PlusInterview

De baas in ‘El buen patrón’ is een controlfreak: ‘Ik zag direct dat een film over zo’n kerel heel grappig zou kunnen zijn’

Balans is het sleutelwoord voor El buen patrón van Fernando León de Aranoa. Javier Bardem schittert als fabriekseigenaar Blanco, die er alles aan doet om over te komen als de ideale baas – zolang het hem niets kost.

Joost Broeren-Huitenga
Javier Bardem als eigenaar van een weegschalenfabriek in ‘El buen patrón’. Beeld
Javier Bardem als eigenaar van een weegschalenfabriek in ‘El buen patrón’.

Waarschijnlijk kwam de ingeving bij de supermarkt, bij het afwegen van wat groente. Het besef hoe eindeloos veel weegschalen er in de wereld zijn, en dat iemand die moet ontwerpen en fabriceren.

De Spaanse filmmaker Fernando León de Aranoa (54) had de hoofdpersoon van zijn film El buen patrón (‘De goede baas’) al in zijn hoofd. De eigenaar van een kleine fabriek, die zich al te intiem bemoeit met de privélevens van zijn werknemers, is een satirisch uitvergrote versie van iemand die hij in werkelijkheid tegenkwam.

Maar wat de fabriek in zijn film moest produceren, dat bleef lang in het midden. “Het leek niet echt uit te maken, het kon van alles zijn – glazen, of auto’s, om het even,” vertelt León de Aranoa in een videogesprek. Tot hij op de weegschalen stuitte. Het bleek de perfecte metafoor.

“Het raakt aan veel thema’s in de film,” zegt León de Aranoa. “Als symbool voor gerechtigheid, natuurlijk, wat commentaar geeft op de ongelijkheid in die fabriek. En toen ik wat research deed naar weegschalen, stuitte ik ook op de onzekerheidsrelatie van Heisenberg, een belangrijk principe in de fabricage van weegschalen. De consequentie daarvan is dat je nooit controle kunt hebben over alle factoren, terwijl dat wel is wat mijn hoofdpersoon probeert – alles en iedereen onder controle houden.”

Tegenslagen

Balans is dan ook het sleutelwoord voor El bien patrón, op vele vlakken. Fabrieksdirecteur Blanco (Javier Bardem) wordt geconfronteerd met een reeks kleine en grotere tegenslagen: een ontslagen medewerker die zich niet zomaar aan de kant laat zetten; een zoveelste affaire met een nieuwe stagiaire; een getrouwe afdelingschef die er een potje van maakt door huwelijksproblemen.

Blanco wordt er steeds verder door uit het lood geslagen, en de film sleurt je mee in zijn val. Hoe gefrustreerder hij wordt, hoe meer ook de filmstijl zijn evenwicht verliest: de camera gaat meer bewegen, er komt meer spanning in de montage.

Het personage is een uitvergroting van de man die León de Aranoa in werkelijkheid ontmoette. “Waarschijnlijk voelde die man ook daadwerkelijk een vorm van vriendschap voor de mensen met wier levens hij zich zo bemoeide. Maar hij deed het toch vooral om zijn bedrijf te beschermen. Die dualiteit is precies wat het een interessant personage maakt, zowel voor mij om te schrijven als voor Javier om te spelen. Je moet een manier vinden om hem te begrijpen, om hem te vinden in jezelf, zelfs als je niet achter zijn gedrag staat.”

Humor en cynisme

Voor León de Aranoa is dat een universeler verhaal dan slechts dat van een ‘toxische man’. “Ieder van ons heeft wel ergens de macht over een ander, of dat nou in een professionele setting is of privé of in ons gezinsleven. En we zeggen allemaal: ik maak er geen misbruik van, ik ben ethisch. Maar waar ligt de grens? Wat doe je als je in het nauw komt? Vaak ga je stapje voor stapje, bijna ongemerkt, over je eigen grenzen.”

Van meet af aan was voor de filmmaker duidelijk dat de film ook een balans zou moeten slaan tussen drama en komedie. “Toen ik die echte directeur gadesloeg, vond ik het verschrikkelijk om te zien hoe hij met mensen omging, maar ik zag ook direct dat een film over zo’n kerel heel grappig zou kunnen zijn. In mijn films is altijd ruimte voor humor, het is een onmisbaar onderdeel van het leven, maar bij El buen patrón lag het meer aan het oppervlak. Voor mij zijn de grappigste momenten in de film, ook de meest duistere.”

Toch hoopt León de Aranoa dat die duisternis uiteindelijk niet de overhand krijgt. “Ik wil niet cynisch zijn, zo kan ik niet in het leven staan. Maar voor deze film bleek soms wel enig cynisme nodig, misschien als een afweermechanisme tegen de oneerlijke wereld die we tonen. Maar zelfs als er cynische momenten zijn, hoop ik dat het over het geheel geen cynische film is. Maar goed: het is aan het publiek om dat te beoordelen.”

El buen patrón is te zien in Cinecenter, City, Filmhallen, Rialto VU, Studio/K en Tuschinski.

Javier Bardem

El buen patrón is de derde samenwerking tussen León de Aranoa en acteur Javier Bardem. “Javier is een meester in het uitwerken van de fysieke kenmerken van zijn personage – hoe hij beweegt, zijn houding. Gewoon de manier waarop Javier als Blanco door die fabriek loopt, het zelfvertrouwen in zijn houding, maakt in een oogopslag duidelijk dat hij de eigenaar is.”

Ook het feit dat Blanco zijn werknemers de hele tijd aanraakt kwam uit Bardems koker. “Dat was nog knap ingewikkeld, want we filmden midden in een covidpiek, maar Javier drong erop aan. En hij had gelijk: het voelt alsof Blanco niet alleen eigenaar is van die fabriek, maar ook van alle mensen die er werken.”

Filmmaker Fernando León de Aranoa: ‘Voor mij zijn de grappigste momenten in de film, ook de meest duistere.’ Beeld Getty Images
Filmmaker Fernando León de Aranoa: ‘Voor mij zijn de grappigste momenten in de film, ook de meest duistere.’Beeld Getty Images
Meer over