PlusAchtergrond

De dwarse leeslijst: een bundel over de teleurstelling van alle jongeren van alle generaties

‘Zijn jonge mensen niet altijd op dezelfde manier jong?’ ‘En zijn jonge schrijvers niet altijd would-be-Salingers, zoals hun personages altijd would-be-Holden Caulfields zijn?’ vraagt samensteller Basje Boer zich af in het voorwoord van Jeugd in opstand. De dwarse leeslijst.

Dieuwertje Mertens
Basje Boer, samensteller van de bundel Jeugd in opstand. De dwarse leeslijst. Beeld ANNEKE HYMMEN
Basje Boer, samensteller van de bundel Jeugd in opstand. De dwarse leeslijst.Beeld ANNEKE HYMMEN

Deze essaybundel is de derde in de reeks nieuwe leeslijsten, waarin redacteuren van De Groene Amsterdammer en Das Mag romans aan de hand van (eigentijdse) thema’s bespreken (eerder verschenen De nieuwe feministische leeslijst en De nieuwe koloniale leeslijst).

De zestienjarige Holden Caulfield (Catcher in the Rye, 1951) wordt van het internaat gestuurd. Ik herinner me nog zijn afscheidsbezoekje aan de bejaarde docent meneer Spencer, wiens ouderdom hij met afkeer gadeslaat: hij zit in een kamer die naar neusspray ruikt en draagt een tot op de draad versleten kamerjas, ‘waarin hij waarschijnlijk geboren is’. Als hij erover nadacht: waarom lééfde die man eigenlijk nog? Ook redacteur Jaap Tielbeke herkent zijn eigen puberblik op ‘die weerzinwekkende wereld der volwassen’, alles wat ‘NEP’ is. Maar ja: ‘Hoeveel bepukkelde tieners zullen wel niet gedacht hebben dat dit boek speciaal voor hen is geschreven?’

Onverholen walging

Is Caulfields onverholen walging niet dezelfde als die van Frits van Egters; de verteller van De avonden (1947) van Gerard Reve. Over zijn moeder: ‘Almachtige, eeuwige, ze dacht dat ze wijn kocht, maar het was vruchtensap. Bessen-appel. Ze gaat bij het lezen met haar kop heen en weer. Ze is mijn moeder. Zie haar onmetelijke goedheid.’ Hij concludeert over zijn ouders: ‘Er is voor hen geen hoop.’

De roman ging de geschiedenis in als de stem van een generatie die aan haar ouders geen voorbeelden had. Joost de Vries schrijft over De avonden: ‘Wat hij zijn ouders verwijt is dat hun niets te verwijten valt. Kon hij hun maar iets specifieks verwijten, denk je soms, had hij maar iets concreets om zich tegen af te zetten.’ ‘Maar’, concludeert De Vries; ‘de emotionele ondertoon zit ’m eerder in hoezeer Frits zich daarmee probeert te verzoenen.’ Ook de manier waarop lezers een roman interpreteren verandert door de tijd heen, met elke generatie. Joost de Vries (uit 1983, randje millennial) staat in zijn essay stil bij de emotionele lading van de roman. Bij eerdere generaties lag de focus op Reves kritiek op de generatie van zijn ouders.

Zo hebben alle generaties hun eigen kleur en reputatie. Voor de vuist weg: de boomers (‘protestgeneratie’) hebben hun hippie-idealen ingeruild voor kapitalistische verworvenheden ten koste van het milieu en hun (klein)kinderen, de nihilistische generatie (Ni)x had geen voorbeeld en heeft geen idealen, millennials verkeren in een permanente identiteitscrisis en de milieubewuste generatie Z is juist heel erg gericht op het bevechten van de éígen identiteit (genderfluïde, panseksueel en antiracistisch).

Zoektocht naar autonomie

We denken allemaal dat we het anders en beter zullen aanpakken dan onze ouders. Dat hoort bij de zoektocht naar autonomie. Daarin zijn we weinig origineel (al wanen we ons allemaal unieke sterren aan het firmament). Dat blijkt ook wel uit De dwarse leeslijst die begint bij Het lijden van de jonge Werther (1774) van Johann Wolfgang Goethe en met grote sprongen – vooral veel titels uit de twintigste eeuw – uitkomt in 2021 bij vreemde eend in de bijt Assembly van Natasha Brown, over een jonge bankier die ervoor kiest zich niet te laten behandelen voor haar kanker. Het is natuurlijk ook een roman over verzet, maar of het ook een roman is over jeugdige rebellie en intergenerationeel verzet?

