PlusFilmrecensie

De gewetenloze (Nederlandse!) manager van Elvis steelt de show in Luhrmann-biopic

Elvis is visueel even overdonderend als eerdere films van Baz Luhrmann. Maar een heel duidelijke visie op het leven en werk van superster Elvis Presley heeft de regisseur niet.

Peter van Brummelen
Austin Butler en Tom Hanks in ‘Elvis’.  Beeld Courtesy of Warner Bros. Pictures
Austin Butler en Tom Hanks in ‘Elvis’.Beeld Courtesy of Warner Bros. Pictures

“Maar dat is onze Dries!” Bij de familie Van Kuijk in Breda wisten ze niet wat ze zagen toen ze in de jaren vijftig een tijdschrift onder ogen kregen met daarin een reportage over Elvis Presley. Op een foto stond de Amerikaanse rock-’n-rollzanger naast een man die volgens het bijschrift zijn manager was, maar in wie zij toch echt hun eigen Dries herkenden.

Eind jaren twintig had Dries van Kuijk zich illegaal in de Verenigde Staten gevestigd. Aanvankelijk werkte hij er op de kermis en in het circus, later werd hij de zakenbehartiger van Elvis. Tom Parker, zoals hij in Amerika heette, Colonel Tom Parker zelfs, is een van de geheimzinnigste en ook beruchtste figuren uit de geschiedenis van de popmuziek.

Berucht vanwege zijn gewetenloze geldzucht. Geheimzinnig omdat hij zijn Nederlandse verleden zoveel mogelijk probeerde te verdoezelen. Volgens een niet eens heel absurde theorie ontvluchtte hij Breda omdat hij daar een moord had gepleegd.

Waanzinnige decors

In Elvis, de zesde film van de Australische regisseur Baz Luhrmann, wordt Tom Parker gespeeld door Tom Hanks. Die heeft daar zo te zien veel lol in. Mal hoedje op het hoofd, gekke grijns op het gelaat. Probeer als kijker maar eens niet aan Forrest Gump te denken, maar vergis je niet, deze Colonel Parker is een gewetenloze schurk.

Van het accent waarmee Parker Amerikaans Engels spreekt, heeft Hanks ook werk gemaakt. Half Europa lijkt erin voorbij te komen, maar iets Nederlands valt er niet in te herkennen. Wel rolt er ergens in de film een stevig ‘Godverdomme!’ van Hanks’ lippen.

Colonel Tom Parker krijgt in Elvis zo veel aandacht dat je je afvraagt of Baz Luhrmann niet liever eigenlijk een film over hem had gemaakt. Op Parker heeft hij een tamelijk duidelijke visie (een schurk, razend slim, grappig ook wel, maar bovenal tragisch), hoofdfiguur Elvis staat in deze film minder stevig in de verf.

Baz Luhrmann is de man van visuele spektakels als Romeo + Juliet en Moulin Rouge! In Elvis doet hij er nog een flinke schep bovenop. Het verhaal speelt zich af in waanzinnige decors, de kleuren knallen van het scherm, de styling is adembenemend en de regisseur switcht vrolijk heen en weer tussen diverse filmtechnieken (ja, leuk, split-screen!).

Een half uur is het imponerend en heel vermakelijk allemaal, daarna begint er toch iets te knagen: wat wil Luhrmann ons nou eigenlijk precies vertellen over Elvis? Het zit erin, dat inmiddels overbekende verhaal van de doodeenvoudige jongen die een superster werd, maar heel veel heeft de regisseur, die ook scriptschrijver was, er niet aan toe te voegen.

Waus van de pillen

De erven Presley zijn blij met de film. Dat valt valt te begrijpen. Elvis (adequaat gespeeld door voormalig kindacteur Austin Butler) is hier vooral een goedzak, die het ook maar allemaal overkomt. De hoogtepunten in Elvis’ carrière komen aan bod, de dieptepunten worden weggemoffeld of slechts vluchtig behandeld.

In 1970 bezocht Elvis, volkomen waus van de pillen, het Witte Huis om daar aan president Nixon zijn diensten aan te bieden als undercoveragent bij narcoticazaken. Er werd ooit een complete speelfilm over gemaakt (Elvis & Nixon, 2016), bij Luhrmann komt de episode niet eens aan de orde.

Dat Elvis kampte met verslavingen weet iedereen, maar Luhrmann lijkt die waarheid zo lang mogelijk voor zich uit te schuiven. Pas helemaal aan het einde van de film wordt ook pas duidelijk dat de zanger een ernstig gewichtsprobleem had.

Wat er fout ging in Elvis’ leven en carrière lijkt Luhrmann vooral toe te schrijven aan anderen. Aan lijfarts Dr. Nick bijvoorbeeld, die maar pillen voor Elvis bleef uitschrijven. En vooral aan Colonel Tom Parker natuurlijk, die hem al die dingen liet doen waar hij helemaal geen trek in had.

“Ik gaf de wereld Elvis, maar er zijn er ook die van mij de schurk van dit verhaal willen maken,” klaagt Tom Hanks als Tom Parker in dat maffe accent al ergens in het begin van de film. Als precies die schurk is Parker in de film een stuk interessanter dan de hier wel heel eenduidige Elvis.

Elvis van Baz Luhrmann is te zien in Arena, Cinecenter, City, De Uitkijk, FC Hyena, Filmhallen, Het Ketelhuis, De Munt, Pathé Noord, Studio/K en Tuschinski.

Door de digitale mangel

De muziek van Elvis Presley is in de film van Baz Luhrmann vaak flink door de digitale mangel gehaald. Er zijn zware beats aan toegevoegd of er klinkt een ook al zo stevige rockgitaar. Het doet denken aan wat Junkie XL (pseudoniem van de Nederlandse producer Tom Holkenborg) twintig jaar geleden deed met het Elvis-nummer A Little Less Conversation. Holkenborg werkte niet mee aan de soundtrack van Elvis; Tame Impala, Eminem, Jack White, Doja Cat, Stevie Nicks, Chris Isaak en Måneskin deden dat wel. Diverse bekende muzikanten duiken ook als acteurs in de film op: gospelzangeres Sister Rosetta Tharpe wordt gespeeld door de Britse soulzangeres Yola, gitarist Gary Clark Jr. speelt blueszanger Arthur Crudup.

Meer over