PlusCabaretrecensie

Daniël Arends haalt in dubbelvoorstelling een onwerkelijk hoog niveau

Cabaretier Daniel Arends treedt op met een dubbelvoorstelling. Beeld Daniel Cohen
Cabaretier Daniel Arends treedt op met een dubbelvoorstelling.Beeld Daniel Cohen

Twee verschillende voorstellingen op één avond, is dat misschien wat veel van het goede? Niet voor Daniël Arends, die je door je lachtranen heen laat nadenken over grote vragen.

Mike Peek

“Ik spaar om gecanceld te kunnen worden,” zegt Daniël Arends bij aanvang grappend. Dat zit zo: hij treedt twee keer per avond op met twee verschillende voorstellingen. Die constructie werd uit coronanood geboren. Arends had geen zin om hetzelfde programma tweemaal achter elkaar te spelen en schreef er dus ‘gewoon’ een show bij. Nu de zalen weer vol mogen, is dat een lucratief verdienmodel.

Eventueel cynisme smelt echter als sneeuw voor de zon wanneer je hem aan het werk ziet. Deze twee keer 80 minuten zijn van een onwerkelijk hoog niveau. De cabaretier rijgt met kenmerkende nonchalance hilarische grappen en prikkelende vragen aaneen.

In Thuis praat ik bijna nooit grijpt Arends terug op zijn adoptiegeschiedenis, maar nu in een maatschappelijke context. Heeft hij het trauma, dat hij als kind misschien toch opliep, zorgvuldig weggedrukt? En is hij daardoor, in tegenstelling tot zoveel anderen, nauwelijks te beledigen? Hoe komt het dat de ene persoon zelfspot heeft en de andere niet?

Lompe mensen

Arends staat bekend om zijn snoeiharde opmerkingen en liefhebbers daarvan worden in de watten gelegd. Toch is hij inhoudelijk vooral erg genuanceerd. Waarom is er zoveel aandacht voor lompe mensen die uiteindelijk niet racistisch zijn en zo weinig voor mensen die wél racistisch zijn, maar niet lomp? Dáár zit immers het echte probleem. Arends heeft de gave om met dat soort zinnetjes een sociaal thema panklaar te comprimeren. Alsof hij zich niet mengt in een discussie, maar is aangesteld als debatleider.

Met God is mijn rechter (de letterlijke betekenis van de naam Daniël) ruilt Arends de maatschappelijke beslommeringen in voor een meer existentiële beschouwing van de mens. Dat is minstens zo spannend, want hij prikt genadeloos door zelfbedachte lotsbestemmingen heen. Met veel mededogen overigens. Als er al een God bestaat, laat hij ons immers wel erg in het duister tasten over wat precies de bedoeling is op aarde.

Plaagstootjes

Hoewel de tweede show meer pure stand-up bevat dan de eerste blijven zijn plaagstootjes doel treffen. Het afzeiken van lifecoaches, hoe vermakelijk ook, is laaghangend fruit dat op veel bijval kan rekenen. Als hij begint te knabbelen aan het nut van ‘serieuze’ mentale hulp, zoals psychologen, blijkt weer even dat Arends niets geeft om populariteit.

Wat de voorstellingen verbindt, is een boodschap die de betonvloer vormt onder zijn gedachtegoed: de mens doet er eigenlijk niet toe. Dat zou wat Arends betreft geen reden voor depressie moeten zijn, maar een bron van oneindige vreugde.

Thuis praat ik bijna nooit/God is mijn rechter

Door Daniël Arends
Gezien 30/5, De Meervaart
Te zien 5, 6 en 8/6 in Carré, 22-24/9 in De Kleine Komedie

Meer over