Je kunt het er natuurlijk over hebben welke titels ook opgenomen hadden kunnen worden. Mij schieten te binnen: Gimmick van Joost Zwagerman (wordt overigens kort aangestipt door De Vries), Ik ook van jou van Ronald Giphart, Mooie meisjesmond van Marion Bloem, Normale mensen van Sally Rooney, Het zigzagkind van David Grossman, Meisje niemand van Tomek Tryzna. Maar de leeslijst is een persoonlijke selectie van de redactie en bevat ook aangename verrassingen, zoals een bespreking van Philip en de anderen van Cees Nooteboom en De dagen van Sjaitan van Said El Haji.

Teleurstelling

Samensteller Boer schreef een essay over The Country Girls (1960) van Edna O’Brien; het eerste deel van de trilogie over Cait(lyn) en Baba, van wie de lezer de (seksuele) ontwikkeling volgt. Boer beschrijft hoe de vrouwen ouder, harder en cynischer worden. Ze vraagt zich af: ‘Waarom werd The Country Girls eigenlijk zo controversieel bevonden?’ En met haar hedendaagse blik concludeert ze dat het ’m niet in de seks zit, maar in de seksistische samenleving die O’Brien beschrijft.

De beste essays in Jeugd in opstand bieden een (nieuw) eigentijds perspectief op de (klassieke) romans, maar plaatsen het ook in de tijd van verschijning. Marian Donner schreef een erg goed essay over Less than Zero (1985) van Bret Easton Ellis, waarin verveelde elitekinderen van het ene naar het andere feestje rijden in hun Porsches en Ferrari’s. Ze slikken en snuiven zich suf, maar verder gebeurt er niets. Donner neemt haar eigen Generatie X, ‘de patatgeneratie’, onder de loep en betrekt daarin ook de popcultuur. Ze wijst erop hoe ironisch het is dat grunge (Nirvana, Pearl Jam) een vorm van verzet probeerde te bieden, maar volledig werd gecorrumpeerd door het kapitalisme – T-shirts van Nirvana liggen nu bij H&M. Donner komt tot het inzicht: ‘Het is geen nihilisme dat deze generatie typeert, maar teleurstelling, bedenk ik nu. Teleurstelling over de wereld die hun is nagelaten, de kwaadaardige leegte ervan.’ Is die ‘kwaadaardige leegte’ niet uiteindelijk de teleurstelling die alle jongeren van álle generaties te verhapstukken krijgen (is dit het nou?).

Is dat niet de reden dat Holden Caulfield nog stééds een voorbeeld is voor jonge schrijvers? Zie ook Tobi Lakmaker die er in De geschiedenis van mijn seksualiteit (2021) lustig op los dweept met Catcher in the Rye en zich niet alleen liet inspireren door Caulfields provocatieve houding, maar ook door Salingers stijl.

Gesprek tussen generaties

Een intieme vertelling in de eerste persoon, gericht aan de lezer, die zowel ruimte biedt voor persoonlijke ontboezemingen als tirades en provocaties leent zich natuurlijk ontzettend goed voor dit soort romans. Dat vonden ook Arnon Grunberg (Blauwe maandagen) en Philip Roth (Portnoy’s Complaint), die ook zijn opgenomen in de leeslijst.

Jeugd in opstand vormt een mooie aanvulling op de reeks nieuwe leeslijsten, al was het maar om een gesprek tussen generaties lezers op gang te brengen. Theodor Holman merkt in zijn essay over Vaders en zonen (1862) van Ivan Toergenjev op dat zijn eigen lezing van de roman met de jaren (en de levenservaring) is veranderd. Nu pas ziet hij dat het vermeende generatieconflict in deze roman berust op misverstanden: ‘Die vaders willen geen conflict. (..) Eigenlijk willen ze alleen maar rust.’ Wie weet hoe we over twintig jaar over romans als De geschiedenis van mijn seksualiteit en Ik ga leven van Lale Gül denken en hoe de opstandige ‘jeugd’ naar deze romans kijkt.

Jeugd in opstand. de dwarse leeslijst, samengesteld door Basje Boer, Das Mag/De Groene Amsterdammer, 219 blz., €21,99 (Met essays van onder anderen Marja Pruis, Xandra Schutte, Rasit Elibol, Joost de Vries, Iduna Paalman, Christiaan Weijts, Lotfi El Hamidi, Emma van Meyeren en Charlotte Remarque)

null Beeld -
Beeld -
Meer over