hij het familiebedrijf in ging, onder de hoede van zijn vaders tweelingbroer Robert en diens partner Howard, met wie ze ook vanwege hun geaardheid een moeizame relatie heeft. En hoe Williams meer dan beloftevolle tijd als koorzangertje in Cambridge op een (schandaal)deceptie uitloopt, die hem van Evelyn vervreemd doet raken.

De scène waarin dat laatste gebeurt, laat Wroe misschien wat erg lang semi-suspensevol onbeschreven. Maar zijn kostschooljaren als provinciale arbeidersjongen tussen de Cambridge-elite roept ze fraai en realistisch op, net als het werk in een begrafenisonderneming. De auteur schakelt behendig tussen vroege jeugd en adolescentie. En zelfs als William egocentrisch en koppig is, blijf je met hem meeleven. Helemaal tot hij in de finale een louterend reis terug naar Aberfan maakt.

Knap: Wroe balanceert (ook) daar vervaarlijk op het rand van het sentimentele, maar vallen doet ze niet.

null Beeld

Fictie

Jo Browning Wroe

Lavery & Zoon

Vertaald door Anneke Bok en Claudia de Poorter

Nieuw Amsterdam, €22,99, 367 blz.

Meer over